Het Pact van Vilvoorde doet wat denken aan het Nederlandse Akkoord van Wassenaar uit 1982, de hoeksteen van het geroemde Poldermodel. Er zijn echter enkele essentiële verschillen. Het akkoord van Wassenaar was louter sociaal-economisch en vooral gefocust op de werkgelegenheid, terwijl het Pact van Vilvoorde vrijwel alle maatschappelijke domeinen beslaat. In Wassenaar ging het om concrete, instrumentele doelstellingen: loonmatiging en deeltijdse arbeid. In Vilvoorde werden alleen algemene doelstellingen uitgezet, die nog in concrete instrumenten moeten worden omgezet.
...

Het Pact van Vilvoorde doet wat denken aan het Nederlandse Akkoord van Wassenaar uit 1982, de hoeksteen van het geroemde Poldermodel. Er zijn echter enkele essentiële verschillen. Het akkoord van Wassenaar was louter sociaal-economisch en vooral gefocust op de werkgelegenheid, terwijl het Pact van Vilvoorde vrijwel alle maatschappelijke domeinen beslaat. In Wassenaar ging het om concrete, instrumentele doelstellingen: loonmatiging en deeltijdse arbeid. In Vilvoorde werden alleen algemene doelstellingen uitgezet, die nog in concrete instrumenten moeten worden omgezet. De akkoorden hebben wel gemeen dat ze mikken op de lange termijn en de neuzen van overheid en (een belangrijke deel van) het middenveld in dezelfde richting willen zetten. Dat moet het makkelijker maken om de acties van overheid, vakbonden, werkgevers op elkaar te laten inspelen. Deze Vlaamse regering bewijst hiermee alvast dat ze wel degelijk het nut erkent van samenwerking met het middenveld, wat uit bepaalde syndicale hoek werd betwijfeld.Wel valt het op dat alleen de klassieke sociale partners bij het Pact van Vilvoorde zijn betrokken. Het leek nog niet zo evident om de nieuwe middenveldorganisaties _ van milieubeweging tot niet-gouvernementele organisaties _ aan te trekken. Veel deelnemers aan de voorbereiding van het Pact viel het trouwens op dat de niet-klassieke bewegingen vaak moeilijk in staat zijn om boven de eigen dada's uit te stijgen. Het Pact van Vilvoorde heeft een lange voorgeschiedenis, die begon toen Karel Vinck als toenmalig VEV-voorzitter het idee van een Vlaamse Conferentie lanceerde. Het was de bedoeling om met de overheid, sociale partners en andere maatschappelijke stakeholders en academici een gezamenlijke toekomstvisie voor Vlaanderen te ontwikkelen, met meetbare doelstellingen waarrond de betrokkenen zich engageren. Beantwoordt het Pact van Vilvoorde daaraan? Deels wel: het gaat om doelstellingen op lange termijn, die deels worden gekwantificeerd, waarrond de leiders van regering en sociale partners een persoonlijk engagement nemen. Voorbeelden? Tegen 2010 neemt minstens 10% van de Vlamingen tussen de 25 en de 65 deel aan permanente vorming; het aandeel van de snel groeiende middelgrote ondernemingen in de Vlaamse economie verdubbelt; de achterstand van Vlaanderen qua verkeersveiligheid tegenover de Europese koplopers wordt gehalveerd. Het Pact van Vilvoorde gaat op die manier veel verder dan het totaal vrijblijvende en zweverige project Vlaanderen 2002 van de vorige regering. Maar de opzet is zeker niet volledig geslaagd te noemen: de verschillende doelstellingen zijn niet ingebed in een geïntegreerde visie die op duidelijke maatschappelijke keuzes is gebaseerd. Nog te veel worden desiderata naast elkaar gezet in een sfeer van overal de beste zijn. Op dit punt kan Forum 21, de door de Vlaamse regering aangestelde Raad van Wijzen, nog een belangrijke inbreng doen. Als men erin slaagt om de doelstellingen verder te kwantificeren en om te zetten in concrete actieplannen, zou een inhoudelijk bestuursakkoord vorm krijgen over de regeerperiode heen, en met de steun van de sociaal-economische actoren. Dat zou een meer dan welkom tegengewicht vormen voor steeds meer kortetermijnpolitiek, deinend op mediatieke golven van indicenten, accidenten en emoties. Het kan de politiek opnieuw meer sérieux en geloofwaardigheid bezorgen.Maar dan moeten er enkele belangrijke hindernissen worden genomen. Ten eerste missen we bij veel doelstellingen precieze, eenduidige en snel beschikbare cijfers. Bovendien is er een schromelijk gebrek aan regionale cijfers, die internationaal vergelijkbaar zijn. Een inhaalbeweging dringt zich op, met de steun van federale statistische diensten en privé-studiebureaus. Een tweede hindernis is de zwakheid van de administratie op het vlak van beleidsvoorbereiding, in belangrijke mate het gevolg van het feit dat de ministeriële kabinetten in het verleden die taak naar zich toetrokken. Ook hier is een inhaalbeweging slechts haalbaar met externe input van universiteiten en privé-bureaus.Voorts moet de taak van Forum 21 structureel worden voortgezet, bijvoorbeeld door een permanente denktank op te richten naar het Nederlandse model van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid(WRR). Die denktank moet grensverleggende visie naar voren brengen, over alle beleidsdomeinen heen. Ten slotte dient in het nieuwe bestuursmodel de rolverdeling tussen overheid, sociale partners en de markt te worden aangepast, zodat de doelstellingen op de efficiëntst mogelijke manier kunnen worden bereikt. Ook hier kan Nederland inspiratie bieden, met de oprichting binnen de administratie van een cel marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit. Naast de herdefiniëring van de rol van de overheid, zal het ook zaak zijn te bepalen wélke overheid die rol best op zich neemt. Jan Van DorenDe auteur is adjunct-directeur van de VEV-Studiedienst.Het Pact van Vilvoorde kan een tegengewicht vormen voor de dominantie van de kortetermijnpolitiek en kan de politiek geloofwaardiger maken.