Het komt u allicht stilaan de strot uit, maar China valt niet weg te branden uit de actualiteit. Hoezeer Barack Obama, Vladimir Poetin, Mullah Omar, Didier Bellens, Hot Marijke en andere personaliteiten ook hun beste beentje voorzetten. De laatste geluiden van de indrukwekkende slotceremonie van de Olympische Spelen zinderden nog na toen de Wereldbank met nieuwe cijfers over de evolutie van de armoede in de wereld kwam aanzetten. Als een onmiskenbaar teken des tijds is een van de twee auteurs van deze analyse... een Chinese econome.
...

Het komt u allicht stilaan de strot uit, maar China valt niet weg te branden uit de actualiteit. Hoezeer Barack Obama, Vladimir Poetin, Mullah Omar, Didier Bellens, Hot Marijke en andere personaliteiten ook hun beste beentje voorzetten. De laatste geluiden van de indrukwekkende slotceremonie van de Olympische Spelen zinderden nog na toen de Wereldbank met nieuwe cijfers over de evolutie van de armoede in de wereld kwam aanzetten. Als een onmiskenbaar teken des tijds is een van de twee auteurs van deze analyse... een Chinese econome. De studaxen van de Wereldbank hebben de zogenaamde armoedegrens geherdefinieerd en komen tot de conclusie dat de omvang van de armoede in de wereld groter is dan we tot nu toe dachten. Op basis van een verdedigbare, maar zeker niet waterdichte methodologie geeft het onderzoek aan dat in 2005 niet 1 miljard mensen, maar wel 1,4 miljard mensen zich onder de armoedegrens bevonden. Die armoedegrens wordt nu vastgezet op een inkomen van 1,25 dollar per dag. Vroeger was dat 1 dollar per dag. Tegelijk met die wat minder positieve vaststelling, wijzen de nieuwe cijfers er ook op dat de strijd tegen de armoede de voorbije kwarteeuw behoorlijk succesvol was. Zoals bijgaande grafiek aangeeft, daalde het percentage van de wereldbevolking dat leeft van een inkomen onder de 1,25 dollar per dag. Van 52 % in 1981 tot 26 % in 2005. Precies een halvering dus. Nominaal daalde het aantal armen met 500 miljoen en dat in een periode dat de wereldbevolking fors groeide. Uit de gedetailleerde cijfers van Chen en Ravaillon blijkt dat het gros van de daling van de armoede in de wereld in China plaatsvond. De doelstellingen voor de armoede in de fameuze Millenniumdoelstellingen realiseerde China met vijftien jaar voorsprong op de oorspronkelijke tijdstabel. Merkwaardig genoeg leidde deze vaststelling in geen van de commentaren tot de conclusie die voor ons meest voor de hand ligt. Welke les valt er te trekken uit het onwaarschijnlijke succes van China in de strijd tegen de armoede? De beleidsmakers in de landen waar de armoede (te) hoog blijft, moeten niet met de handen in het haar te zitten. Er is geen specifiek Chinees geheim, gewoon een Chinese toepassing van een aloud principe. De Chinese les over de terugdringing van de armoede ligt inderdaad voor de hand. De invoering van een vrijemarkteconomie vormt een noodzakelijke voorwaarde om tot een duurzame vermindering van de armoede te komen. Te veel mensen blijven in nog te veel landen vastgespijkerd in vaak abjecte armoede. Uit slogans zou je afleiden dat dit te maken heeft met een teveel aan markt. Maar het heeft net met een te weinig aan markt te maken. Het Chinese voorbeeld toont zeer duidelijk het noodzakelijke karakter aan van een vrijemarkteconomie. Maar het toont ook aan dat het geen voldoende voorwaarde is om tot een degelijke maatschappelijke ontwikkeling te komen. Ondanks de grote successen kampt het Chinese model met torenhoge ecologische, sociale en politieke problemen - om maar die drie te noemen. Overigens moet niemand zich illusies maken. Indien het economische verhaal veel meer vanuit de overheid gestuurd zou worden, zouden diezelfde problemen zich in nog intensere mate voordoen. De markt kan de vermelde problemen helpen oplossen, maar heeft daarvoor een duidelijk kader nodig waarin rechtszekerheid en continuïteit centraal staan. Een van de structurele zwakheden van de Chinese markt situeert zich op het vlak van het muntbeleid. Het is een mooie illustratie van de scheefgroeiende situaties die ontstaan als gevolg van het uitsluiten van de markt. De Chinese economische groei, de motor achter de armoedereductie, gebeurt zeer sterk via de export. En die is mogelijk via de continue onderwaardering van de yuan. Dat is een duidelijke uitsluiting van de marktkrachten. De interne sectoren van de economie krijgen daardoor te weinig ontwikkelingsmogelijkheden. Bovendien vereist die onderwaardering voortdurend monetaire ingrepen die op termijn niet vol te houden zijn. De Chinezen moeten van dat model afstappen en hoe langer ze dat uitstellen, hoe scherper de aanpassingsproblematiek uitvalt. Maar in ieder geval moeten meer Chinezen dan ooit die schok dan niet meer vanuit een armoedig bestaan verwerken. (T) de auteur IS ALGEMEEN DIRECTEUR VAN DE WERKGEVERSORGANISATIE VKW.Johan Van Overtveldt