HET VOELT RAAR. Wereldwijd roepen alle economen in koor dat we aan het begin van een zware recessie staan, maar op hetzelfde moment stijgen de beurzen wereldwijd al wekenlang bijna dag na dag. Het is een groot misverstand dat slecht economisch nieuws betekent dat de beurskoersen dalen. Historisch bekeken was er al geen sterk verband tussen de beurs en de econ...

HET VOELT RAAR. Wereldwijd roepen alle economen in koor dat we aan het begin van een zware recessie staan, maar op hetzelfde moment stijgen de beurzen wereldwijd al wekenlang bijna dag na dag. Het is een groot misverstand dat slecht economisch nieuws betekent dat de beurskoersen dalen. Historisch bekeken was er al geen sterk verband tussen de beurs en de economie. Vandaag hebben die weinig of niets meer met elkaar te maken. Daar zijn de centrale banken verantwoordelijk voor met hun onorthodoxe monetaire beleid sinds de bankencrisis van 2008 en 2009. Door de monetaire versoepeling (QE of quantitative easing) wordt steeds meer geld bijgedrukt, dat al meer dan een decennium ook massaal de weg vindt naar de beurs. Dat stroomde veel meer nog naar Wall Street dan naar de Europese beurzen, vooral omdat de Federal Reserve veel meer extra geld in het systeem heeft gepompt dan de Europese Centrale Bank. Op de coronacrisis hebben de centrale banken nog veel sneller en krachtiger gereageerd dan op de bankencrisis. Er is een vloedgolf aan geld in het systeem gepompt. De rente moet nog jaren extreem laag blijven, zodat overheden en bedrijven zich goedkoop kunnen blijven financieren. Dat maakt de keuze voor aandelen bijna vanzelfsprekend. Andermaal zal de spaarder en niet de aandeelhouder de crisis betalen.We gaan ervan uit dat Wall Street over enkele jaren hogere pieken zal bereiken dan zonder covid-19 het geval zou zijn geweest. De coronacrisis doet de centrale bankiers alleen nog maar meer lucht in de zeepbel op Wall Street en andere beurzen blazen. Dat wordt straks een enorme knal, maar de eerstvolgende jaren zouden de beurzen weleens heel aangenaam kunnen verrassen. Met dank aan onder meer Powell, Lagarde en Kuroda.