Sinds #MeToo en de affaire rond Hollywood-producent Harvey Weinstein zit de man als soort in het verdomhoekje. In een nieuw boek pleit de Nederlandse journalist en auteur Maarten Huygen voor meer nuance in het debat. "Ik heb mijn hele loopbaan geschreven over vrouwenemancipatie, ik zie het boek als een verlengde daarvan", legt Huygen uit. "Eind jaren zeventig wilde ik voor het weekblad Haagse Post een verhaal maken over een nieuw fenomeen: werkende stellen met kinderen. Maar die waren bijna niet te vinden in het Nederland van eind jaren zeventig. Sindsdien is het onderwerp me blijven interesseren. En sinds die tijd heb ik de retoriek over mannen zien veranderen: die werd steeds negatiever. We hebben het over manspreading, te veel ruimte innemen, en mansplaining, dingen omstandig uitleggen aan vrouwen. Die retoriek is nog eens in een stroomversnelling gekomen na #MeToo. Mannen werd een Weinstein-complex aangepraat: elke man zou het in zich hebben om zich te gedragen als die misdadiger. Dat gaat me toch wat ver."
...

Sinds #MeToo en de affaire rond Hollywood-producent Harvey Weinstein zit de man als soort in het verdomhoekje. In een nieuw boek pleit de Nederlandse journalist en auteur Maarten Huygen voor meer nuance in het debat. "Ik heb mijn hele loopbaan geschreven over vrouwenemancipatie, ik zie het boek als een verlengde daarvan", legt Huygen uit. "Eind jaren zeventig wilde ik voor het weekblad Haagse Post een verhaal maken over een nieuw fenomeen: werkende stellen met kinderen. Maar die waren bijna niet te vinden in het Nederland van eind jaren zeventig. Sindsdien is het onderwerp me blijven interesseren. En sinds die tijd heb ik de retoriek over mannen zien veranderen: die werd steeds negatiever. We hebben het over manspreading, te veel ruimte innemen, en mansplaining, dingen omstandig uitleggen aan vrouwen. Die retoriek is nog eens in een stroomversnelling gekomen na #MeToo. Mannen werd een Weinstein-complex aangepraat: elke man zou het in zich hebben om zich te gedragen als die misdadiger. Dat gaat me toch wat ver." Van termen als manspreading en mansplaining moet je als man toch de humor inzien? Dat klopt gewoon. MAARTEN HUYGEN. "Zeker. Maar het misverstand is dat mannen dat alleen tegenover vrouwen zouden doen. Terwijl ze dat evengoed doen tegenover elkaar. Vraag het maar aan de Amerikaanse schrijfster Norah Vincent, die zich achttien maanden lang voordeed als man. Dat viel haar bijzonder tegen: mannen konden behoorlijk hard zijn tegen elkaar. Ik ben zelf ook al het slachtoffer van mansplaining geweest en ik zal me er als breedsprakige man ongetwijfeld ook zelf aan hebben bezondigd. Het is vervelend, maar geen misdaad." En een groot verschil met seksueel geweld. Dat wilde u graag benadrukken? HUYGEN. "Ja. Mannen die zich echt misdragen, die misdaden plegen tegen vrouwen zoals verkrachting, dat is een kleine groep. Volgens een Amerikaans onderzoek heeft één op de zeventien mannen de neiging zich te misdragen tegenover vrouwen. Dat is behoorlijk veel en ik wil het absoluut niet minimaliseren. Maar ik wil ook kunnen zeggen dat niet iedere man een potentiële verkrachter is. Daarom schreef ik dit boek." Van columniste Maartje Laterveer kreeg u het verwijt dat u te gevoelig reageert op het verlies van de mannelijke superioriteit. HUYGEN. "Met dat argument kan ik niet zoveel. Ik kan evengoed zeggen dat zij te gevoelig reageert op een tegengeluid, zo komen we natuurlijk nergens. Laterveer neemt ook aan dat ik vind dat elke vooruitgang voor vrouwen een achteruitgang is voor mannen. Maar dat kun je in zijn algemeenheid uiteraard niet zeggen. De winst van de vrouwenemancipatie is overduidelijk, voor vrouwen én mannen. Maar dat betekent niet dat er geen negatieve gevolgen zijn. Als je positieve discriminatie toepast, dan hebben jonge mannen nu minder kansen dan