De Antwerpse stadsbouwmeester Kristiaan Borret werkt aan een hoogbouwnota, een visie- en beleidsdocument om hoogbouw op een degelijke manier in te passen in de stad. Maar wat is hoogbouw? Kristiaan Borret: "Dat wordt de eerste vraag in de Antwerpse hoogbouwnota. Het antwoord luidt: 'hoogbouw is wat zich duidelijk onderscheidt als merkelijk hoger dan de omgeving'. Ik geef toe, dat is een definitie met weinig praktische waarde, maar ze geeft wel aan dat hoogbouw een relatief begrip is. Als je in New York spreekt over een toren van 60 meter, dan lachen ze je uit. Maar zet een toren van 60 meter in Waregem en..."
...

De Antwerpse stadsbouwmeester Kristiaan Borret werkt aan een hoogbouwnota, een visie- en beleidsdocument om hoogbouw op een degelijke manier in te passen in de stad. Maar wat is hoogbouw? Kristiaan Borret: "Dat wordt de eerste vraag in de Antwerpse hoogbouwnota. Het antwoord luidt: 'hoogbouw is wat zich duidelijk onderscheidt als merkelijk hoger dan de omgeving'. Ik geef toe, dat is een definitie met weinig praktische waarde, maar ze geeft wel aan dat hoogbouw een relatief begrip is. Als je in New York spreekt over een toren van 60 meter, dan lachen ze je uit. Maar zet een toren van 60 meter in Waregem en..." "In Antwerpen is 50 à 60 meter een kantelpunt. Dat is empirisch onderzocht. We hebben de stad in lagen gesneden zodat we een duidelijk beeld kregen van de bouwhoogtes in de stad. En de maximumhoogte? Dat wordt misschien 123 meter, want een toren in een Antwerpen mag toch niet hoger zijn dan de kathedraal? Rationeel kun je je vragen stellen bij die grens, maar emotioneel leeft dat ontzettend sterk. Daarom ben ik het eigenlijk vanzelfsprekend gaan vinden: een toren die hoger wordt dan de kathedraal, daar moet je toch al heel goed over nadenken." KRISTIAAN BORRET. "Hoogbouw heeft lange tijd in een kwaad daglicht gestaan. Maar de jongste vijf tot tien jaar zie je ontegensprekelijk een kentering. Het is minder een taboe dan vroeger. Dat wil niet zeggen dat iedereen nu voor is, maar vroeger was iedereen tegen. "Dat stigma, want dat is het, heeft wellicht te maken met slechte ervaringen in de jaren zestig en zeventig, het late modernisme. De inplanting was vaak ongelukkig. En de kwaliteit van de gebouwen was ook niet altijd erg hoog. Een deel van de hoogbouw is in de slechte promotorbouw terechtgekomen. Dat leverde gebouwen op met krappe appartementen, met dunne wanden... In die torens ontstonden samenlevingsproblemen die dan gekoppeld werden aan hoogbouw. Wat nogal kort door de bocht is. Want bij laagbouw uit dezelfde periode, waar ook goedkoop en te krap gebouwd is, zie je gelijkaardige problemen. "Maar sinds enige tijd is er dus opnieuw interesse voor torenbouw. En dat zowel bij stedenbouwkundigen en architecten als in de markt. Je hebt projectontwikkelaars die torens willen bouwen en er zijn blijkbaar ook kopers voor, mensen die in zo'n toren willen wonen. Dat is Zeitgeist zeker, een cultuuromslag? Ik zie dat ook bij jonge mensen: oud-studenten van mij die in een Amelinckx-blok gaan wonen. Architecturaal stelt dat niet veel voor, maar het zicht vanaf de twaalfde verdieping van zo'n blok is wel fantastisch." BORRET. "Kwaliteitsarchitectuur en een goede inplanting. Soms zie je wel een goede toren op een slechte plaats. De twee zijn dus van belang. In Antwerpen is het Eilandje een plek die zich goed leent voor hoogbouw. Want door het water van de dokken heb je daar al een soort overmaat aan open ruimte. Ook op sites die volledig nieuw ontwikkeld worden, zoals Petroleum Zuid, is het makkelijker om ervoor te zorgen dat hoogbouw een goede plaats vindt. "Ook van groot belang is de sokkel of de plint van de toren. Dat is de plek waar architectuur en stedenbouw samenkomen. De Antwerp Tower, naast de Opera, is op dat vlak een goed voorbeeld. Dat is verre van de mooiste toren, omdat hij afgeleefd is, omdat het gebronzeerd glas uit de mode is, maar de inpassing in het straatbeeld is zeer sterk. Als je daar op stoep staat heb je niet gevoel dat je naast een hoge toren staat."