Het einde van het jaar komt met rasse schreden dichterbij. Tijd om terug te blikken op het voorbije jaar. Er was aan het begin van 2014 een vrij breed gedragen consensus over twee dingen met betrekking tot de financiële markten. Vooreerst dat aandelen het beter zouden doen dan obligaties. Daarnaast zouden Europese aandelen het beter doen dan de Amerikaanse. Als de consensus te groot is, wil het weleens anders uitdraaien.
...

Het einde van het jaar komt met rasse schreden dichterbij. Tijd om terug te blikken op het voorbije jaar. Er was aan het begin van 2014 een vrij breed gedragen consensus over twee dingen met betrekking tot de financiële markten. Vooreerst dat aandelen het beter zouden doen dan obligaties. Daarnaast zouden Europese aandelen het beter doen dan de Amerikaanse. Als de consensus te groot is, wil het weleens anders uitdraaien. De belangrijkste oorzaak waarom het anders is gelopen, is de vaststelling dat economen en strategen er een te rooskleurig perspectief voor de wereldeconomie in het algemeen op na hielden, en voor Europa in het bijzonder. Het economische herstel in de eurozone baarde een muis en het was alweer grotendeels weg op het moment dat het gekomen was. Ook de Chinese economie liet een verder afbrokkelende groei zien, zonder dat er echter sprake was van een harde landing. Vooral in Latijns-Amerika - met de grootste landen Argentinië en Brazilië op kop - legde de Chinese groeivertraging economische zwakheden bloot. Maar het zwaarst getroffen werd Rusland. Door zijn eigen schuld (annexatie van de Krim) en de spectaculaire val van de olieprijs. Ondanks de 'polar vortex' (strenge winter) in het eerste kwartaal kon de Amerikaanse economie de rest van het jaar wel het verwachte, snellere groeiritme opzoeken. Dat laatste verklaart waarom we in de tweede jaarhelft een sterke opmars kregen van de Amerikaanse dollar tegenover de euro en veel andere munten. De tegenvallende economie dwong en dwingt onder meer de Europese, Chinese en Japanse centrale banken tot een verdere versoepeling van de monetaire politiek. Tot meerdere eer en glorie van de obligatiemarkten. Historische tijden zijn het, met een Belgische tienjarige rente op overheidsobligaties die onder de drempel van 1 % dook. Stimulerende centrale banken zijn natuurlijk ook positief voor de aandelenmarkten, maar de zwakke groei, de politieke spanningen met Rusland rond Oekraïne, de dalende grondstoffen- en energieprijzen deden toch een aantal sectoren achterblijven, zodat de Europese beurzen onder de verwachtingen bleven en nauwelijks of geen positieve returns wisten te realiseren. Wall Street kende wel weer een positief jaar, maar over het algemeen was het geen grand cru voor de beurzen zoals de voorgaande jaren. De aandelenmarkten werden wel gestimuleerd door de verder opgedreven fusie- en overnameactiviteiten. Vooral de Europese telecomsector stond in de schijnwerpers. Die sector wist zich dan ook positief te onderscheiden in de beurstabellen, en dat was alweer enkele jaren geleden. Met Lafarge (fusie met Holcim), Lumina Copper (overname door First Quantum Minerals) en Nutreco (lopend bod van SHV; wellicht tegenbod Cargill) deelden we driemaal in dat fusie- en overnameverhaal dit jaar.VOORAL DE EUROPESE BEURZEN BLEVEN DIT JAAR ONDER DE VERWACHTINGEN.