Op Zwitserse bankrekening
...

Op Zwitserse bankrekeningDe stugge zwijgplicht van de Helvetiërs voorkomt dat de aardige spaarpot van een schare Vlaamse beleggers opgespit wordt. Maar voor de roemruchte nazi-miljarden, die volgens een recent Brits rapport in Zwitserse bankkluizen liggen, keurde de Zwitserse regering vorige week dan toch een wetsontwerp goed voor een gedeeltelijke opheffing van het bankgeheim. Hele bibliotheekrekken zijn al gevuld met fictie en speculatieve theorieën over dat nazi-fortuin. Zelfs de meest sensationele versie verbleekt bij de zopas gepubliceerde onthullingen van de 72-jarige Britse televisieregisseur John Ainsworth-Davis. Zijn bekendmaking, Operatie JB Het laatste grote geheim van de Tweede Wereldoorlog, stuurde hij de wereld in onder het pseudoniem Christopher Creighton. Uitgeverij Simon & Schuster legde prompt een kleine 25 miljoen frank op tafel, alleen al voor de Britse rechten. De gerenommeerde uitgever merkt vooraan in het boek wel op dat "de uitgevers niet in de gelegenheid geweest zijn om het verhaal door middel van eigen onderzoek te verifiëren." Ook in de simultaan op de markt gebrachte Nederlandstalige versie bleef die indekking behouden. In mei 1945 ontvoerde een ultrageheim Brits commando nazi-penningmeester Martin Bormann uit de bunkers vlakbij de door Russische troepen omsingelde Rijkskanselarij in Berlijn. De opdracht kwam van premier Winston Churchill, die wellicht handelde in samenspraak met de Britse koning George VI en de Amerikaanse president Truman. Bormann moest hen naar de nazi-miljarden brengen. Alleen met zijn handtekening en op zijn aanwijzen konden de Zwitserse bankrekeningen geopend worden. De operatie was een succes. Na twaalf nachten wist het commando Hitlers secretaris veilig onder te brengen in Zuid-Engeland. Dat gebeurde in heuse James Bond-stijl. Bormann bleef tot april 1956 in Engeland en werd dan overgebracht naar Paraguay, waar hij in februari 1959 overleed. Zijn stoffelijk overschot werd na een tijd heropgegraven, naar Berlijn gevlogen en daar op het Ulap-kermisterrein begraven. In 1972 werd het skelet er schijnbaar toevallig gevonden. Tot dusver twijfelden de meest vermaarde vorsers er niet aan dat Bormann omgekomen was in de woelige meidagen van 1945. Volgens de ene versie pleegde hij zelfmoord, volgens de meest onderstutte getuigenis werd hij doodgeschoten toen hij een Berlijns metrostation verliet. Een postman verklaarde later Bormann begraven te hebben. Maar een lichaam werd niet gevonden. Op de Nürenberger processen werd Bormann dan maar bij verstek ter dood veroordeeld.Diverse studies spreken Creighton flagrant tegen, maar de auteur komt ook met een krachtig argument uit de hoek. Hij zou zelf deel uitgemaakt hebben van het ontvoeringscommando. Hij geeft daarvan een zo gedetailleerde uitleg en beschrijft de operatie zo nauwkeurig, dat hij geregeld de scepsis van de lezer overwint.LDD Christopher Creighton, Operatie JB. Balans/Van Halewyck, 286 blz., 698 fr.