"Ik ben een kind van mijn tijd", zegt Bernard Marreyt, drijvende kracht achter het Brussels Retro Festival. Hij start de motor van zijn Alvis Speed uit 1932. "Hoor je dat zalige gebrom ?", vraagt hij glunderend. Het bewijs is geleverd : oldtimers houden een man jong...
...

"Ik ben een kind van mijn tijd", zegt Bernard Marreyt, drijvende kracht achter het Brussels Retro Festival. Hij start de motor van zijn Alvis Speed uit 1932. "Hoor je dat zalige gebrom ?", vraagt hij glunderend. Het bewijs is geleverd : oldtimers houden een man jong...TEKST : MARGOT VANDERSTRAETEN / FOTO'S : BERNARD BOCCARA In zijn restauratie-atelier in Brussel wacht het wrak van een oude Jaguar op het maandenlange engelengeduld van enkele carrossiers en mecaniciens. Hij wil deze plek geen garage noemen. Daarvoor is er te veel respect voor het verleden, wordt er veel te nauwkeurig en liefdevol gewerkt... Buiten, keurig ingepakt onder een groot zeil, staat een Aston Martin vertrekkensklaar. Op een trailer weliswaar, want de eigenaar wil niet dat iemand anders dan hemzelf met dit juweeltje rijdt. "Ook ik niet", zegt Bernard Marreyt. Hij kan begrip opbrengen voor de houding van deze klant. "Van zo'n unieke auto ga je houden. Zielsveel. En een grote liefde deel je niet. Met niemand". Bernard Marreytkan het weten ; want van zijn liefde voor oude auto's maakte hij zijn beroep. Hij koopt en verkoopt oldtimers, laat ze restaureren in zijn atelier en roept op 25, 26 en 27 oktober meer dan 1000 oldtimers samen voor een tentoonstelling in de Heizel. "Oldtimerclubs zijn het kloppend hart van het Retro Festival", geeft hij toe. "Alle clubleden delen dezelfde passie : die voor oude motorrijtuigen, voor geschiedenis gegoten in een perfecte vorm, voor het geluid van ronkende motoren..." "Auto's worden hier werkelijk 'gerestaureerd'. Soms werken we met z'n vieren maandenlang aan één auto. Maar die wordt dan ook perfect in zijn oorspronkelijke staat hersteld. Ik trek op onderzoek uit, probeer te achterhalen wie de eerste eigenaar van de wagen was, ga op zoek naar foto's... Hiervoor moet ik natuurlijk naar Groot-Brittannië. Inderdaad, Britse wagens zijn onze specialiteit. Dus ga ik met het chassisnummer naar het British Heritage en meestal lukt het wel om één of andere nuttige aanwijzing in hun archieven te vinden. Zodra we alle gegevens bezitten, gaan we aan de slag". Van opleiding is Bernard Marreyt microbioloog. "Ik heb altijd al willen weten, hoe de dingen in elkaar steken", lacht hij. Neen, het vak van microbioloog beoefent hij niet meer. "Kijk naar de details", onderbreekt hij me vriendelijk. Hij opent de deur van een Bentley uit de jaren '20 en toont het verfijnde slotenwerk, de handige opbergmapjes aan de binnenzijde van de deur. "De afwerking van deze auto's is perfect. Je moet niet vergeten dat in de jaren twintig de auto nog veel meer een statussymbool was dan nu. Alleen rijke burgers konden zich een wagen veroorloven. Van een lopendebandsysteem was geen sprake. Je kocht een chassis. En de carrossiers, dat waren in die tijd echte ambachtslui, maakten hierop het koetswerk. Volledig afgestemd op de eigenaar van de auto. Elke auto was dus anders. Puur handwerk. Namen als Figoni en Falaschi of Zagato klinken de liefhebbers van oldtimers als muziek in de oren. Meesterlijke carrossiers waren het. Kunstenaars..." In zijn atelierwachten vier wagens op een nauwkeurig onderhoud. Bernard Marreyt verwerpt de stelling dat bezitters van oldtimers per definitie welgesteld zijn. "Verzamelaars, dat is iets anders. Maar ik heb klanten die zo begeesterd zijn door die ene oldtimer die ze bezitten, dat ze er al hun spaargeld instoppen. Passie is dat. Pure passie." Opvallend is wel dat het merendeel van de verzamelaars en bezitters van oldtimers mannen zijn. Toch zitten er ook vrouwen tussen. "En bij hen is de passie even sterk..."Hij opent de deur van zijn keuken, die uitgeeft op zijn privé-garage. Tussen het geselecteerde afval (een hoekje voor glas, één voor papier en één voor algemeen huishoudelijk afval) staan drie prachtige oldtimers. Ze wisselen voortdurend af. Nu een Rolls, dan een Jaguar, een Bentley... Al naargelang van de koop en verkoop. Ja, hij beschouwt die beestjes een beetje als zijn kinderen. Daarom ook dat hij elke avond voor het slapengaan de keukendeur opent, een zorgzame blik naar binnen werpt en vervolgens met gerust gemoed naar bed gaat. "Ik test de wagens van het atelier zelf", vertelt Bernard Marreyt. "En dat is telkens weer een sensatie. Rijden met een oldtimer geeft een uitstekend gevoel. Het is alsof je met het verleden over de weg zweeft. En moet je die vormen zien..." Hij wijst naar de rondingen van een Austin Healey Sprite, streelt behoedzaam het glimmende plaatwerk van de motorkap. Toch is zijn begrip niet grenzeloos. Met glimmende ogen en een blik vol nostalgie en liefde kan hij naar de zuivere lijnen van een Aston Martin kijken. Maar met kijken alleen is deze man niet tevreden. "Een auto moet rijden. Daarom heb ik wat moeite met klanten die hun auto puur als verlengstuk van hun persoonlijkheid gebruiken. Soms wordt er mij gevraagd de auto in Condition Concours af te leveren. Dat wil zeggen dat de wagen volledig opgeblonken moet zijn, klaar om aan een keuringswedstrijd deel te nemen. Sommige mensen durven en willen hun auto dan niet meer aanraken. Ze zijn bang voor vingerafdrukken op het koetswerk en raken de auto alleen nog maar aan op de rubberdelen. Met handschoenen... Dat vind ik larie. Een auto is een motor en die moet rijden..." Voor het Brussels Retro Festival moet u op 25, 26 en 27 oktober naar Paleis 5 van het Tentoonstellingspark in Brussel. Aan het stuur van een majestatische Jaguar XK150 Drope Head Coupé 1958. Oldtimers houden een man jong...Bernard Marreyt : Van zo'n unieke auto ga je houden. Zielsveel. En een grote liefde deel je niet. Met niemand. Austin Healey Sprite 100M uit 1956.Sleutelen aan een MG TD uit 1952.Messer-Schmitt KR 200 uit 1955.