Bestonden ze maar, die negatieve calorieën. Hoe meer je ervan zou eten, hoe meer gewicht je zou verliezen. Maar net als negatieve centimeters, bestaan ze helaas niet. Of toch? Je moet bij de marketers zijn, zoals Alexander Chernev van Kellogg School of Management, om te leren dat consumenten wel in staat zijn zich negatieve calorieën voor te stellen.
...

Bestonden ze maar, die negatieve calorieën. Hoe meer je ervan zou eten, hoe meer gewicht je zou verliezen. Maar net als negatieve centimeters, bestaan ze helaas niet. Of toch? Je moet bij de marketers zijn, zoals Alexander Chernev van Kellogg School of Management, om te leren dat consumenten wel in staat zijn zich negatieve calorieën voor te stellen. Je vraagt aan een grote groep personen hoeveel calorieën een hamburger bevat. Gemiddeld antwoorden ze bijvoorbeeld 760. Je vraagt aan een equivalente groep hoeveel calorieën een hamburger en een gezond slaatje samen bevatten. Gemiddeld antwoorden ze 660. Hoeveel calorieën telt een slaatje? Juist, -100. De negatieve calorie is geboren. Het boeiende is bovendien dat dat verschil nog groter is bij mensen die erg gefocust zijn op diëten. Ze schrijven nog meer mysterieuze eigenschappen (zoals het doen verdwijnen van calorieën) toe aan dat slaatje. Vele ouders redeneren op dezelfde manier. De kindjes mogen nog wat frietjes eten, als ze eerst een stukje broccoli eten. Ja, ja, ik weet het, broccoli bevat 'al het goede van onze bodem', iets dat je vroeger alleen kon vinden bij sommige bieren. Maar frieten worden niet plots minder ongezond omdat je er broccoli bij eet! Hier is sprake van een bizar wiskundig proces. Het is duidelijk dat we de calorieën moeten optellen, maar in werkelijkheid berekenen we een soort gemiddelde. Dat zou volgens Chernev vooral voorkomen met zaken die we als goed en slecht bestempelen. Het intrinsiek goede beschikt blijkbaar over de magische eigenschap het intrinsiek slechte gedeeltelijk te doen verdwijnen. De vraag is natuurlijk of dat bizarre fenomeen van negatieve calorieën nog elders terug te vinden is. Denkt u ook wel eens dat iets goeds het negatieve effect van iets slechts wegneemt? Uiteraard drinken we een stevige koffie als we snel nuchter willen worden, alsof die koffie de alcohol uit ons lichaam jaagt. In mijn speurtocht naar negatieve calorieën, bots ik op nog een voorbeeld. Sporten is gezond, en dus kunnen we ons nadien in de voetbalkantine te buiten gaan aan alcohol en een snelle hap. Zou het dan kunnen dat de totaalsom van dit soort gedrag eigenlijk negatief is voor de gezondheid? De voedingsindustrie staat bol van de voorbeelden. Maar zou dat ook gelden voor schulden? Als ik slechte schulden heb, en ik voeg er wat goede schulden aan toe, zijn mijn slechte schulden dan goede schulden geworden? Geen kat die dat gelooft. Maar vaagweg herinner ik mij dat de bankencrisis daar iets mee te maken had. Verpak slechte schulden maar net zo vaak tot iedereen, ook de experts uit de banksector, denkt dat het goede schulden geworden zijn. Ik begin te vermoeden dat veel liefdadigheid ook onder de rubriek negatieve calorieën valt. We houden onrechtvaardige systemen in stand, maar geven wat geld voor het goede doel, en gemiddeld zijn we dus correcte mensen, waarbij we uiteraard niet stilstaan bij het feit dat onze willekeurige manier van geld wegschenken weer een nieuwe onrechtvaardigheid kan inhouden. Twee onrechtvaardigheden samen maken de zaken dan minder onrechtvaardig. Want geld weggeven is inherent goed, en dus doen we het gemiddeld nog niet zo slecht. Even terug naar het hamburgerexperiment. Als dat soort resultaten veralgemeend mag worden, sta je als overheid wel voor een vreemd soort dilemma. Hamburgerketens zijn onder morele druk gezet om ook gezonde alternatieven aan te bieden. Je kan een worteltje kopen in de hamburgertent. Maar om zwaarlijvigheid te bestrijden is dat net de verkeerde aanpak. Want de hongerige burger (vreemd woord in deze context...) zal denken dat een burger met wortel minder calorieën bevat dan een burger zonder wortel. Je zou dus beter geen wortels in de aanbieding hebben. Men heeft vastgesteld dat mensen die iets moreel verkeerds doen, nadien meer de handen gaan wassen. Ik begrijp nu beter waarom: je handen wassen is goed, en dus gemiddeld ben je dan niet zo'n slecht mens. Als je dus een fout maakt, een morele of een andere, doe dan vlak nadien iets intrinsiek goeds: even fitnessen, een appel eten, een eerlijk en welverdiend compliment geven. Je hersenen zullen zeer snel het gemiddelde berekenen, en je zult veel beter slapen. Zou dat de reden zijn waarom de top van de georganiseerde misdaad zo graag rondhangt bij kunstenaars? Muziek verzacht wel degelijk de zeden, en ik begrijp nu nog beter waarom. De auteur is partner-hoogleraar management aan de Vlerick Business School.MARC BUELENSHet intrinsiek goede beschikt over de magische eigenschap het intrinsiek slechte gedeeltelijk te doen verdwijnen.