DANIEL BARENBOIM
...

DANIEL BARENBOIMNa een jaar van buitengewone gebeurtenissen in de Arabische wereld is nu ook de tijd aangebroken om de vooruitzichten van het Israëlisch-Palestijns conflict te veranderen. In zeventig jaar werd dat geschil vanuit veel hoeken benaderd en toch is geen van de betrokkenen er ooit in geslaagd de ware aard van het conflict te begrijpen. Het is niet politiek, maar fundamenteel menselijk, een conflict tussen twee volkeren die ondubbelzinnig hun rechten op het zelfde stukje grond opeisen. Die twee volkeren moeten begrepen worden vanuit hun specifieke geschiedenis en ze moeten zelf het feit aanvaarden dat hun lotsbestemmingen onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. In plaats van ons af te vragen wie er begonnen is, moeten we ons afvragen wie de beslissende stap doet om er een einde aan te maken. Een van de kernproblemen is de gebrekkige wijze waarop doorgaans over het conflict van gedachte gewisseld wordt. We zijn grotendeels overgestapt op een politiek correcte benadering. Op die manier wordt de vrijheid van meningsuiting beknot. Een goed voorbeeld is de kwestie van de Palestijnse soevereiniteit: heel wat Israëlische burgers zouden geredelijk toegeven dat het Palestijnse volk een eigen staat nodig heeft, maar in de huidige discussie lijkt de consensus erin te bestaan dat het niet de juiste tijd is. In plaats van het lot van de regio in handen te leggen van politici en diplomaten, moeten we de individuele burger de kans bieden om zich uit te spreken. Het Egyptische volk heeft ons getoond dat het bereid is om zijn lot in eigen handen te nemen. Ook al is de uitkomst van hun opstand nog onzeker, we moeten ze nu al eer bewijzen en aanmoedigen. Positief burgerinitiatief kan alleen tot stand gebracht worden door rationele burgers. Om dat te bevorderen, moet een nieuwe generatie van intellectuelen gevormd worden. Edward Said heeft de rol van de intellectueel opnieuw verwoord. Hij zegt dat diens opdracht erin moet bestaan de menselijke vrijheid en kennis te bevorderen. In een lezing in 2001 zei hij dat het de rol van de intellectueel is om zich tegen de regering op te stellen, vooral in het Midden-Oosten, waar er doorgaans van uitgegaan wordt dat het de regeringen mangelt aan geloofwaardigheid en populariteit, aan cultuur en rede. Volgens Said moeten de intellectuelen "niet alleen de toestand omschrijven, maar ook de mogelijkheden voor actieve tussenkomst aftasten". Ze dienen als uitkijkposten voor de rest van de samenleving. De Arabische Lente bracht een aantal van zulke uitkijkposten tevoorschijn. Tijdens ons symposium in Spanje in 2011 voerden de leden van het West-Eastern Divan Orchestra (het orkest dat door Said en mij opgericht werd in 1999) een levendige discussie met academici, publicisten en actievoerders uit Israël, Libanon en Egypte. Die waren bijzonder degelijk geïnformeerd en ze hadden uitstekende connecties. Ze leken dan ook ideaal geplaatst om de gebeurtenissen te analyseren en alternatieve scenario's naar voren te schuiven. Ze waren allen jonger dan veertig jaar en leken grondig overtuigd van Saids visie op hun functie als figuren die inspireren en uitdagen. Ze zouden deel kunnen uitmaken van een nieuwe generatie van intellectuelen die de burgers kunnen helpen om te ontsnappen uit het keurslijf van het 'aanvaardbare' en hen er wellicht kunnen toe brengen om de fundamentele waarheid te erkennen, dat hoe meer je jouw tegenstander begrijpt, hoe gemakkelijker je hem accepteert en zelf door hem geaccepteerd wordt. Alle Palestijnen moeten toegeven dat geweld geen remedie vormt voor het lijden dat het leven onder bezetting of in ballingschap met zich brengt. De Palestijnen hebben weliswaar het recht om aanstoot te nemen aan de Israëlische aanspraken op wat zij als hun thuisland beschouwen, maar ze moeten nu de werkelijkheid van het bestaan van Israël onder ogen zien. De Israëli's moeten niet alleen de bezetting opheffen en de nederzettingen ontmantelen, ze moeten ook de verantwoordelijkheid opnemen voor alles wat tijdens de bezetting gebeurde. Ze hebben het recht om hun grenzen te beveiligen volgens het tracé van voor 1967, met kleine aanpassingen, maar ze moeten Oost-Jeruzalem aanvaarden als de hoofdstad van Palestina en het feit erkennen dat niemand moreel het recht heeft om een ander volk het recht tot terugkeer te ontzeggen. De uitvoering van dat recht is iets dat door beide partijen onderhandeld moet worden. De auteur is dirigent.In plaats van het lot van de regio in handen te leggen van politici en diplomaten moeten we de individuele burger de kans bieden om zich uit te spreken.