De eerste resultaten van Deceuninck, de West-Vlaamse producent van pvc-profielen, onder zijn nieuwe CEO Francis Van Eeckhout, de opvolger van de opgestapte Tom Debusschere, zijn een meevaller. Via de holding Gramo is Van Eeckhout ook de referentieaandeelhouder, met meer dan een kwart van de aandelen. Hij stapte in het kapitaal bij de kapitaalverhoging voor de overname van Pimas, de pionier van pvc-raamsystemen in Turkije, die er actief is onder de merknaam Pimapen. Pimapen is het bekendste merk van kwaliteitsramen in Turkije. Het beschikt in het land over een netwerk van 1200 verkooppunten.

Deceuninck is al een vijftiental jaar met succes actief in Turkije, de op een na grootste pvc-ramenmarkt van Europa (325.000 ton volume per jaar). Bovendien is er nog flink wat groeipotentieel. Pimas beschikt over twee productievestigingen. De grootste is die in Gebze, maar sinds 2007 is er ook een in Rostov-on-Don (Rusland). Rusland is de grootste pvc-ramenmarkt van Europa (370.000 ton volume per jaar). Deceuninck is daar al een decennium actief, onder de merknaam Enwin.

Zorgenkind Rusland

De overname van Pimas had een grote invloed op de jaarresultaten in 2015, maar speelde in de eerste helft van dit jaar veel minder een rol. Toch steeg de omzet opnieuw met 5,8 procent tot 312,1 miljoen euro. Die groei kan worden opgesplitst in 5,3 procent volumegroei, 6,2 procent positieve prijs- en mixeffecten en een negatief wisselkoerseffect van -5,6 procent. Deceuninck trok de positieve trend van vorig jaar dus door. Tegen constante wisselkoersen is er een omzettoename met 11,4 procent. De daling van de Turkse lira (-14,9%) herleidde de groei met 25,4 procent in Turkije en de opkomende landen tot 10,5 procent.

Noord-Amerika kan met een groei van 7,2 procent het hoge tempo van vorig jaar niet aanhouden. Het herstel op de thuismarkten in West-Europa zette in de eerste drie maanden door, met een omzettoename met 7,4 procent. Minder florissant zijn de ontwikkelingen in Centraal- en Oost-Europa. Daar noteerde Deceuninck een verdere krimp met 2,6 procent. Het grootste zorgenkind blijft Rusland.

Vorig jaar herstelde de rendabiliteit van Deceuninck al spectaculair, en die klim heeft in de eerste zes maanden doorgezet. De recurrente bedrijfskasstroom (rebitda, ebitda zonder eenmalige elementen) maakt een sprong van 27 procent tot 32,5 miljoen euro, wat overeenkomt met een rebitda-marge van 9,9 procent, tegenover 8,2 procent in de eerste helft van 2015. De nettowinst klimt van 4,7 naar 13,1 miljoen euro (0,09 euro per aandeel). De groei moet volgens het management in de tweede jaarhelft aanhouden.

Nieuwe fabrieken

Belangrijk voor de komende jaren zijn enkele nieuwe projecten zoals de bouw van een fabriek in Turkije en de integratie van de fabriek in Gebze. Er komt ook een fabriek aan de Westkust van de VS. In de eerste helft van dit jaar stegen de investeringsuitgaven (capex) van 12,5 naar 32,6 miljoen euro.

De markt reageerde positief op de meevallende halfjaarcijfers. Het aandeel van Deceuninck blijft redelijk gewaardeerd tegen 7 keer de verhouding tussen de ondernemingswaarde (ev) en de ebitda voor 2016 en tegen 1,1 keer de boekwaarde en 16,5 keer de verwachte winst voor 2017.

Danny Reweghs