Met Barco, Bioracer, Desso, EVS, Jansen-Fritsen, NEP Belgium, Philips Lighting Belux, PRG en Schréder zijn negen Belgische bedrijven betrokken bij de organisatie van de Olympische Spelen in Rio. Dat is minder dan de 24 in Londen, of de 12 voor het Europees kampioenschap voetbal in Frankrijk, maar Diego Algaba, businessclub manager van de Sports Technology Club van Agoria, vindt dat een prima resultaat, rekening houdend met de afstand en de eigenheden van de markt.
...

Met Barco, Bioracer, Desso, EVS, Jansen-Fritsen, NEP Belgium, Philips Lighting Belux, PRG en Schréder zijn negen Belgische bedrijven betrokken bij de organisatie van de Olympische Spelen in Rio. Dat is minder dan de 24 in Londen, of de 12 voor het Europees kampioenschap voetbal in Frankrijk, maar Diego Algaba, businessclub manager van de Sports Technology Club van Agoria, vindt dat een prima resultaat, rekening houdend met de afstand en de eigenheden van de markt. "Voor bedrijven zijn de Olympische Spelen een uitstalraam", legt Algaba uit. "Het enige wat ons ontbreekt, is een kroonjuweel. Als onze bedrijven aan bezoekers willen laten zien wat ze kunnen, moeten ze hen meetronen naar het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk of Duitsland. Dus ja, wij zijn er zeker voorstander van dat ons land zich kandidaat zou stellen om een groot sportevenement te organiseren."Volgens sporteconoom Trudo Dejonghe (KU Leuven) heeft dat geen enkele zin. "Dat is fool's gold: het blinkt mooi, maar is eigenlijk niet veel waard. Natuurlijk is de belangstelling tijdens het evenement enorm, maar achteraf duiken altijd witte olifanten op. Zeker met de huidige economische toestand en de begrotingsproblemen valt het niet uit te leggen dat je aan de ene kant zou besparen en aan de andere kant miljarden zou uitgeven aan een groot evenement." De aanpak van de Sports Technology Club vindt de professor prima. "We hebben niet de kosten, maar creëren wel de toegevoegde waarde. Die technologie moet ons vlaggenschip zijn." "Vlaanderen heeft de perfecte schaal om de Olympische Spelen te organiseren", grijnst Wim Lagae, sportmarketeer aan de KU Leuven. "Die van 1952. Boven op de kosten voor infrastructuur en ontsluiting zijn er nu ook de veiligheidskosten. De Spelen zijn zo groot geworden dat eigenlijk alleen nog grote steden, met 10 miljoen inwoners of meer, of steden uit minder democratische regimes in aanmerking komen. In de aanloop naar Rio mag je toch twijfelen aan het maatschappelijke draagvlak bij alle lagen van de bevolking. Misschien moet het IOC beginnen te denken aan min of meer vaste stekken, die om de zoveel jaar aan bod komen." De kosten-batenberekeningen die olympische steden maken, neemt Dejonghe met een stevige korrel zout. "Dat zijn modellen die een break-even voorspellen, maar waarbij de geschatte kosten twee seconden later soms vertienvoudigen. Eenmaal toegewezen blijkt de privésector doorgaans met minder middelen bij te springen dan beloofd of gehoopt. Dan volgen de marketingtrucs, zoals de berekening van het bruto binnenlands geluk." Algaba is zeker niet blind voor het exploderende kostenplaatje van de Spelen, maar ziet toch een positieve evolutie. "Vroeger moesten elke nieuwe Spelen de mooiste en de grootste ooit zijn, nu zie je de budgetten toch fors dalen. In Japan heeft men het budget voor het olympische stadion met bijna een miljard dollar verminderd. Ook bekijkt het IOC beter hoe de infrastructuurwerken achteraf een nieuwe toekomst kunnen krijgen. En je mag niet te vroeg de rekening maken: als je tien jaar na Londen de balans zou opmaken, dan denk ik dat die positief zal zijn." Hoe dan ook moet een eventuele organisatie worden ingepast in een maatschappelijk verantwoord masterplan, dat de bevolking meer in beweging moet krijgen. "Vergeet ook niet dat een dergelijke organisatie - en dat hoeven niet per se Olympische Spelen te zijn - ook een aantal logistieke en mobiliteitsdossiers in beweging kan zetten." Lagae wil in dat verhaal gedeeltelijk meestappen voor de niet-sportgerelateerde infrastructuur. "Elke grote stad moet een infrastructuurplan hebben en gaat voor die upgrade door een periode van kosten. Londen was al bezig met de ontwikkeling van East-London, en heeft de Spelen gebruikt als een aanjager daarvoor. Prima. Maar drie maanden voor de Spelen was de luchthaven van Athene nog één bouwwerf: je kunt de vraag stellen of Griekenland niet in overdrive is moeten gaan, terwijl het die investeringen anders veel beter had kunnen spreiden." Ook Dejonghe vindt het argument niet overtuigend. "Natuurlijk helpt dat. Maar moet je daarvoor Olympische Spelen organiseren? Idem voor het Eurostadion, waarvoor het EK voetbal als hefboom wordt gebruikt. Als het probleem daar de ruimtelijke ordening is, moet je die regels verbeteren, niet een sportevenement organiseren om de noodzaak aan een stadion te verhogen. Bovendien ben ik niet zo zeker van het draagvlak: zit de kust in volle zomervakantie te wachten op olympische zeilwedstrijden?" LUC HUYSMANS