HERMETISCH ?
...

HERMETISCH ?Op 30 mei jl. keurde de regering in een speciale thematische ministerraad het voorontwerp van wet goed dat de wet van 21 maart '91 zeg maar, de moeder van alle telecomregels in dit land wijzigt. Daarnaast was er ook een voorontwerp van wet dat de bestaande wet op de private radiocommunicatie aanpast. Tenslotte passeerde een rij van zeven ontwerpen van KB's de revue. Waarover gingen die besluiten ? 1. Telefoongidsen. Uitgevers zoals ITT Promedia zijn niet meer verplicht een witte, gewone telefoongids uit te geven. Op die wijze hoopt de overheid de nutteloze papierberg tegen te gaan. 2. Interconnectie. Telecomoperatoren krijgen een basistermijn van zes maanden toegewezen om te beslissen over de onderlinge verbinding van hun netwerken. Na die termijn kan het BIPT (Belgisch Instituut voor Post- en Telecom) voor henarbitreren. Maar transparantie inzake de prijszetting is nog steeds zoek. Premier Dehaene liet in dit verband weten dat Belgacom vóór 1 juli zijn tarieven terzake moet bekendmaken. Pittige randnota : vorige week maandag bereikten Mobistar en Belgacom, na maandenlang gepalaver, een akkoord over hun onderlinge connectietarieven. "De deal was niet goedkoop, en zou beter kunnen," zei Mobistar-voorzitter John Cordier. "Maar hij is jaarlijks herzienbaar." De kans dat dit akkoord als benchmark zal dienen voor andere operatoren is gering aangezien de prijzen voor mobilofoonconnectie anders zijn voor draadtelefonie of semafonie. 3. BIPT. De procedure voor bemiddeling en arbitrage bij geschillen is vastgelegd. Het regelgevende BIPT krijgt echter geen waterdicht onafhankelijk statuut. Het blijft onder de bevoegdheid van Telecomminister Elio Di Rupo ( PS), die ook voogdijminister is van Belgacom. 4. Satellieten. De mogelijkheid om gebruik te maken van satellieten voor het leveren van niet-gereserveerde diensten. 5. Beheerscontract. Belgacom moet voor 1996 en '97 géén monopolievergoeding meer betalen aan de overheid, hoewel de operator tot 1 januari '98 nog steeds van een monopoliestatuut geniet (in de draadtelefonie). 6. Nummeringsplan. Na het jaar 2000 maar zónder een precies tijdstip te vermelden moet nummeroverdraagbaarheid, waarbij het telefoonnummer niet meer aan een toestel, maar aan een persoon wordt toegewezen, mogelijk zijn. Dit is een grote tijds handicap voor operatoren zoals Telenet, die in belangrijke mate mikken op het bestaande cliënteel van Belgacom. Technisch gezien zou Belgacom nochtans al nummeroverdraagbaarheid vanaf eind 1999 kunnen doorvoeren, zo vertelde topman John Goossens twee maanden terug aan dit blad (zie Trends 17 april '97). 7. Semafonie. Het lastenboek voor kandidaat-operatoren in de semafonie wordt (volgens de ERMES-norm) geregeld en de procedure tot selectie van die operatoren vastgelegd. Volgens een woordvoerder van het BIPT zou de gunningsprocedure al in september e.k. kunnen opgestart worden om dan ten laatste tegen begin volgend jaar finaal afgerond te worden. Bij diverse betrokkenen uit het Belgische telecomlandschap leeft nogal wat wrevel over het hermetisch afgesloten karakter waarin de voorbereiding van die KB's totstandkwam. Sommigen spreken onverbloemd van "een ernstig communicatieprobleem". Volgens onze informatie werd geen enkele houder van een vooraf door de overheid verleende telecomlicentie geïnformeerd over de stand van zaken van dit wetgevende werk. Zelfs het Raadgevend Comité voor Telecommunicatie kreeg vooraf geen inzage van de teksten van de ontwerp-KB's. Het nut van een dergelijke organisatie wordt dan ook sterk in vraag gesteld.