De beste manier om van onze olieverslaving af te raken, is te investeren in alternatieve technologie," zei George Bush tijdens zijn jaarlijkse State of the Union vorige week. De Amerikaanse president heeft gelijk, maar vergeet daar wel de nodige budgetten voor vrij te maken. In zijn begroting van 2006 staat slechts 150 miljoen dollar ingeschreven voor steun aan biobrandstoffen. Dat bedrag staat in schril contrast met de 1,7 miljard dollar die Bush in 2003 uittrok voor onderzoek naar de waterstofeconomie. Bovendien is het een peulschil in vergelijking met de 438 miljard dollar die de Amerikanen jaarlijks aan olie uitgeven. Maar het is toch nog altijd beter d...

De beste manier om van onze olieverslaving af te raken, is te investeren in alternatieve technologie," zei George Bush tijdens zijn jaarlijkse State of the Union vorige week. De Amerikaanse president heeft gelijk, maar vergeet daar wel de nodige budgetten voor vrij te maken. In zijn begroting van 2006 staat slechts 150 miljoen dollar ingeschreven voor steun aan biobrandstoffen. Dat bedrag staat in schril contrast met de 1,7 miljard dollar die Bush in 2003 uittrok voor onderzoek naar de waterstofeconomie. Bovendien is het een peulschil in vergelijking met de 438 miljard dollar die de Amerikanen jaarlijks aan olie uitgeven. Maar het is toch nog altijd beter dan de magere inspanning van de Belgen. In zijn beleidsverklaring van oktober 2005 beloofde premier Guy Verhofstadt (VLD) een fiscale stimulans te geven aan de biobrandstoffen, zodat de productie en distributie in 2007 van start kan gaan. Dat is echter twee jaar te laat om te voldoen aan de Europese richtlijn. Bovendien missen we opnieuw de kans om uit te blinken in schone technologie, nochtans dé motor van een bloeiende economie. Ondanks hun slechte milieuprestaties - op de Cyprioten na de grootste vervuilers van Europa, aldus het rapport van het World Economic Forum eind vorige maand - zijn de Belgen wel pioniers in alternatieve energie. Zo bouwde Windmaster (nu Turbowinds) in 1985 Europa's eerste windmolenpark in Zeebrugge. Jammer genoeg investeerde noch de overheid, noch nationale nutsbedrijven in deze duurzame economie, zodat onze technologische voorsprong als sneeuw voor de zon smolt. Vandaag leiden Denemarken en Duitsland de rendabele nichesector van windenergie. Hetzelfde geldt voor waterstof. In dit segment trekt Hugo Vandenborre (ex-Volvo Cars Sint-Truiden) al meer dan twee decennia de kar. Maar bij gebrek aan publieke steun en financiële middelen zag de Kempenaar zich genoodzaakt naar het buitenland te verhuizen. Vandaag is Vandenborre vicevoorzitter van Hydrogenics uit Canada - wereldwijd de nummer twee in de sector. Ook in biomassa loopt Vlaanderen voorop, met Vyncke uit Harelbeke. Maar ook dit energiebedrijf is geen sant in eigen land. Een duwtje in de rug van de overheid kan nochtans wonderen verrichten. Kijk maar naar Brazilië. De regering van dit Zuid-Amerikaanse land lanceerde al in 1975 een ethanolprogramma om minder afhankelijk van olie-import te worden (toen nog 85 %). Geleidelijk aan slaagt Brazilië erin zijn wagenpark volledig op alternatieve energie te laten rijden. Natuurlijk zijn biobrandstoffen geen zaligmakende oplossing. Ze zijn alleen een onderdeel van de puzzel om op een duurzame wijze aan onze energiebehoeften te voldoen. In de eerste plaats is er te weinig ruimte. Zelfs al plant je heel België vol met koolzaad of maïs, dan kan je nog niet voldoende biodiesel maken om ons wagenpark vol te tanken. Bovendien trekken critici de ecologische voordelen van de brandstof in twijfel. Ondanks de CO2-neutraliteit blijft de schadelijke uitstoot van roet en stikstofoxide een probleem. Toch verdient het alternatief een kans, want uiteindelijk zullen we alle beschikbare bronnen nodig hebben. Ook kernenergie. Daarom moet de overheid ophouden met loze beloften, maar dringend eens écht investeren in nieuwe technologie. Dat levert niet alleen milieuwinst op, maar schept ook werkgelegenheid. Eric Pompen