Betere wereld door meer afspraken
...

Betere wereld door meer afsprakenEconomen als Paul Krugman fulmineren terecht tegen allen die de internationale handel tussen landen louter zien als een spel waarbij de ene vooruitgaat ten nadele van de andere. De snelle opkomst van de Oost-Aziatische "tijgers" is inderdaad niet gebeurd ten koste van onze economie, maar biedt ons zelfs nieuwe exportkansen. Toenemende internationale handel en concurrentie zijn dus veeleer een win-win- dan een win-verlies-proces. Titel en ondertitel van het nieuwste boek van Hazel Henderson, "Building a win-win world. Life beyond global economic warfare" (1996, San Francisco, Berret-Koehler), zouden het vermoeden kunnen scheppen dat dit werk in Krugmans straatje past. Dat is echter niet het geval en ook Henderson heeft een punt. Hazel Henderson is een dame die al minstens 25 jaar meedraait in het alternatieve NGO-circuit dat telkens actief wordt rond grote UNO-conferenties. Zij afficheert zichzelf als "futurist" en heeft ook nauwe connecties met de Tofflers, maar benadrukt meer dan deze laatsten de ecologische aspecten. Zoals Peter Senge, de goeroe van de lerende organisatie en een andere bekende uit haar netwerk, heeft ze haar achtergrond in de systeemdynamica. Met open vizier bestrijdt ze de heersende economische orthodoxieën, van Keynes tot de neo-klassieken, de aanbodeconomen en de monetaristen. PESSIMISME.Voor Henderson kan vrijhandel, zoals belichaamd in de regels van de GATT en de nieuwe World Trade Organisation, alleen maar leiden tot een negatieve spiraal in de internationale concurrentie. Arbeidsduurverkorting biedt daarvan een mooie illustratie. In Frankrijk wil men naar een veralgemeende 36-urenweek om de werkloosheid te bestrijden, maar in het kader van de internationale concurrentie is dat vragen om (nog meer) problemen. Toch zou het slim zijn als we overal minder gingen werken. We ontkomen er dus niet aan om naast marktwerking ook te streven naar het totstandkomen van internationale verdragen die een sociale en ethische bodem onder de markt moeten leggen. Alleen zo kunnen we tot een echte "win-win-wereld" komen. Het ergst in Hendersons visie is het als dergelijke afspraken onmogelijk gemaakt worden met een beroep op GATT- en WTO-regels.Wie vanuit een dergelijk perspectief naar de ontwikkelingen van de voorbije decennia kijkt, verwacht veel pessimisme. Het is inderdaad niet moeilijk de negatieve concurrentiespiraal te herkennen in de verhalen over kinderarbeid in de Derde Wereld of downsizing en jobless growth in de Eerste. Bovendien zijn de legitimiteit en de middelen van de UNO en haar vele onderdelen, die een rol zouden kunnen spelen bij het totstandkomen van de nodige afspraken, behoorlijk aangetast geraakt. Henderson heeft het daar bij voortduring over, maar pessimistisch is ze niet. Integendeel : nu ze de pensioengerechtigde leeftijd nadert, begint ze na een lang gevecht stilaan de smaak van de overwinning te proeven. REALITEIT.Er zijn namelijk ook bemoedigende signalen. In de economische wetenschap is er steeds meer aandacht voor duurzame en ecologisch verantwoorde groei, voor waarden en instituties en voor de totstandbrenging van nieuwe welvaartsindicatoren die recht doen aan de kwaliteit van het leven. Naast de pure vrijhandelslogica van GATT en WTO organiseren zich regionale blokken, waar men meer oog heeft voor de sociale realiteit. Als gevolg van het toegenomen kritisch bewustzijn van de burgers zien internationaal opererende bedrijven zich steeds meer gedwongen zelf een ethische bodem onder de markt te leggen. Ten slotte neemt in alle landen het belang van de informele economie toe. Het duidelijkst is dit natuurlijk in de Derde Wereld, maar ook in de meer ontwikkelde landen zien we alternatieve economische circuits ontstaan op basis van ruilhandel of lokale muntsystemen.Henderson heeft de voorbije decennia veel van deze "sociale innovaties" gevolgd, gedocumenteerd en ondersteund. Ook dit boek is er een grande parade van (niet zelden met adres en al), en misschien wel daarom nog het meest het lezen waard. Het is beslist geen coherent theoretisch werk ; het stelt niet zelden teleur door op te houden waar het interessant wordt. Storend is zeker de typisch Amerikaanse borstklopperij : mevrouw Henderson was zowat overal bij, stond aan de wieg van heel veel zaken en steekt dat bepaald niet onder stoelen of banken. De nodige beroemdheden passeren dan ook de revue. Bovendien neemt ze zonder schroom hele passages over uit artikels van meer dan 20 jaar geleden en beweert stellig dat die niets aan actualiteit hebben ingeboet. Jammer genoeg is dat niet helemaal waar, met name waar het gaat over de media, aangepaste techniek of technology assessment. PARADOX.Het boek vertoont dus de nodige gebreken, maar is niettemin verplichte literatuur voor wie niet verrast wil worden door de opkomst van het nieuwe paradigma waarover de auteur het heeft. De situatie is inderdaad op zoveel plaatsen zo onhoudbaar geworden, dat zowel de direct betrokkenen als de beleidsmakers en de economen niet langer stil mogen blijven zitten bij de oude dogma's. Opvallend is in dit verband de merkwaardige paradox van gelijktijdige schaalvergroting en -verkleining. De economie "globaliseert" en de schaal van de nieuwe technologie is door vrijwel geen enkele staat of onderneming nog te bevatten. Tegelijkertijd organiseren de lokale initiatieven zich ; ook de traditioneel meer arrogante grote ondernemingen kunnen het belang ervan niet meer ontkennen.Opmerkelijk zijn onverwachte allianties, zoals die tussen grootkapitalist Ross Perot en dergelijke basisgroepen, of het toenemend samen optrekken van de UNO en de vele NGO's die jarenlang slechts met moeite geduld werden rond de internationale UNO-conferenties. Cynici zullen antwoorden dat het gaat om allianties van machtelozen, die het bovendien onderling allerminst eens zullen zijn over dat nieuwe paradigma. Mogelijk, maar het is toch beter voorbereid te zijn en minstens oog te (leren) hebben voor de initiatieven van de over de aardkorst verspreide honderdduizenden "sociale innovatoren". DANY JACOBS Dr. Dany Jacobs is senior onderzoeker/adviseur bij het TNO Studiecentrum voor Technologie en Beleid in Apeldoorn en bijzonder hoogleraar Innovatie en Externe Organisatie aan de Technische Universiteit Eindhoven.