Geregeld dreigt de Russische president Vladimir Poetin met het gebruik van kernwapens als het Westen zich te ver zou engageren in de oorlog in Oekraïne. Experts in internationale politiek trekken dan snel parallellen met de Cuba-crisis in 1962. Toen liepen de spanningen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie hoog op, nadat Moskou kernraketten had geplaatst op Cuba. Die kernbommen waren een bedreiging voor tal van Amerikaanse steden. President John F. Kennedy wil...

Geregeld dreigt de Russische president Vladimir Poetin met het gebruik van kernwapens als het Westen zich te ver zou engageren in de oorlog in Oekraïne. Experts in internationale politiek trekken dan snel parallellen met de Cuba-crisis in 1962. Toen liepen de spanningen tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie hoog op, nadat Moskou kernraketten had geplaatst op Cuba. Die kernbommen waren een bedreiging voor tal van Amerikaanse steden. President John F. Kennedy wilde de raketten weg. Een kernoorlog dreigde. Die vrees was terecht, schrijft de Britse historicus Max Hastings in De afgrond. Zeker omdat de escalatie tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie al een paar jaar bezig was. Kennedy won de presidentsverkiezingen van 1960 door te hameren op de noodzaak om de nucleaire kloof met de Russen te dichten. Sovjetleider Nikita Chroetsjov wilde zijn interne positie consolideren door een harde opstelling tegenover het Westen. De raketten in Cuba waren een antwoord op de installatie van Amerikaanse kernwapens in Turkije. Uiteraard wilde niemand in 1962 een kernoorlog, maar Hastings stelt dat er verschillende redenen waren die het risico op een armaggedon aanzienlijk hebben verhoogd. Er was communicatie tussen Washington en Moskou, maar er zat veel ruis op de lijn. Kennedy was bovendien omgeven door haviken. Op 18 oktober vroeg de legertop aan Kennedy de raketsite in Cuba te bombarderen en het eiland binnen te vallen, want men dacht dat er maar 5.000 sovjet- soldaten aanwezig waren. Door de mislukte invasie van de Varkensbaai op Cuba in 1961 was Kennedy terughoudend. Gelukkig maar. Op Cuba waren in werkelijkheid 43.000 troepen aanwezig. De Russen hadden tactische kernwapens klaarstaan met een kernkop die even sterk was als de atoombom op Hiroshima. Als het tot een landinvasie was gekomen, zou Chroetsjov niet hebben geaarzeld die te gebruiken. John F. Kennedy, zijn broer Robert en de belangrijkste veiligheidsadviseurs namen de verstandige beslissing geen inval te wagen, maar Cuba te blokkeren, waarna de Russen moesten inbinden. Hastings stelt dat een andere president dan Kennedy wellicht voor een oorlog zou hebben gekozen. Hij maakt ook de vergelijking met de huidige situatie: "In Oekraïne is de kans op een catastrofale misrekening even groot als in 1914 in Europa en 1962 in Cuba." Een niet echt geruststellende conclusie.