Toen Richard Nixon in 1968 campagne voerde als presidentskandidaat voor de Republikeinen, deed hij dat met de slogan 'Make America Safe Again'. Bij de huidige partijkandidaat, Donald Trump, is dat 'Make America Great Again'. Daar stopt de dweperij van de vastgoedtycoon met Nixon evenwel niet. Trump heeft veel boodschappen van toen gerecycleerd in zijn campagne.
...

Toen Richard Nixon in 1968 campagne voerde als presidentskandidaat voor de Republikeinen, deed hij dat met de slogan 'Make America Safe Again'. Bij de huidige partijkandidaat, Donald Trump, is dat 'Make America Great Again'. Daar stopt de dweperij van de vastgoedtycoon met Nixon evenwel niet. Trump heeft veel boodschappen van toen gerecycleerd in zijn campagne. "Als we kijken naar Amerika, zien we steden gehuld in rook en vuur", vertelde Nixon 48 jaar geleden bij de aanvaarding van zijn nominatie op de Republican National Convention in Miami. "We horen sirenes in de nacht. We zien Amerikanen sterven op slagvelden in het verre buitenland. We zien Amerikanen die elkaar haten, elkaar bevechten, elkaar hier in eigen land doden. Miljoenen Amerikanen schreeuwen hun angst uit: 'Zijn we hiervoor zover gekomen?'" Dat is niet het enige wat recht uit Trumps mond had kunnen komen. "Amerika zit vandaag in de problemen, niet omdat zijn volk gefaald heeft, maar omdat zijn leiders gefaald hebben", verklaarde Nixon diezelfde dag. "Wat Amerika nodig heeft, zijn leiders die de grootsheid van zijn volk evenaren." Hoezeer de twee mannen op elkaar lijken, leert het dagboek dat Harry Robbins 'Bob' Haldeman bijhield in de vier jaar en drie maanden dat hij in het Witte Huis stafchef was van Nixon. The Haldeman Diaries schetst het beeld van een cynische, egoïstische en opportunistische president, omschrijvingen die ook vaak opduiken als het over Trump gaat. Daaronder ging evenwel een onzekere, heel complexe man schuil, die voortdurend op zoek was naar bevestiging. Op dat gebied lijkt Trump anders. "Donald Trump is het schoolvoorbeeld van een narcist", meent Jean Twenge, een psychologieprofessor van de San Diego State University die zich heeft gespecialiseerd in narcisme. Net als Trump nu, leefde Nixon in een periode waarin veel kiezers zich lieten verleiden tot populistische boodschappen. De Trump van Nixons tijd was de populist George Wallace, een Democratische politicus die in 1968 opkwam voor de rechtse American Independent Party. Hij voerde een anti-burgerrechtencampagne en was onder meer voorstander van de rassenscheiding. Bij de verkiezing kozen bijna 10 miljoen Amerikanen voor Wallace, goed voor 13,5 procent van alle stemmen. Nixon won dan wel in 1968 en 1972, maar niet zonder een onverkwikkelijk geurtje. Als opportunist pur sang haalde hij veel stemmen bij racistische blanken uit de zuiderse staten die zich van de Democratische Partij hadden afgekeerd nadat die zich achter gelijke burgerrechten had geschaard. De zogenoemde Southern Strategy boorde het diepe ongenoegen van de blanke arbeidersklasse aan. "Nixon benadrukte dat nu eenmaal moest worden erkend dat het hele probleem bij de zwarten ligt", schreef Haldeman. "Het punt is een systeem te bedenken dat dit erkent." Ook bij Trump staat etniciteit centraal in de campagne. Zo bestempelde hij Mexicanen als criminelen en verkrachters, riep hij op tot een immigratieverbod voor moslims, beledigde hij de Joodse gemeenschap en stigmatiseerde hij zwarte Amerikanen. Die boodschappen gaan erin als zoete koek bij een groot deel van de blanke Amerikanen. Niet alleen zien zij steeds meer arbeidersbanen verdwijnen, er is ook de toegenomen concurrentie op de arbeidsmarkt door immigranten. Er zijn