Belgische spaarders houden van vastrentende beleggingsproducten. Dat blijkt alleen al uit de 235 miljard euro die geparkeerd staat op de spaarrekeningen bij de banken in ons land. Sinds enkele kwartalen tonen beleggers ook geleidelijk meer belangstelling voor producten die een hogere rente bieden. Dat verklaart het succes van de emissies van bedrijfsobligaties, die vorig jaar meer dan 12 miljard euro opbrachten. Ook de obligatiefondsen beleefden een uitstekend 2012. Uit de BEAMA-statistieken blijkt dat hun activa met meer dan 5 miljard euro zijn gestegen, tot 30,2 miljard euro. Het grootste deel ging naar fondsen die beleggen in vreemde valuta.
...

Belgische spaarders houden van vastrentende beleggingsproducten. Dat blijkt alleen al uit de 235 miljard euro die geparkeerd staat op de spaarrekeningen bij de banken in ons land. Sinds enkele kwartalen tonen beleggers ook geleidelijk meer belangstelling voor producten die een hogere rente bieden. Dat verklaart het succes van de emissies van bedrijfsobligaties, die vorig jaar meer dan 12 miljard euro opbrachten. Ook de obligatiefondsen beleefden een uitstekend 2012. Uit de BEAMA-statistieken blijkt dat hun activa met meer dan 5 miljard euro zijn gestegen, tot 30,2 miljard euro. Het grootste deel ging naar fondsen die beleggen in vreemde valuta. "In 2012 is de mentaliteit van de beleggers radicaal veranderd. Ze zijn veel proactiever geworden en ze zijn bereid weer risico's te nemen", zegt Nicholas Gartside, CIO Global Fixed Income bij JP Morgan Asset Management. Maar die beleggers zitten gevangen tussen de angst voor een rentestijging en de ambitie om rendementen van meer dan 10 procent te blijven halen. "We denken dat de markt zich te veel zorgen maakt over de rente. Obligatiebeleggers hebben traditioneel twee vijanden: een stijging van de inflatie en een renteverhoging. In de huidige context denken we niet dat een van beide op korte termijn een bedreiging vormt. Zowel in de Verenigde Staten als in Europa blijft de groei mager, ondanks de grote hoeveelheden liquiditeiten die al in de markt werden gepompt." Johnny Debuysscher van Petercam deelt die mening. "De Europese autoriteiten hebben gekozen voor het model van een zwakke inflatie, een beperkte groei en een lage rente. Daar zullen we nog enkele jaren aan vastzitten. In het beste geval mogen we hopen op een economische groei van 1 procent tegen eind 2014. Er is duidelijk geen reden om te vrezen voor inflatie in Europa. We beginnen te beseffen dat we een structureel probleem hebben en dat de rente op het juiste niveau staat. De rente van de Duitse Bund zal op korte of middellange termijn niet stijgen naar 2,5 procent. Wij zouden zelfs opnieuw Duitse overheidsobligaties kopen als ze stegen naar 1,5 procent. We moeten vooral ontdekken hoe we kunnen profiteren van de groei van andere grote economische blokken." "De Federal Reserve zou de obligatierente graag naar 2,5 procent zien evolueren, om de basisrente te kunnen verhogen. Maar we zullen geen bruuske stijging zien zoals in 1994", stelt Debuysscher."De rente op tien jaar zou in principe geleidelijk moeten stijgen in de Verenigde Staten, wat tot voorzichtige rente-ingrepen kan leiden in 2015 of 2016. Die context zal gunstig zijn voor de dollar, die 30 procent van onze blootstelling aan wereldwijde obligaties vertegenwoordigt, zonder rekening te houden met de valuta's van opkomende landen, die vaak gekoppeld zijn aan de dollar."De obligatiemarkt kan grofweg worden ingedeeld in vier groepen: overheidsobligaties uit de ontwikkelde landen, overheidsobligaties uit de opkomende landen, bedrijfsobligaties van hoge kwaliteit (investment grade, met een rating BBB en hoger) en hoogrentende bedrijfsobligaties (high yield, met een rating BB en lager). Daarnaast is er een aanbod van min of meer exotische producten, waaronder converteerbare obligaties, inflatiegelinkte obligaties en zelfs nieuwe hybride producten, zoals de CoCo Bonds (contigent convertible bonds). Nicholas Gartside blijft negatief staan tegenover overheidsobligaties uit de ontwikkelde landen, "zolang hun rente onder het inflatiepeil blijft". Hij is wel voorstander van bedrijfspapier, zowel van investment-grade- als van highyieldobligaties. Overheidsobligaties uit de opkomende landen bieden aantrekkelijke diversificatiemogelijkheden. "We zien drie redenen om te beleggen in highyieldobligaties", zegt Gartside. "Ten eerste is het renteverschil met overheidsobligaties van ontwikkelde landen nog altijd groot. Het is zelfs groter dan het historische