" Niets gaat verloren, niets ontstaat, alles wordt getransformeerd." De befaamde uitspraak die toegeschreven wordt aan de chemicus Lavoisier, vat perfect de hele milieukwestie en het industriële antwoord daarop samen.
...

" Niets gaat verloren, niets ontstaat, alles wordt getransformeerd." De befaamde uitspraak die toegeschreven wordt aan de chemicus Lavoisier, vat perfect de hele milieukwestie en het industriële antwoord daarop samen. Alles wat we nodig hebben om goederen en diensten voort te brengen, of het nu hout is of staal, water of energie, vinden we in onze omgeving. En alles wat we produceren keert er in de ene of de andere vorm naar terug, in de vorm van schroot, afval en allerhande uitstoot. Duurzaam produceren zonder negatieve impact op het milieu betekent dat alle materialen gerecycleerd worden en dat de vervuiling tot nul herleid wordt. Dat is ook de visie die ontwikkeld werd door William McDonough en Michael Braungart in een boek dat in 2002 gepubliceerd werd en uitgroeide tot een bestseller ( Cradle to cradle: Remaking the Way We Make Things). Hun theorie berust op drie fundamentele principes: de eliminatie van het begrip 'afval', de aanwending van hernieuwbare energiebronnen en het respect voor mens en natuur. Afval wordt in die visie omgevormd tot nieuwe materialen. Net zoals in de natuur het afval dat voortgebracht wordt door bepaalde organismen andere tot voedsel dient. Idealiter zou het mogelijk moeten zijn om oneindig te produceren binnen een gesloten kringloop, met dezelfde materialen, zonder enige andere toevoeging dan een beetje energie, die hernieuwbaar moet zijn. Het gaat dus duidelijk om een totaalconcept dat de eenvoudige vermindering van de impact ver te boven gaat. Om eraan te voldoen, moet een certificatieprocedure doorlopen worden die gebaseerd is op een twintigtal criteria en uiteindelijk leidt tot de toekenning van een C2C-label. In België zijn vooralsnog weinig ondernemingen voor een C2C-certificatie gegaan, enkele filialen van internationale groepen niet te na gesproken. Een pionier is PolyVision in Genk, dat behoort tot de Amerikaanse groep Steelcase. PolyVision is gespecialiseerd in hoogtechnisch emailleerwerk en produceert vooral borden (zwarte of groene krijtborden en whiteboards) en muurpanelen. Ongeveer 80 procent van de bordoppervlakte in de West-Europese scholen en universiteiten is afkomstig uit Genk. In het midden van het voorbije decennium wendde de Limburgse fabriek zich tot het cradle-to-cradleconcept. "We hebben verschillende nationale programma's bekeken, maar op aangeven van ons moederbedrijf in Amerika leek C2C ons toch het meest complete, omdat het zowel de zuiverheid van de grondstoffen, het waterbeheer, de energie, de recycleerbaarheid van het product en de maatschappelijke verantwoordelijkheid omvat", zegt Leo Gypen, directeur coatingonderzoek bij PolyVision. Een van de producten die uit de ontwikkelingscel te voorschijn gekomen is, is het eno-bord. Het is een interactief bord waarop met viltstift geschreven kan worden en dat tevens dienstdoet als projectiescherm. Geëmailleerd staal is in principe recycleerbaar: het staal zelf wordt helemaal omgevormd tot nieuw staal en het email tot slakken die in de cementnijverheid gebruikt worden. Voor de C2C-certificatie moeten wel alle producten verwijderd worden die schadelijk zijn voor de mens of het milieu. Het was niet gemakkelijk om een nieuwe formulering te vinden, maar nu is het gehalte aan schadelijke zware metalen toch teruggebracht tot minder dan 0,1 procent. De cradle-to-cradlecertificatie heeft ook zijn vaste kern van critici. Sommigen vinden dat ze misschien wel toepasbaar is op enkele nicheproducten, maar twijfelen aan de maakbaarheid op grote schaal en noemen het systeem utopisch. Anderen vinden het gewoon overbodig omdat het een overlapping vormt met het concept van ecodesign. En er bestaan andere middelen om de levenscyclus te analyseren (zoals de ISO 14040-normen). EMMANUEL ROBERT