markante gelijkenissen tussen het beeld van Nixon dat uit The Haldeman Diaries naar voren komt, en de verwijten die Democraten maken aan het adres van Trump. Zo toont het dagboek hoe bekrompen, kleinzerig, obsessief, overgevoelig, manipulatief en racistisch Nixon kon zijn. Ook zijn haat voor intellectuelen komt aan bod. "Nixon meent dat naarmate iemand beter opgeleid is, zijn hoofd helderder is en zijn ruggengraat slapper", verklaart Haldeman. Ook Trump wantrouwt intellectuelen, zelfs die uit de eigen partijrangen. Hij verzet zich bijvoorbeeld tegen de orthodoxe ideeën waarop de Grand Old Party al zolang drijft: hij moet niet weten van vrije handel, is tegen een vreedzame oplossing voor illegale migratie, tegen het systeem van internationale allianties, tegen hervormingen van de welvaartsuitkeringen, en laat de deur open voor belastingverhogingen. De pers heeft het moeilijk om met enige beroepsernst de contradicties in het discours van Trump te negeren. Trump was voor abortus, en tegen. Voor een wapenbeperking, en tegen. Voor een militaire interventie in Libië, en tegen. Hetzelfde met het homohuwelijk, nucleaire wapens voor Japan, een snelle afbouw van de staatsschuld en het martelen van terroristen. Hij geloofde wel in de klimaatopwarming, en niet. Vond dat de rijken meer belastingen moeten betalen, en minder. Wilde het minimumloon afschaffen, en optrekken. En hij was tot 2009 een Democraat. Trump wordt niet graag gewezen op al die contradicties. Net als Nixon heeft hij een moeilijke verhouding met de media. Haldemans dagboek is doorspekt met eindeloze tirades van de president tegen de linkse media en hoe die er alles aan deden om hem tegen te werken en foutief weer te geven. Ook Trump loopt niet hoog op met de media. "Veel journalisten zijn losers", verklaarde hij enkele maanden geleden. Trumps favoriete communicatiekanaal is Twitter. Met die roeptoeter bereikt hij meer dan 9,8 miljoen volgers. The New York Times maakte een hallucinante lijst van de beledigingen die Trump gespuid heeft over 239 mensen, plaatsen en dingen. Het lijkt wel alsof hij het advies van Henry Kissinger aan Nixon woord voor woord ter harte heeft genomen. "De enige manier waarop we het probleem van de pers kunnen aanpakken, is ons eigen nieuws naar buiten brengen en de oppositie brutaal en gemeen aanvallen", meende de veiligheidsadviseur van de president. Het lijkt Trump ook niet echt uit te maken of zijn aantijgingen kloppen. Volgens Politifact, een onpartijdige factchecker, is 75 procent van Trumps uitspraken leugenachtig, en 19 procent leugens van de zuiverste soort. Slechts 2 procent van zijn uitspraken is waar, en 6 procent grotendeels waar. Ondanks al hun gelijkenissen is er wel een belangrijk verschil tussen Nixon en Trump, aldus The Washington Post. "Toen Richard Nixon zei dat hij sprak voor de 'stille meerderheid', had hij effectief een meerderheid achter zich. Vandaag zegt Donald Trump veel van dezelfde dingen. Maar de mensen voor wie hij spreekt zijn niet stil, en ze zijn geen meerderheid." Dat eerste past bij de stijl van Trump, maar om de 45ste president van de Verenigde Staten te worden, zal hij nog hard moeten werken aan dat tweede. Pas dan zal hij met het V-teken dat hij nu al te pas en te onpas maakt in de voetsporen treden van de man die het populariseerde. De artikelen op deze pagina's verschenen de voorbije week al in The Daily Trends, het dagelijkse nieuwsmagazine van Trends. Als abonnee leest u The Daily Trends gratis op thedailytrends.be, of via de app.DAAN BALLEGEERNet als Trump nu, leefde Nixon in een periode waarin veel kiezers zich lieten verleiden tot populistische boodschappen.