Sinds 1 januari is het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen - in het buitenland Flanders Investment and Trade (FIT) - een feit. Deze dienst wordt nu hét aanspreekpunt voor exportpromotie en dé magneet voor nieuwe buitenlandse investeringen in deze regio. Vergeet de naam Export Vlaanderen, schrap ook de Dienst Investeren in Vlaanderen (DIV) in uw adressenboekje. Vlaio wordt nu het nieuwe toverwoord.
...

Sinds 1 januari is het Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen - in het buitenland Flanders Investment and Trade (FIT) - een feit. Deze dienst wordt nu hét aanspreekpunt voor exportpromotie en dé magneet voor nieuwe buitenlandse investeringen in deze regio. Vergeet de naam Export Vlaanderen, schrap ook de Dienst Investeren in Vlaanderen (DIV) in uw adressenboekje. Vlaio wordt nu het nieuwe toverwoord. Tenminste, zo hoopt iedereen. Het buitenlandsehandelbeleid van deze regio is sinds de federale boedelscheiding één grote duiventil geweest. Niet minder dan vijf excellenties van Buitenlandse Handel passeerden in twee legislaturen tijd de revue. De huidige topman van het Agentschap, Koen Allaert, zag voor zijn benoeming vijf voorgangers komen en gaan. De DIV verkeerde vier jaar lang in vereffening. Een kafkaësk grapje dat de overheid zo'n 22 miljoen euro kostte (viermaal het jaarbudget van de DIV). Eindelijk wordt er nu komaf gemaakt met die episode van kortzichtigheid en amateurisme. Het 190-tal vertegenwoordigers van Export Vlaanderen en DIV versmelten tot één netwerk, er worden nieuwe klemtonen gelegd op prioritaire regio's en sectoren, de expertise wordt geoptimaliseerd, er is oog voor publieke en private samenwerking (onder meer Voka, Unizo en de Vlaamse Confederatie Bouw fungeren als loketten) en het budget van 32,5 miljoen euro wordt voortaan vanuit één koepel beheerd. Er is ook de wil om communautaire perikelen achterwege te laten en zelfs duurzame samenwerking op te starten met Brusselse en Waalse handelsvertegenwoordigers. Ook dát is een fameuze stap vooruit. In 1997 kreeg Filip Vandenbussche, een erg verdienstelijk Vlaams investeringsprospector, plots zijn ontslagbrief omdat hij Evergreen Partners, een Amerikaanse investeerder, via de Belgische federale diensten had geholpen om in Wallonië te investeren. Anders dreigde het dossier naar Le Havre te ontglippen. Die abrupte oekaze zette toen bij diverse Vlaamse ondernemers erg veel kwaad bloed. Drie jaar later kreeg Vandenbussche van de Brusselse arbeidsrechtbank gelijk. In zijn vonnis wees de rechter de Vlaamse regering erop dat niet Wallonië de concurrent is van Vlaanderen, maar wel de landen die al sinds jaar en dag clusters uitbouwen rond bepaalde thema's. Al zal er federaal nog wat geveegd en geschuurd moeten worden voor de eigen deur vooraleer alle inefficiënties uit het verleden zijn opgekuist. Zo werd de Nationale Delcrederedienst (NDD) bij de regionalisering van Buitenlandse Handel niet mee overgeheveld. Critici wijzen erop dat de NDD in de periode 2000-2002 slechts 37,8 % van alle kredietverzekeringen toekende aan Vlaamse exportdossiers, terwijl het Vlaamse exportpercentage in diezelfde periode 76,2 % van het totaal bedroeg. De vraag is ook of een federaal platform zoals het Agentschap voor Buitenlandse Handel (de opvolger van de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel) nog zijn nut heeft. Deze dienst slorpt jaarlijks zo'n 1,8 miljoen euro aan Vlaamse middelen op en stelt iets minder dan vijftig personeelsleden tewerk, enkel en alleen om de 'coördinatie' tussen federale overheid en gewesten te regelen. Het debiet van investeringen van buitenlandse bedrijven naar Vlaanderen zakt langzaam. In 2003 kon deze regio 132 dossiers aantrekken, goed voor een totaal investeringsbedrag van 1278 miljard euro en 2761 nieuwe jobs. Recentere cijfers zijn er nog niet, maar niemand ontkent dat dit bedrag sinds enkele jaren niet meer toeneemt. Wat kan Vlaio hieraan doen? Hoe paradoxaal dit op het eerste gezicht ook lijkt: een nog duidelijkere, coherente en systematische samenwerking met federale diensten en ambassades zal de enige uitweg zijn. Voor een Chinees, Braziliaans of Russisch bedrijf maakt het niet uit of een Vlaamse of Waalse prospector de eerste aanspreekpersoon is: de Belgische vlag of - sterker nog - het plaatje 'Brussel, hoofdstad van Europa' zal bij deze investeerder veel sneller een belletje doen rinkelen. piet depuydtHet buitenlandse-handelbeleid van deze regio is sinds de federale boedelscheiding één grote duiventil geweest.