gemiddelde. Ten tweede beloont de rente het risico. De basisrente zal laag blijven, zolang de centrale banken liquiditeiten in de markt blijven pompen. Maar de beleggers laten zombiebedrijven, die alleen met de steun van de monetaire autoriteiten in leven blijven, het beste links liggen -- denk aan de Franse autoconstructeurs. Tot slot zijn de meeste nieuwe emissies bedoeld om de schulden van bedrijven te herfinancieren tegen een lagere rente en over een langere looptijd, en niet om dividenden uit te keren aan aandeelhouders." "In het segment van de bedrijfsobligaties gaat onze voorkeur uit naar industriebedrijven en naar financiële groepen die zich hebben versterkt sinds 2008", zegt Johnny Debuysscher. Investment-gradeobligaties van bankinstellingen met een solide balans bieden nog een premie ten opzichte van industriële obligaties, terwijl hun balansen al grotendeels gesaneerd zijn. De obligatiemarkt wordt almaar complexer door de dominantie van institutionele beleggers. "In een klimaat van lage rente maken particulieren soms risicovolle keuzes. Ze kopen bijvoorbeeld emissies met een hoog rendement van Belgische bedrijven zonder rating", heeft Thierry Masset, CIO van ING België, vastgesteld. "Dat is een gevaarlijk spel. Als het bedrijf in de problemen komt, worden de obligatiehouders niet noodzakelijk beter behandeld dan de aandeelhouders. Bovendien worden die markten soms volledig illiquide. Particulieren reageren ook altijd trager dan professionele beleggers." De risico's van de obligatiemarkt zijn veel groter dan de doorsneebelegger denkt. "Een hogere rente wijst op een hoger risico", aldus Johnny Debuysscher."Veel particuliere beleggers kopen lokale emissies van bekende namen en overschatten de kwaliteit van de uitgevers. Het is voor particulieren ook moeilijk geworden hun portefeuille voldoende te diversifiëren. Vijfentwintig jaar geleden konden ze nog naar Luxemburg reizen, waar ze een enorme keuze aan obligatie-emissies vonden met een ruime verscheidenheid aan sectoren en valuta's." Het is daarom veiliger een obligatieportefeuille te diversifiëren via een beleggingsfonds. Dat kan enkele honderden lijnen bevatten, zodat de risico's gespreid zijn over alle beschikbare obligatiesoorten op de markt. "Voor 90 procent van de emissies van bedrijfsobligaties moeten beleggers een instapbedrag van minstens 50.000 euro op tafel leggen", zegt Johnny Debusshere. Om een diversificatie te verkrijgen die vergelijkbaar is met die van een fonds, moet een particuliere belegger al 50.000 euro investeren in 200 lijnen. Dat betekent dat hij moet beschikken over een kapitaal van 10 miljoen euro. Voor markten zoals die van inflatiegelinkte obligaties ligt het instapbedrag nog hoger. Steeds meer Belgische beleggers kopen schuldpapier uit de groeilanden. Er zijn grosso modo drie markten: overheidsobligaties in dollar, overheidsobligaties in lokale valuta's en bedrijfsobligaties in dollar. Naast het bedrijfspapier van investment-gradekwaliteit zijn ook highyieldobligaties aan een sterke opmars bezig. Weinig ondernemingen geven obligaties in lokale valuta's uit, ook al verwachten de meeste specialisten dat dit segment zich nog meer ontwikkelt. De economieën van de opkomende landen groeien veel sneller dan die van de ontwikkelde landen. Beleggers kunnen via een fonds dat belegt in obligaties in lokale valuta inspelen op een toekomstige stijging van die munten. "We verwachten dat de valuta's van de opkomende landen op lange termijn op zijn minst stabiel blijven tegenover die van de ontwikkelde landen", zegt Nicholas Gartside. Bovendien zijn de ratings van de groeilanden de jongste jaren sterk verbeterd, terwijl de ratings van de ontwikkelde landen afkalven door hun hoge staatsschuld. Johnny Debuysscher: "De opkomende markten openen zich geleidelijk en zijn veel gedisciplineerder dan vroeger. Ze houden de inflatie beter in de gaten. Dictatoriale regimes proberen we wel te mijden." Het renteverschil met tienjarige overheidsobligaties van ontwikkelde landen rechtvaardigt nog een diversificatie van een portefeuille richting die activaklasse. Institutionele beleggers aarzelen ook niet meer om naar de frontiermarkten te trekken, zoals onlangs de succesvolle emissie van Rwanda heeft aangetoond. Zo'n obligatie zou enkele jaren geleden geen enkele kans op slagen hebben gehad. FRÉDÉRIC DINEUR EN KARINE HUETDe risico's van de obligatiemarkt zijn veel groter dan de doorsneebelegger denkt. Het is veiliger een obligatieportefeuille te diversifiëren via een beleggingsfonds.