In dit eerste nummer van mei willen we u confronteren met een van de bekendste beleggingswijsheden, ' sell in May and go away' . Het lijkt een wel heel simpel devies, en het hoort te worden vervolledigd met ' But remember to come back in September'. Uit verscheidene onderzoeken blijkt dat er wel degelijk een kern van waarheid zit in dat beursgezegde. Uit onderzoeken over Wall Street die teruggaan tot eind negentiende eeuw blijkt dat de periode mei-augustus gemiddeld inderdaad een rendement tussen 0 en 1,9 procent return oplevert. Dat is een stuk minder dan in de periode september-april, waar d...

In dit eerste nummer van mei willen we u confronteren met een van de bekendste beleggingswijsheden, ' sell in May and go away' . Het lijkt een wel heel simpel devies, en het hoort te worden vervolledigd met ' But remember to come back in September'. Uit verscheidene onderzoeken blijkt dat er wel degelijk een kern van waarheid zit in dat beursgezegde. Uit onderzoeken over Wall Street die teruggaan tot eind negentiende eeuw blijkt dat de periode mei-augustus gemiddeld inderdaad een rendement tussen 0 en 1,9 procent return oplevert. Dat is een stuk minder dan in de periode september-april, waar de gemiddelde rendementen over meer dan honderd jaar bekeken tussen 6 en 7 procent schommelen. Toch klopt het niet dat de periode mei-augustus bijna jaarlijks voor teleurstelling zorgt voor aandelenbeleggers. Integendeel, over ruim honderd jaar zien we slechts in 40 procent van de jaren negatieve rendementen, tegenover gemiddeld 28 procent negatieve returns. Of gemiddeld twee keer op de vijf jaar, tegenover iets meer dan één keer om de vier jaar. Er zijn dus heus wel beurszomers die prima verlopen. In het jargon wordt dan doorgaans gesproken van 'campingrally's'. Wij beschikken uiteraard niet over een glazen bol om te kunnen voorspellen of die wijsheid dit jaar al dan niet opgaat. Maar we achten die kans minder waarschijnlijk dan gemiddeld. Het belangrijkste argument daarvoor is dat het dit jaar nog niet veel soeps is geweest op de aandelenmarkten. De correctie die we vorig najaar hadden verwacht, is er pas sinds begin februari gekomen. Daardoor is die terugval nog meer uitgesproken in omvang en tijd dan verwacht. Het typische fenomeen van een correctie vanaf de lente tot het eind van de zomer doet zich vooral voor als de voorafgaande periode een sterke koersontwikkeling heeft laten zien, doorgaans vanaf het najaar van het jaar voordien. Met drie vrij zwakke maanden achter de rug is aan die voorwaarde niet voldaan. We houden er eerder rekening dat de aandelenmarkten het de komende maanden een stuk beter doen dan in het eerste deel van het jaar. De omgevingsfactoren blijven onverminderd gunstig voor aandelenbeleggingen. De renteopmars moeten we natuurlijk wel in de gaten houden, maar de wisselkoersverhoudingen zijn gestabiliseerd, de groeiverwachtingen blijven gunstig en ook de bedrijfsresultaten moeten positief blijven evolueren dit jaar. We moeten voor onze rooskleurige kijk op de komende maanden wel een serieuze slag om de arm houden: dat de Amerikaanse president Donald Trump niet ontspoort, noch geopolitiek met Rusland, noch in het handelsconflict met China, noch dat het gerecht hem richting de uitgang van het Witte Huis duwt. Gebeurt dat allemaal niet, dan zien we de rest van de lente en de zomer positief tegemoet. Pas naarmate we het jaareinde naderen, en meer nog in 2019, verwachten we een heel wat woeligere periode op de beurzen, met een forsere daling dan we de afgelopen tijd hebben gezien.