De financiële markten likken nog volop hun wonden. Wat begon als een crisis in de Amerikaanse markt van de rommelhypotheken groeide op enkele weken tijd uit tot een wereldwijde bezinning over risico's, overwaarderingen, schuldgraden en terugbetalingscapaciteit - elementen die tijdens de Grote Euforie van de voorgaande jaren nauwelijks nog aandacht kregen. Zeker in de loop van de 20ste eeuw leerden we met scha en schande dat het er in zulke episodes van opperste commotie op de geld- en kapitaalmarkten vooral op aankomt om de schade aan de reële economie van jobs, investeringen en innovaties zo beperkt mogelijk te houden. Centrale banken spelen daarin een absoluut cruciale rol.
...

De financiële markten likken nog volop hun wonden. Wat begon als een crisis in de Amerikaanse markt van de rommelhypotheken groeide op enkele weken tijd uit tot een wereldwijde bezinning over risico's, overwaarderingen, schuldgraden en terugbetalingscapaciteit - elementen die tijdens de Grote Euforie van de voorgaande jaren nauwelijks nog aandacht kregen. Zeker in de loop van de 20ste eeuw leerden we met scha en schande dat het er in zulke episodes van opperste commotie op de geld- en kapitaalmarkten vooral op aankomt om de schade aan de reële economie van jobs, investeringen en innovaties zo beperkt mogelijk te houden. Centrale banken spelen daarin een absoluut cruciale rol. De ironie van het lot wou dat net op het moment dat de Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve Board (Fed), duidelijk te kennen gaf dat zij zich van haar rol in die operatie schadebeperking zeer goed bewust is, de memoires van Alan Greenspan, de voorganger van Ben Bernanke als voorzitter van de Fed, verschenen. Zelfs met pensioen blijft deze sfinx moeiteloos alle aandacht naar zich zuigen. In The Age of Turbulence beschrijft Greenspan haarfijn hoe hij tijdens zijn bijna 20-jarig regnum aan het hoofd van de Fed constant worstelde met afwegingen bij de formulering van het monetaire beleid. Zij die Greenspan vandaag de zwartepiet doorspelen voor de huidige crisis - "de man toonde zich systematisch bereid de markten te depanneren" - beschikken over goede argumenten. Greenspan zelf ontwikkelt echter ook een indrukwekkend pleidooi. Wie objectief probeert de argumenten van beide kampen op een rijtje te zetten, moet besluiten dat Greenspan minstens een draw uit de brand redt. Op 18 september jl. voerde de Fed van Ben Bernanke een onverwachte grote daling van haar basisrentevoet door: van 5,25 % naar 4,75 %. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat er snel méér van dit zal komen en wel om ten minste vier redenen. Ten eerste blijven de rentevoeten - in reële termen; dus na correctie voor inflatie - behoorlijk hoog, op 2,50 % (4,75 % min een inflatie van om en bij de 2,25 %). Een reële rente van dit niveau wijst op een restrictief monetair beleid. Gegeven de forse terugval van de economische groei in de VS valt zulk een restrictief beleid moeilijk te verdedigen. Ten tweede geven andere relevante indicatoren, zoals de evolutie van de geldhoeveelheid en van de kredietverlening, ook aan dat het monetaire beleid echt wel remmend werkt vandaag. Ten derde, dalende rentevoeten kunnen de dollar voort de dieperik induwen, maar de Amerikanen liggen daar niet echt wakker van, integendeel zelfs. De erg slappe greenbuck stimuleert immers de export en, zo blijkt uit (nog) niet gepubliceerd studiewerk binnen de Fed, oefent slechts een marginale invloed uit op het Amerikaanse inflatiecijfer. Last but not least werkte de Fed in het verleden altijd met uitgesproken bewegingen. We bedoelen hiermee dat de Fed gedurende een langere tijd altijd in één richting ging met haar beleid en geen jojo speelde. Bijgaande grafiek van de Fedbasisrente illustreert dit ten overvloede. De boodschap van zulk een traject is dat de Fed duidelijk weet wat men wil (of toch ten minste die indruk tracht te wekken). Alzo verhoogt men de geloofwaardigheid van de instelling waardoor het beleid aan kracht wint in de markten. Uitgaande van bovengaande basisgegevens in de VS - dreigende of misschien wel effectieve recessie en een inflatie die duidelijk onder de 3 % blijft - staat het dan ook in de sterren geschreven dat de Fed in de komende maanden stevig naar beneden zal gaan met haar basisrentevoet. Van 4,75 % naar 4 % lijkt ons een quasizekerheid; terugvallen tot 3,50 % is een realistisch perspectief. Trekt de Fed daarmee een nieuwe gektecyclus op de geld- en kapitaalmarkten op gang? Best mogelijk. Heeft de Fed een alternatief? Qua rentebeleid niet. Wel kan er aan weloverwogen regelgeving gedacht worden (kapitaalverplichtingen voor hefboomfondsen, bijvoorbeeld). De auteur is algemeen directeur van het VKW. Johan Van Overtveldt