We staan voor een cruciaal kruispunt in de wereldwijde strijd tegen de armoede. We hoeven slechts naar de spectaculaire verwezenlijkingen van ontwikkelingslanden in het recente verleden te kijken, om een glimp op te vangen van wat de toekomst brengen kan. Tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw hebben zich indrukwekkende verbeteringen voorgedaan in de levensomstandigheden van een groot deel van de armsten in de wereld.
...

We staan voor een cruciaal kruispunt in de wereldwijde strijd tegen de armoede. We hoeven slechts naar de spectaculaire verwezenlijkingen van ontwikkelingslanden in het recente verleden te kijken, om een glimp op te vangen van wat de toekomst brengen kan. Tijdens de tweede helft van de twintigste eeuw hebben zich indrukwekkende verbeteringen voorgedaan in de levensomstandigheden van een groot deel van de armsten in de wereld. In de voorbije 25 jaar is het aantal mensen dat met minder dan een dollar per dag moet rondkomen wereldwijd met 400 miljoen gedaald - de grootste daling sinds eeuwen. Een groot deel van die afname kan toegeschreven worden aan economische groei in landen met grote aantallen arme mensen, zoals China en India. Dertig jaar geleden was de helft van de bevolking in de ontwikkelingslanden analfabeet. Dat percentage is nu gehalveerd. Vergeleken bij 40 jaar geleden leven de mensen nu gemiddeld vijftien jaar langer in landen met een laag inkomensniveau. Ondanks die enorme sprong voorwaarts van de levensstandaard, worden heel wat arme landen nog steeds op grote schaal geteisterd door dood en ontbering. In de wereld sterven 3000 kinderen per dag aan malaria en 3000 andere gaan ten onder aan ziekten als kinkhoest, difterie, mazelen en tetanus. Elke dag doodt aids 8500 mensen en bijna 16.000 sterven aan diaree en ontstekingen van de luchtwegen. Via stadionconcerten en topconferenties werden mensen uit rijke en arme landen bewogen door het leed dat we in grote delen van de wereld zien. Ze vragen actie - en de wereld hoort hun oproep. In een historische overeenkomst op de top van de G8 in Gleneagles hebben de rijke landen zich ertoe verbonden om de hulp aan Afrika te verdubbelen en de schulden van de armste landen kwijt te schelden. Op de jaarvergaderingen van de Wereldbank en het IMF in de herfst hebben de aandeelhouders zich er vast toe verbonden de financieringscapaciteit van de Wereldbank dollar per dollar in stand te houden door de kosten van de schuldkwijtschelding te dragen en hun regelmatige bijdragen voor te zetten. De weg naar volledige schuldkwijtschelding werd voor 38 landen vrijgemaakt. Doorheen Afrika en in de rest van de wereld zullen regeringsleiders niet langer voor de keuze staan om ofwel het leven van hun volk te verbeteren of onmogelijke leningen af te betalen die nagelaten werden door vroegere regeringen. De rijke landen moeten nu hun engagement van Gleneagles gestand doen en hun belofte nakomen. De actiebereidheid moet verder ook ondersteund worden met een omvangrijke overeenkomst om de handelsbarrières te verlagen voor exporteurs, zodat de weg bereid kan worden voor meer investeringen en economische groei. Voor de miljoenen die nog gevangen zitten in extreme armoede, zal de richting die we kiezen het verschil betekenen tussen een leven van ontbering en lijden of een toekomst vol hoop en mogelijkheden. Voor al te veel mensen zal het een kwestie van leven of dood zijn. Uit het verleden kunnen we leren dat ontwikkelingshulp alleen niet voldoende is om het probleem op te lossen. We begrijpen en doorgronden tegenwoordig beter wat ontwikkeling aandrijft. We weten dat duurzame groei van essentieel belang is om de armoede terug te dringen. We weten ook dat heel wat drijvende krachten achter die groei niet in getallen te meten vallen: ze omvatten immateriële goederen zoals leiderschap, burgerzin, privé-ondernemerschap en gerechtigheid. Samen met de nodige politieke wil, biedt die kennis ons de mogelijkheid om de dringend noodzakelijke resultaten te boeken. Om de groei aan te zwengelen en kansen te creëren, heeft de Wereldbank een Actieplan voor Afrika gelanceerd, dat 25 specifieke initiatieven omvat om het onderwijs, de wegenbouw, de energievoorzieningen en de infrastructuur te verbeteren. Het driejarenplan legt duidelijke financiële verbintenissen vast die erop gericht zijn de Afrikaanse landen te helpen om tastbare resultaten te boeken. Samen vertegenwoordigen de verbintenissen van de G8 en het Actieplan de belangrijkste gelofte om de ontwikkelingsbijstand te verhogen in de jongste vijftig jaar. Naarmate de hulp aan Afrika opgetrokken wordt, zal hij aangevuld moeten worden met leiderschap en beleid die de algemene impact van de hulp verhogen. Leiderschap is wellicht de belangrijkste factor bij het terugdringen van armoede. Daadwerkelijke leiders erkennen dat ze hun volk verantwoording verschuldigd zijn. Daadwerkelijke leiders erkennen eveneens dat transparantie van cruciaal belang is in de strijd tegen corruptie, die middelen wegzuigt en investeringen ontmoedigt. We staan op de drempel van een waarlijk historisch tijdperk voor de ontwikkeling. Amper 40 jaar geleden beschouwden sommige academici Zuid-Korea gedoemd tot mislukken. Maar in de tijdspanne van een paar decennia hebben Zuid-Korea en een groot deel van Oost-Azië de grootste stijging van de rijkdom voor het grootste aantal mensen in de kortste tijd meegemaakt in de geschiedenis van de mensheid. De uitdagingen in Afrika mogen ontzaglijk lijken, maar laten we vooral dit niet vergeten: voor elke 'Afropessimist' van vandaag, was er een 'oosterse fatalist' amper 40 jaar geleden. De auteur is voorzitter van de Wereldbank. Paul Wolfowitz