Ik heb onlangs een vennootschap overgenomen die een wasserette uitbaat. Daarbij heb ik met de verkoper een niet-concurrentiebeding van tien jaar. Nu stel ik vast dat hij in de buurt toch opnieuw een wasserette is begonnen. De verkoper stelt dat het niet-concurrentiebeding ongeldig is. Heeft hij gelijk?

Een verkoper van aandelen is niet verplicht zich te onthouden van handelingen die concurrerend zijn met die van de vennootschap waarvan hij de aandelen heeft verkocht. Daarom hebt u er goed aan gedaan in de overeenkomst uitdrukkelijk een niet-concurrentiebeding op te nemen.
...

Een verkoper van aandelen is niet verplicht zich te onthouden van handelingen die concurrerend zijn met die van de vennootschap waarvan hij de aandelen heeft verkocht. Daarom hebt u er goed aan gedaan in de overeenkomst uitdrukkelijk een niet-concurrentiebeding op te nemen. Er bestaat geen bijzondere wettelijke bepaling met betrekking tot het niet-concurrentiebeding bij overdracht van aandelen. De voorwaarden waaraan zo'n beding moet voldoen, zijn ontwikkeld in de rechtspraak. De geldigheid van een niet-concurrentiebeding wordt getoetst aan drie criteria. Het moet (1) beperkt zijn tot de rechtstreeks concurrerende activiteiten; (2) beperkt zijn in de tijd en (3) beperkt zijn in de ruimte. Een bepaling die een onredelijke beperking van de concurrentie naar voorwerp, territorium of duur oplegt, is nietig. We hebben geen informatie over de precieze inhoud van het niet-concurrentiebeding, behalve de duur van tien jaar. De volledige inhoud en de feitelijke omstandigheden waarin het tot stand gekomen is, zijn nochtans zeer belangrijk. Een duur van tien jaar zal voor de rechtbanken evenwel moeilijk standhouden. De duur van een niet-concurrentiebeding wordt beoordeeld in het licht van de doelstelling ervan. Het moet de overnemer in de gelegenheid stellen het cliënteel van de vennootschap, waarvan hij de aandelen overneemt, te behouden. Een duur van tien jaar is in dat opzicht excessief, en het belemmert te zeer de vrijheid van ondernemen van de verkoper. Dat zou dan inderdaad de ongeldigheid van de bepaling tot gevolg hebben. Het zou voor u zeer vervelend zijn dat uw verkoper onmiddellijk na de verkoop opnieuw een wasserette kan uitbaten. Indien uw overeenkomst goed is opgesteld, bevat ze wellicht een 'matigingsbeding'. In toepassing van het matigingsbeding zou het volledige concurrentieverbod niet nietig zijn, maar worden beperkt tot een toegelaten duur (bijvoorbeeld drie jaar). De afdwingbaarheid van zo'n matigingsbeding was tot voor kort onduidelijk. Het Hof van Cassatie heeft onlangs geoordeeld dat zo'n bepaling geldig is. Middels de matiging kan de gehele nietigheid van het niet-concurrentiebeding worden vermeden. Dat biedt u mogelijk een oplossing waardoor u alsnog uw verkoper een verbod kunt laten opleggen een wasserette uit te baten gedurende bijvoorbeeld drie jaar.