Golfterreinen. Hoe bespottelijk het ook klinkt, enkele jaren geleden stipte een internationaal consultancybedrijf onze uitmuntende Belgische golfterreinen aan als een van de redenen waarom buitenlandse investeerders in ons land geïnteresseerd zijn. Niet alleen wil het bedrijf een prettig werkkader, ook de topmensen hebben wat overtuigingskracht nodig. Vandaag lijkt het alsof het nog een van de enige troeven is die ons land telt. Hoewel, met het weer van de jongste weken, lijkt ook dit voordeel in het water te vallen.
...

Golfterreinen. Hoe bespottelijk het ook klinkt, enkele jaren geleden stipte een internationaal consultancybedrijf onze uitmuntende Belgische golfterreinen aan als een van de redenen waarom buitenlandse investeerders in ons land geïnteresseerd zijn. Niet alleen wil het bedrijf een prettig werkkader, ook de topmensen hebben wat overtuigingskracht nodig. Vandaag lijkt het alsof het nog een van de enige troeven is die ons land telt. Hoewel, met het weer van de jongste weken, lijkt ook dit voordeel in het water te vallen. Leterme I heeft het vertrouwen gekregen. Vijftien ministers en zeven staatssecretarissen kunnen eindelijk aan de slag. Over het aantal politieke topmensen wordt nogal meewarig gedaan. Tweeëntwintig federale bewindsmensen vullen de 38 regionale ministerpostjes aan. Dat brengt het totaal in ons land op zestig. Per 17.000 inwoners tellen we dus een bewindsman. Of met een waterkansje, een bewindsvrouw. Benieuwd hoeveel cabinetards we per inwoner overhouden met deze regering. In Nederland doen ze het met 27 ministers en staatssecretarissen. Het land telt ongeveer 16 miljoen inwoners. Frankrijk prijkt met 37 ministers en staatssecretarissen en een hoge commissaris op zijn web. Circa 60 miljoen inwoners. Maar we mogen niet te streng zijn: Duitsland heeft zestien nationale ministers, maar tel alle regionale ministerpostjes erbij en het wordt een kluwen. Na nummer 100 wordt het tellen te vermoeiend. We hebben dus nog ruimte voor zeker één extra minister: de vicepremier en minister van Begroting, Coördinatie en Veld-Werk. > Begroting: de begrotingsbevoegdheid wordt overgelaten aan een staatssecretaris. Dit is niet zo onbegrijpelijk als het in eerste instantie klinkt. Deze regering heeft geen begrotingsambitie dus waarom zou een volwaardige minister zich hierover moeten buigen? Maar de ambitie is fundamenteel noodzakelijk. Een begrotingsoverschot van 1 % tegen 2011, zoals nu is ingeschreven, betekent dat we nu al met z'n allen ferm moeten gaan sparen. Niet alleen om ons eigen pensioen bij te passen. Ook voor onze kinderen die de rekening gepresenteerd zullen krijgen van het financiële wanbeheer van vandaag. > Coördinatie: het aantal ministers doet er eigenlijk niet toe. Het zijn hun bevoegdheden die tellen. En dat is lachen. Enerzijds wegens de verdeeldheid. De minister van Ondernemen is niet bevoegd voor de Zelfstandigen. Zijn zelfstandigen dan geen ondernemers? De minister voor Migratie en Asielbeleid draagt niet de verantwoordelijkheid voor Maatschappelijke Integratie. Die van Sociale Zaken heeft niets te zeggen over Pensioenen. Wie gaat wat kunnen beslissen? Anderzijds doet een aantal bevoegdheden van de staatssecretarissen de vraag rijzen of ze wel een voltijdse job hebben. Soms weegt de bevoegdheid te licht, bij anderen is ze bijna volledig geregionaliseerd. En één staatssecretaris is gewoon zonder functie toegevoegd aan Financiën, zonder verdere specificatie. Eentje moet hopen dat de regering niet te snel valt, want hij moet het EU-voorzitterschap van 2010 voorbereiden. En neem onze nieuwe staatssecretaris voor Mobiliteit, Etienne Schouppe. De top van de NMBS die volop de financiële gaten dicht, moet de wenkbrauwen fronsen. Maar ook: was dit geen verder te regionaliseren bevoegdheid? Als de regering een tip nodig heeft over waar te besparen ... > Veld-Werk: alle ministers en staatssecretarissen hebben grootse plannen. In theorie alleszins. De Trendsjournalisten schuimen dezer dagen de Vlaamse provincies af in het kader van de Trends Gazellen en de Top 100-ondernemingen. Ze luisteren naar de verzuchtingen van onze ondernemers. Werkkrachten. Daar wringt het schoentje. De lang aangekondigde War for Talent woedt hevig op het terrein. Bedrijven vinden geen personeel meer; niet op de arbeidsvloer, niet in de bediendekamers. Het gebeurt niet zo vaak, maar afgelopen weekend zat Louis Michel (MR) er in Het Laatste Nieuws goed op: "Mij choqueert het niet dat elk gewest binnen welbepaalde perken zijn eigen vennootschapsbelasting zou heffen en verantwoordelijk zou zijn voor de activering van zijn werklozen." Alleen met de activering van werklozen komen we er echter niet. De oplossingen moeten op maat zijn, zo dicht mogelijk bij de bedrijven zelf. Een verdere regionalisering van de arbeidsmarkt dringt zich op. En laat nu net 'Madame Non' oftewel Joëlle Milquet (cdH) minister van Werk zijn. Een doordachte keuze van de Vlamingen. Gezien bovenstaande moet het pleidooi voor nog één minster van Begroting, Coördinatie en Veld-Werk te overwegen zijn. Laat hem (of misschien wel haar) zijn werk doen en laat de rest rustig pronken met zijn titel op - waarom niet - het golfterrein. Blijkbaar zijn er een aantal heel goede in ons land. (T) de auteur is adjunct-hoofdredacteur. An Goovaerts