De start van een grote afrekening met de techbedrijven', schreeuwde een kop boven een artikel eerder dit jaar. 'Redenen om Amazon, Apple, Facebook en Google op te breken', riep een andere. Als je alleen naar de media kijkt, zou je denken dat de techgiganten in nauwe schoentjes zitten. Die indruk werd op 18 juli versterkt door het nieuws dat de Europese Commissie Google een recordboete van 4,3 miljard euro heeft opgelegd. Maar als je de werkelijke impact van de regelgeving van nabij bekijkt, lijkt het wel mee te vallen met die weerstand tegen de technologiebedrijven. Ondanks de recente boete, de grootste antitrustboete die ooit is opgelegd, lopen de internetreuzen nog lang niet in het gareel.
...

De start van een grote afrekening met de techbedrijven', schreeuwde een kop boven een artikel eerder dit jaar. 'Redenen om Amazon, Apple, Facebook en Google op te breken', riep een andere. Als je alleen naar de media kijkt, zou je denken dat de techgiganten in nauwe schoentjes zitten. Die indruk werd op 18 juli versterkt door het nieuws dat de Europese Commissie Google een recordboete van 4,3 miljard euro heeft opgelegd. Maar als je de werkelijke impact van de regelgeving van nabij bekijkt, lijkt het wel mee te vallen met die weerstand tegen de technologiebedrijven. Ondanks de recente boete, de grootste antitrustboete die ooit is opgelegd, lopen de internetreuzen nog lang niet in het gareel. Maar de stemming is wel omgeslagen. In Amerika bleek uit een enquête van de nieuwssite Axios dat de waarderingscijfers voor Facebook, Amazon en Google tussen oktober en maart respectievelijk met 28, 13 en 12 procent waren gedaald. Amerikaanse Republikeinen, zoals senator Ted Cruz, laten zich negatief uit over techbedrijven. De Federal Trade Commission (FTC), de Amerikaanse toezichthouder, maakte onlangs bekend dat ze vanaf september hoorzittingen zal houden over "concurrentie en consumentenbescherming in de 21ste eeuw". In Europa is die sentimentswijziging eerder begonnen en ging ze ook verder. Dat komt omdat geen van de betrokken bedrijven hier zijn hoofdkwartier heeft en omdat Europa gevoelig is voor privacy en gegevensbescherming. Google was al, tevergeefs, in de clinch gegaan met de Commissie. De zaak ging over websites die prijsvergelijkingsdiensten aanbieden. Het bedrijf werd ervan beschuldigd rivalen te discrimineren door hun zoekresultaten te laag te waarderen en zijn eigen resultaten bovenaan te zetten. Vorig jaar legde de Commissie een boete van 2,4 miljard euro op en zei ze tegen Google dat het al zijn prijsvergelijkingsresultaten gelijkwaardig moest behandelen. De zaak die tot de recente boete leidde, legt nog meer gewicht in de schaal. Google voegt stukjes software samen om zijn dominante positie te versterken. Het gaat over Android, het mobiele besturingssysteem van Google, en allerlei aanverwante software en diensten, waaronder de appwinkel Google Play, de zoekmachine en een hele resem andere apps. Google stelt smartphonefabrikanten en telecomoperatoren voor een keuze van alles of niets. Als ze een van de programma's op hun apparaten willen installeren, moeten ze die allemaal installeren en de icoontjes op een prominente plaats weergeven. Aangezien bedrijven de appwinkel nodig hebben om hun producten commercieel levensvatbaar te maken, kunnen ze niet anders dan gehoorzamen. Bovendien mogen ze van Google op geen van hun modellen concurrerende versies van Android installeren. Die praktijken ontnemen "rivalen de kans te innoveren en te concurreren op basis van verdienste" en ze ontnemen "consumenten de voordelen van doeltreffende concurrentie", zei de Europese commissaris voor Mededinging Margrethe Vestager daarover. Google biedt slim weerwerk. In de zaak over de prijsvergelijkingsresultaten betoogde het bedrijf dat het consumenten snel toegang wil geven tot relevante informatie en ze niet wil verplichten door te klikken naar een andere zoekmachine. De Commissie heeft in die zaak veel kritiek gekregen omdat ze niet kon aantonen dat consumenten door de werkwijze van Google een betere dienst werd ontzegd. In de Android-zaak houdt het zoekbedrijf vol dat restricties nodig zijn om van opensourceplatformen een succes te maken. De behoeften van iedereen die ze gebruikt (niet alleen consumenten, maar ook ontwikkelaars, fabrikanten van apparaten en Google zelf) moeten "zorgvuldig" worden afgewogen, schreef Sundair Pichai, de baas van Google, in een blogbericht na de uitspraak van de Commissie. Volgens hem riskeert het besluit het gezonde opensource-ecosysteem kapot te maken, omdat het Android in incompatibele versies doet uiteenvallen en omdat het voor Google minder winstgevend wordt om in de software te investeren. Maar de Commissie staat sterker. Als aanbieder van een zoekmachine en aanverwante diensten met aanzienlijke marktaandelen zal Google altijd een drijfveer hebben om aanbiedingen van rivalen te discrimineren, merkt Damien Geradin van de universiteit van Tilburg op. En maar weinig mensen zullen begrip opbrengen voor de waarschuwing van Sundair Pichai. Het is lastig een opensource-ecosysteem te beheren, maar dat geeft Google nog niet het recht alternatieve ecosystemen de kop in te drukken. Regels die bepalen waar de fabrikanten van apparaten precies icoontjes van apps moeten plaatsen lijken draconisch. Hun doel, de zoekmachine van Google beschermen tegen concurrentie, lijkt duidelijk. En de restricties hebben gevolgen gehad. Een voorbeeld zijn de Fire-telefoons van Amazon. Dat die niet van de grond zijn gekomen, komt voor een deel door Google. Maar de oplossingen van de Commissie volstaan helemaal niet om Google in het gareel te krijgen. De aanpak van Margrethe Vestager werkt al niet in de zaak over de prijsvergelijkingsresultaten. In september koos Google voor een oplossing die haar voorganger, Joaquín Almunia, eerder had afgewezen: het veilt de plekjes voor prijsvergelijkingsresultaten in zijn zoekmachine. Tot dusver heeft het nieuwe aanbod maar weinig bieders aangetrokken, hoogstwaarschijnlijk omdat ze geen zin hebben een groot deel van hun kleine marges af te staan. Slechts een kleine 6 procent van de plekken wordt momenteel benut door aanbiedingen van concurrenten. Bij de Android-zaak lijkt de oplossing simpeler. Google heeft geen keus, het moet de restricties opheffen. Maar zijn Android-ecosysteem en de meeste van zijn apps zijn zo ingeburgerd, dat het waarschijnlijk niet tot grote veranderingen in de mobiele industrie zal leiden. Als ze meer concurrentie wil creëren, zal de Commissie strengere en specifiekere oplossingen moeten eisen. Zoals de zaken er nu voor staan, heeft Google er alle belang bij zo lang mogelijk een cyclus in stand te houden waarin een ontoereikende oplossing wordt gevolgd door boetes. Op die manier zal het jaren duren voor er een betekenisvolle impact is.