Minister van Pensioenen Marie Arena (PS) heeft voor één keer gelijk als ze zegt dat een discussie over de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd geen zin heeft. In navolging van Nederland de pensioenleeftijd in België optrekken van 65 naar 67 jaar zou weinig meer zijn dan een symbolische maatregel. De essentie van het debat over de betaalbaarheid van de pensioenen ligt elders: verhoog de werkelijke pen-sioenleeftijd. De Belgen gaan in werkelijkheid al rond hun zestigste met pensioen, en van de 55-plussers is amper ee...

Minister van Pensioenen Marie Arena (PS) heeft voor één keer gelijk als ze zegt dat een discussie over de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd geen zin heeft. In navolging van Nederland de pensioenleeftijd in België optrekken van 65 naar 67 jaar zou weinig meer zijn dan een symbolische maatregel. De essentie van het debat over de betaalbaarheid van de pensioenen ligt elders: verhoog de werkelijke pen-sioenleeftijd. De Belgen gaan in werkelijkheid al rond hun zestigste met pensioen, en van de 55-plussers is amper een derde aan de slag. De opdracht is dus duidelijk: zorg ervoor dat mensen langer aan de slag blijven, de staatskas kan er alleen maar beter van worden. Het probleem is dat er sinds het Generatiepact van 2005 niets meer is gebeurd. De geplande evaluatie in 2011 komt veel te laat. Dat Generatiepact was trouwens al een mager beestje. Het zou voor een bewustwording zorgen, luidde de analyse. Iedereen zou er stilaan van overtuigd geraken dat we langer moeten werken. Maar is die bewustwording er wel gekomen? De feiten spreken dat tegen. Van een bonus-malussysteem zoals dat in een aantal andere Europese landen bestaat, is in België geen sprake. Dat systeem houdt in dat wie vroeger stopt met werken, een lager pensioen krijgt. In België is enkel sprake van een bonus: wie na zijn 62ste blijft werken, wordt daar financieel voor beloond. Beter ware een bonussysteem in te voeren voor wie langer werkt dan zijn 65ste. Zo krijgt men in de VS per jaar gewerkt boven de normale pensioenleeftijd van 65 een bonus van 8 procent. Een jaar vroeger stoppen betekent een verlies van 6,6 procent. Zweden, Oostenrijk en Duitsland hebben gelijkaardige systemen. Een ander probleem zijn de systemen van vervroegde uittreding, zoals het brugpensioen. Hier bestaat maar één oplossing: het moet worden afgeschaft. De verstrenging via het Generatiepact bracht weinig zoden aan de dijk. De gemiddelde brugpensioenleeftijd bij herstructureringen stijgt amper, van 53,9 jaar in 2004 tot 54 jaar vandaag. Dat komt omdat de sociale partners (vakbonden én werkgevers) bijzonder creatief zijn in het omzeilen van de nieuwe regeling uit het Generatiepact. Het is een beetje vreemd dat de werkgevers vragen om het brugpensioen af te schaffen, terwijl ze het verstrengde systeem ondertussen uithollen. Vraag is dus of de sociale partners, laat staan de politici, de moed hebben om te werken aan een nieuw en echt Generatiepact. Begin dit jaar is weliswaar een Nationale Pensioenconferentie van start gegaan, maar het heeft er alle schijn van dat dit gremium eigenlijk vooral de opdracht heeft het status-quo te bewaren. (T) Door Alain Mouton