vroeger. Dus voor die groep is dat wel een achteruitgang." Maar jonge vrouwen hadden vroeger nog minder kansen, dus die stimulans is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Moeten we weer stoppen met positieve discriminatie? MAARTEN HUYGEN. "Bij gelijke geschiktheid ben ik er helemaal voor dat voor vrouwen wordt gekozen. Gemengde teams zijn nu eenmaal beter. Het nadeel van positieve discriminatie is dat mensen denken dat vrouwen gekozen worden alleen maar omdat ze vrouw zijn. Dat is een kritiek die je ook hoort van vrouwen zelf. In veel sectoren worden jonge mannen nu het slachtoffer van de oudere generaties. In Nederland hadden we de discussie over het tekort aan vrouwelijke hoogleraren. Maar het duurt gemiddeld negentien jaar voor je een proefschrift af hebt, doctoreert en hoogleraar wordt. Je moet de man-vrouwverhouding dus vergelijken met de instroom van twee decennia geleden, en toen liep Nederland achter. "Hetzelfde geldt voor de loonkloof. Voor jonge mensen is die kloof veel kleiner of onbestaand, omdat het vooral oudere mannen zijn die door de verworven rechten van hun leeftijd meer verdienen en vroeger in de meerderheid waren. Jonge mannen moeten dus compenseren wat in de voorgaande generaties scheef is gelopen." Hebt u nieuwe zaken ontdekt toen u het boek schreef? HUYGEN. "Het viel me op dat er erg veel groepsdenken is. Niet alleen bij mannen, die graag leven in groep, maar ook over mannen. We hebben het over dé witte geprivilegieerde man. Dat is absurd als je erover doordenkt. We wijzen met de vinger naar mensen die helemaal niet geprivilegieerd zijn, omdat we hun sociale klasse buiten beschouwing laten. Uiteraard ben ik zelf geprivilegieerd, maar in mijn positie zijn ook veel vrouwen, terwijl er witte mannen zijn zonder privileges, zoals de vuilnisman, of erger nog, de dakloze." Privilege heeft dus veel meer te maken met sociale klasse en afkomst dan met gender? HUYGEN. "Zeker. Dat zie je duidelijk in het onderwijs. We staan erg stil bij de onderadvisering van mensen met een migratieachtergrond. Maar vooral sociale klasse blijkt belangrijk. Ongeacht je huidskleur krijg je slechtere adviezen als je ouders van een praktische sociale klasse afkomstig zijn. En dat geldt vooral voor jongens. Veel onderwijshervormingen van de afgelopen jaren draaien beter uit voor meisjes, omdat ze zelfstandiger en sneller volwassen zijn. Jongens zijn gewoon trager in hun ontwikkeling. Ik denk wel dat scholen beseffen dat jongens en jonge mannen de grote probleemgroep zijn. Maar als je daar iets aan doet, mag dat volgens mij niet exclusief voor mannen zijn. "Ik ben niet voor die gesegregeerde maatregelen. Alles moet beschikbaar zijn en ten goede komen van mannen én vrouwen. Als de uitkomst dan ongelijk is, vind ik dat niet zo erg, zolang iedereen maar dezelfde kansen krijgt. Als ik zie dat vrouwen massaal psychologie willen studeren, terwijl ze met hun kennis ook voor wetenschappen of wiskunde kunnen kiezen, dan kun je nu toch niet meer zeggen dat dat gebeurt omdat ze daartoe worden gedwongen door mannen." Vrouwen volgen het stereotiepe voorbeeld, wordt dan geopperd. HUYGEN. "Ik vind onderzoek van stereotypen altijd erg glibberig. Wat onderzoek je dan? De praktijk die volgt uit het stereotype? Of het stereotype dat volgt uit de praktijk? Dat is een kip-of-eidiscussie." Waarom vinden we het eigenlijk een probleem dat vrouwen minder technische vakken of economie studeren? Je hoort veel minder dat er een tekort is aan mannelijke verpleegkundigen of kleuterleiders. HUYGEN. "In beroepen waar schaarste heerst, is het natuurlijk erg goed als er meer vrouwen komen. Nu compenseren we dat door migratie. Maar het is ook gewoon beter en natuurlijker als vrouwen die mannelijke wereld infiltreren. Ik vind het erg goed en prettig dat er nu op mediaredacties veel meer vrouwen