DE NOBELPRIJSWINNAARS.
...

DE NOBELPRIJSWINNAARS.Onder leiding van de bij leven reeds legendarische Michael Jordan domineren de Chicago Bulls nu reeds verschillende jaren de bikkelharde Amerikaanse basketbalcompetitie. To be the best is duidelijk een kreet die ook buiten het sportgebeuren gehoor vindt in Chicago. De diverse faculteiten van de University of Chicago kaapten de voorbije decennia in totaal zo maar eventjes 67 Nobelprijzen weg, een absoluut record. Binnen dit selecte kringetje zorgen de economen voor het meest tot de verbeelding sprekend palmares. Toen Robert Lucas eind vorig jaar de Nobelprijs economie kreeg toegewezen, betekende dit voor de vijfde keer op zes in de jaren negentig bingo voor de Chicago-economen. In die periode viel dezelfde eer (en rijkelijke dollarvergoeding) immers te beurt aan Robert Fogel (1993), Gary Becker (1992), Ronald Coase (1991) en Merton Miller (1990). Fogel en Miller dienden hun prijs wel met anderen te delen. De dominantie gedurende de jaren negentig mag dan ronduit spectaculair ogen, ook in de jaren zeventig en tachtig de Nobelprijs economie werd voor het eerst uitgereikt in 1969 aan de Nederlander Jan Tinbergen en de Noor Ragnar Frisch speelden Chicago-economen niet bepaald de tweede viool in de Nobelsymfonie. Van de laureaten uit de twee eerste decennia van de Prijs vormen Milton Friedman, George Stigler, Friedrich von Hayek en Theodore Schultz onversneden Chicago-producten terwijl er bij uitverkorenen als James Buchanan, Herbert Simon, Tjalling Koopmans, Trygve Haavelmo, Paul Samuelson, Kenneth Arrow, Gerard Debreu en Lawrence Klein een meer dan marginaal percentage Chicago-materie in het bloed sijpelde, hetzij als student, hetzij via een verblijf als hoogleraar of onderzoeker. Vermits er geen enkele reden is om aan te nemen dat economen een minder jaloerse specie van het menselijk ras zijn, plaatsen vele niet-Chicago-economen een vraagteken bij de relevantie van de Nobelprijs. Toch blijft het hoe dan ook de beste indicator voor de professionele uitmuntendheid in deze wetenschap. Hoe kan men dan verklaren dat de Chicago Boys zo nadrukkelijk het metier domineren ? Veel meer dan met één of andere school het monetarisme zal velen spontaan in gedachten komen heeft het Chicago-succes te maken met een academische traditie die op diverse pijlers berust. Men vindt ze ook aan andere universiteiten maar in Chicago worden ze zonder compromissen toegepast. Zo is er de werkmanie. Wandel tijdens het weekend door de gebouwen van de faculteit economie of van de business school en je vindt gegarandeerd een meerderheid van de burelen bezet. Chicago-economen beschikken tevens over een onwankelbaar geloof in hun wetenschap waarbij empirische invulling van de theoretische concepten een absolute must is. Theorie omwille van de theorie is een vlieger die in Chicago niet opgaat. In de economische wetenschap versie Chicago staat de werking van het prijsmechanisme centraal. Voorts draait in Chicago alles om academische prestaties en de mate waarin je invloed hebt op de professie. Zo is het uitgesloten dat de universiteit van Chicago eredoctoraten zou verlenen aan politici (hoezeer sommigen onder hen daar ook naar hengelen). Last but not least is er de cultus van het bekritiseren. Elk dogma of algemeen aanvaarde wijsheid is per definitie verdacht in Chicago. De enige beperking op de vrijheid om kritiek te spuien bestaat erin dat enkel wetenschappelijke argumentatie getolereerd wordt. Wie in seminaries komt aandraven met ideologische hoogstandjes, wordt intellectueel grondig in mootjes gehakt. Omtrent de befaamde Workshops doen in dit verband heuse horror-verhalen de ronde (en dit niet allen op de campus in Chicago zelf).