Met een sierlijk boogje vlogen de champagnekurken op vrijdag 17 maart 2000 door de lucht van de Amsterdamse beurs. Met World Online vierde het Damrak namelijk de grootste beursintroductie uit zijn geschiedenis. Voor de zoemende camera's vertelde oprichtster Nina Brink onbewogen dat ze niet meteen van plan was om haar aandelen om te zetten in klinkende munt. Wat de in Brasschaat wonende zakenvrouw met sfinxallures echter verzweeg, was dat ze kort voor de beursgang wel al een groot pakket had verzilverd.
...

Met een sierlijk boogje vlogen de champagnekurken op vrijdag 17 maart 2000 door de lucht van de Amsterdamse beurs. Met World Online vierde het Damrak namelijk de grootste beursintroductie uit zijn geschiedenis. Voor de zoemende camera's vertelde oprichtster Nina Brink onbewogen dat ze niet meteen van plan was om haar aandelen om te zetten in klinkende munt. Wat de in Brasschaat wonende zakenvrouw met sfinxallures echter verzweeg, was dat ze kort voor de beursgang wel al een groot pakket had verzilverd. Institutionele investeerders betaalden haar op voorhand 6 dollar per aandeel, wat een heel stuk minder was dan de introductieprijs voor het publiek, die maar liefst 43 euro bedroeg. Door die transactie gaf Brink eigenlijk te kennen dat haar bedrijf veel te duur naar de beurs werd gebracht. Verblind door de heersende beurseuforie waren de beleggers echter probleemloos bereid om de gekste prijzen te betalen. Nauwelijks twee dagen later volgde al de kater, want mede door het uitlekken van de informatie dat Brink zelf aan de kant van de verkopers stond, kelderde de koers. De gedupeerden lieten het daar niet bij en trokken naar de rechtbank. Die sprak Nina Brink weliswaar vrij, maar World Online, intussen overgenomen door Tiscali, werd later wel veroordeeld tot het betalen van een forse schadevergoeding. Op haar manier maakte Nina Brink bedrijfsleiders met beursplannen bewust van de risico's van een beursgang. Een beursintroductie is namelijk niet per definitie een feest en een gebrekkige communicatie op dat cruciale moment leidt steeds vaker tot claims van ontevreden beleggers. De opkomst van gespecialiseerde kantoren als Deminor heeft die trend alleen maar versterkt. Om de bedrijven en hun bestuurders tegen de specifieke risico's van een beursgang in te dekken, ontwikkelden de verzekeringsmaatschappijen onlangs een aangepast product: de Securities Offering Liability Insurance (Soli). De gewone verzekering voor bestuurdersaansprakelijkheid (BA) vormt de basis voor deze polis, maar er zijn toch een aantal duidelijke verschillen. Zo is de gewone BA-verzekering meestal jaarlijks aanpasbaar, de termijn van een Soli bedraagt standaard vijf jaar. Die termijn begint meestal kort voor de beursintroductie te lopen. Een ander verschil is dat niet alleen de bestuurders, maar ook het bedrijf zelf gedekt is. De bepaling van het te verzekeren bedrag is een heikel punt. In de praktijk raden de verzekeraars een percentage aan van het opgehaalde kapitaal bij de beursgang. Dertig procent van de extra free float is een gangbare praktijk. Het tarief is dan weer afhankelijk van een batterij factoren zoals de sector en de volatiliteit. "Als een bedrijf een beroep doet op het Amerikaanse spaarwezen, kan het tarief makkelijk verdubbelen. Het te pas en te onpas indienen van claims is daar zowat de nationale sport geworden," aldus Bart Van Gysegem, financial lines manager Belux bij AIG Europe, naar eigen zeggen marktleider in dit segment. Vijf jaar na het World Online-debacle is het verzekeren van beursintroducties een standaardprocedure geworden in de financiële wereld. Van de nieuwe introducties vorig jaar op Euronext Brussel hebben zowel Devgen, Galapagos als Elia zo'n polis afgesloten. "Een beursgang is een zeer belangrijke gebeurtenis voor een onderneming, en het is niet altijd even makkelijk om alle risico's vooraf in te schatten. Een beursgangverzekering wordt dan ook warm aanbevolen door de investeringsbankiers," verklaart investor relations manager Bert Maes de strategie van netwerkbeheerder Elia. Meldt Galapagos nog netjes in het prospectus dat ze zo'n contract onderschreven hebben, dan doet Telenet uiterst geheimzinnig over deze thematiek. "Dat is geheime bedrijfsinformatie," reageert woordvoerder Stefan Coenjaerts na lang aandringen laconiek. Ook Benoit Heins, investor relations officer van Zetes, dat in november vorig jaar een notering kreeg, wil deze informatie niet publiek maken. 2005 was dan wel een succesjaar voor introducties op Euronext Brussel, het aantal grote bedrijven dat naar die beurs trok bleef vrij beperkt. Daarom heeft de verzekeringssector zijn pijlen nu gericht op het groeiende aantal kleine bedrijven dat een notering op de niet-gereglementeerde Vrije Markt ambieert. Een op maat gemaakte polis voor hen zou al kunnen vanaf 25.000 euro. Toch liggen de kleintjes die vaak maar 1 miljoen euro ophalen niet echt wakker van die verzekering. Iets wat zeker geldt voor Bernard Ruzziconi, gedelegeerd bestuurder van Small Caps Finance, dat de voorbije maanden onder meer Reibel en Val Saint-Lambert naar de Vrije Markt bracht en volgend jaar zelf een notering wil. "Voor het management dat zijn bedrijf naar de beurs brengt, is de koersevolutie niet altijd even belangrijk. Neem bijvoorbeeld Telenet. Het management heeft zich maar weinig zorgen gemaakt over de veel te hoge waardering bij de introductie. Dat is anders wanneer het de entrepreneur is die zijn bedrijf naar de beurs brengt. Die heeft er namelijk wel alle belang bij dat de koers blijft stijgen. Daarom ben ik ervan overtuigd dat er maar weinig KMO's geïnteresseerd zullen zijn om een beursgangverzekering af te sluiten."Dirk Van Thuyne