Zo zou Aquafin sinds 1997 voor 173,5 miljoen euro (7 miljard frank) BTW hebben ontweken door een verkeerd tarief toe te passen. Al sinds haar oprichting betaalt de Vlaamse waterzuiveringsmaatschappij slechts 6% BTW voor haar diensten aan het Vlaams Gewest. Hiervoor heeft het semi-overheidsbedrijf in 1991 een schriftelijke goedkeuring van de fiscus gekregen. Maar toen bestond het systeem van de ruling _ een vrijwillige overeenkoms...

Zo zou Aquafin sinds 1997 voor 173,5 miljoen euro (7 miljard frank) BTW hebben ontweken door een verkeerd tarief toe te passen. Al sinds haar oprichting betaalt de Vlaamse waterzuiveringsmaatschappij slechts 6% BTW voor haar diensten aan het Vlaams Gewest. Hiervoor heeft het semi-overheidsbedrijf in 1991 een schriftelijke goedkeuring van de fiscus gekregen. Maar toen bestond het systeem van de ruling _ een vrijwillige overeenkomst tussen fiscus en belastingplichtige _ officieel nog niet. Daarnaast geldt in de BTW nog altijd de Brepols-doctrine, die de wet letterlijk interpreteert. BTW belast immers goederen en diensten die duidelijk omschrijfbaar zijn. De wet catalogeerde in 1991 de levering van gewoon natuurlijk water en bijkomende diensten onder het verlaagde tarief van 6% BTW. Aquafin handelde dus volkomen rechtmatig. Bovendien betaalt de Vlaamse waterzuiveringsmaatschappij al haar onderaannemers het normale tarief van 21% BTW. Toen het Koninklijk Besluit van 29 december 1992 de definitie van gewoon natuurlijk water wijzigde en daar de volgende aanvulling aan toevoegde _ "geleverd door de waterdistributie" _, ontstond een juridisch vraagstuk. Behoort Aquafin nu tot de categorie van waterdistributie of niet?Los van deze discussie over het geslacht der engelen vliegt de fiscus met de beschuldiging van Aquafin toch flink uit de bocht. Ondanks de wetswijziging blijft ze de uitzonderingsregel voor Aquafin acht jaar lang gedogen. Nu de BTW-inkomsten tegenvallen, tovert de administratie plots een supplementaire heffing uit haar hoed. Jammer maar helaas. Je kunt niet eerst iets toestaan en dan met terugwerkende kracht herzien. Zo ondermijn je de rechtszekerheid.Het doet sterk denken aan de spectaculaire acties rond vermeende fraude met het forfait buitenlandse belastingen (FBB) of het systeem van definitief belaste inkomsten (DBI). Toen kregen een aantal bedrijven ook een extra aanslag in de bus, samen goed voor meer dan 1 miljard euro (40 miljard frank). Maar het dossier bloedde dood, omdat de fiscus zijn beschuldigingen niet kon hardmaken. De oplossing is nochtans eenvoudig. Een soepel en uitgebreid rulingsysteem naar Nederlands model, waarbij de overheid aan de ondernemingen klaar en duidelijk op voorhand de fiscale afhandeling van hun activiteiten _ inclusief een duidelijke tijdslimiet _ bekendmaakt. Dat is transparant voor iedereen. Hier ligt een belangrijke opdracht voor Zenner. Eric Pompen