werken, terwijl dat in de jaren zeventig nog mannenbastions waren. Waar vrouwen werken, gaat het er beschaafder aan toe, blijkt uit studies." Uit studies blijkt ook dat vrouwen over voldoende masculiene eigenschappen moeten beschikken om de top te bereiken. HUYGEN. "Volgens de officiële psychologie is dat zo. Laatst constateerde het Sociaal Planbureau nog dat hard werken hoort bij de masculiene cultuur. Maar vrouwen die aan de top komen, werken natuurlijk ook erg hard. De ene vrouw kiest ervoor daaraan mee te doen, de andere niet. Sterker nog: veel vrouwen zeggen dat ze van mannen hebben geleerd hoe ze dat moeten doen. Een voorbeeld is Sheryl Sandberg, de topvrouw van Facebook, die in haar boek Lean In schreef hoe ze van haar mentor, de latere minister van Financiën Larry Summers, leerde hoe ze voor zichzelf moest opkomen. Vrouwen hebben inderdaad de neiging zichzelf meer op de achtergrond te plaatsen, terwijl dat nergens voor nodig is." Vrouwen blijken meer dan gemiddeld te lijden aan het impostersyndroom. Terwijl een man denkt: met een beetje een mansplaining lul ik me hier wel uit. HUYGEN. "Dat is zeker zo. Mannen hebben vaker de neiging tot zelfoverschatting. Maar dat heeft ook voordelen, want dat heeft ervoor gezorgd dat mensen allerlei dingen hebben geprobeerd en ondernomen die nu logisch lijken, maar op het moment zelf helemaal niet zo logisch waren. Een start-up heeft meer kans op mislukken dan op slagen. Je hebt dus een dosis lef en zelfoverschatting nodig om dat te doen." U hebt het in het boek ook over mannelijkheidsideologie. Amerikaanse psychologen zeggen daarvan: het is eigenlijk een ziektebeeld. Wat vindt u daarvan? HUYGEN. "In dat ziektebeeld zit bijvoorbeeld ook risico nemen, staat in de richtlijnen van de Amerikaanse vereniging van psychologen. Dat risico nemen heeft ons evolutionair ook wel een en ander opgebracht. Risico nemen is op zich niet louter verkeerd. Oké, je hebt crimineel en onbesuisd gedrag, en dat wordt vaker vertoond door mannen dan vrouwen, maar door risico's te nemen kun je ook slagen in het leven. Wellicht heeft het ook te maken met testosteron, dat riskant gedrag in de hand kan werken. Aan de extreme kanten van de statistiek vind je meer mannen. Er zijn meer mannelijke dictators, meer mannelijke CEO's, maar ook meer alcoholisten en daklozen. Psychologen zien dat en willen daar iets aan doen. En natuurlijk is het logisch om mensen die idiote risico's nemen te helpen, maar waar ligt de grens? Het zijn negatieve kanten van een voordeel. En de nadelen worden uitvoerig beschreven, maar de positieve kanten komen zelden aan bod." Hoe komt dat? HUYGEN. "In onze verzorgingsstaat hebben we de neiging elk risico uit te sluiten. We zijn bezorgd om mensen die kampen met allerhande psychologische problemen. Uit een onderzoek blijkt dat zowel mannen als vrouwen zich ongemakkelijk voelen bij positieve verhalen over mannen in het algemeen. Het is not done iets positiefs te zeggen over mannelijkheid. Het is even seksistisch als iets negatiefs zeggen over vrouwen in het algemeen. Het is niet galant om mannen en mannelijkheid te prijzen." Vrouwelijkheid wel? HUYGEN. ( Lacht) "Dat kan makkelijker, maar je mag als man niet overdrijven, want dan kan het als welwillend seksisme worden gezien. Terwijl mannen en vrouwen eigenlijk heel neutraal staan tegenover elkaar. Het is niet zo dat ze zichzelf beter of slechter vinden dan de andere sekse. De werkelijkheid is veel minder gepolariseerd dan we uit de media, en zeker de sociale media, kunnen opmaken. Eigenlijk overlappen we elkaar grotendeels. Daarom kunnen vrouwen ook gewoon wat mannen kunnen. En het is ook logisch dat er veel mannen zijn met feminiene trekken, en veel vrouwen met masculiene trekken. Natuurlijk zijn er statistische verschillen, maar ze leren ons niets bij over individuele mannen en vrouwen."