Eindelijk zomer en dus ideaal weer om op mals parkgras tussen hoge bomen van kunstwerk naar kunstwerk te flaneren. Dat doen we in het Middelheimmuseum in Antwerpen. Jaarlijks krijgt het 250.000 bezoekers over de vloer. Over het gras eigenlijk, want het is precies de confrontatie tussen beeldende kunst en natuur die van dit museum een laagdrempelige kunstbeleving maakt.
...

Eindelijk zomer en dus ideaal weer om op mals parkgras tussen hoge bomen van kunstwerk naar kunstwerk te flaneren. Dat doen we in het Middelheimmuseum in Antwerpen. Jaarlijks krijgt het 250.000 bezoekers over de vloer. Over het gras eigenlijk, want het is precies de confrontatie tussen beeldende kunst en natuur die van dit museum een laagdrempelige kunstbeleving maakt. In 2012 wordt het hele museum vernieuwd, vertelt algemeen directeur Menno Meewis. "In de Verenigde Staten is het de gewoonte een museum elke tien jaar een make-over te geven. Het Middelheimmuseum kende een complete vernieuwing in 1993, opnieuw in 2003 en nu in 2012. Een jaartje eerder dan je zou verwachten, maar ik vermoed dat het stadsbestuur zijn vernieuwingen nog gerealiseerd wilde zien voor de verkiezingen van het najaar." De vernieuwing behelst in de eerste plaats een gevoelige uitbreiding van de tentoonstellingsoppervlakte met een groei van 25 naar 30 hectare. Het nieuwe deel - de bloementuin van het Nachtegalenpark - krijgt de titel Hortiflora. Een unieke kans voor het Middelheimmuseum en meteen een impuls om nieuw werk aan te kopen. "Sinds 1994 hebben we vooral moeten werken met onze vaste collectie. We kopen beelden bij, maar wat er staat en stond, blijft er staan. We bleven dus wat beperkt in het historisch stramien van moderne en hedendaagse kunst, van Rodin tot vandaag. Dankzij de nieuwe gronden kunnen we nu eindelijk werk maken van niet-permanente tentoonstellingen. Zie het als een compleet nieuwe zaal in een museum, een ruimte om tijdelijk te experimenteren", zegt Meewis. Het museum vroeg aan het bekende architectenbureau Robbrecht en Daem om in die nieuwe Hortiflora een half-open paviljoen te bouwen. Want nieuwe mogelijkheden creëren nieuwe noden: als je meer fragiele werken tijdelijk wil exposeren, dan heb je nood aan meer beschutting dan wat de parknatuur te bieden heeft. Het resultaat mag best indrukwekkend genoemd worden. Sinds eind vorige maand is het 'Huis' in gebruik genomen: een halfopen stalen constructie, met imposante transparante deuren. Terwijl een jogger er dwars doorheen loopt, bekijken we de tedere keramieken beelden van de Duitser Thomas Schütte. Schütte heeft de eer de allereerste kunstenaar te mogen zijn die in deze 'tijdelijke expositieruimte' tentoon mag stellen: schitterende koppen, boos kijkende dictators, zalige grimassen. Hij brengt dit alles onder het curatorschap van Paul Robbrecht. De architect heeft een uitgesproken interesse voor de cross-over tussen architectuur en beeldende kunst. "Paul Robbrecht is al lang bevriend met Schütte. En ons museum heeft al lang een band met de Duitser. De beslissing was dus snel genomen." Halfweg de 750 meter lange bosweg die Hortiflora met het Braempaviljoen verbindt, lopen we over de op het eerste gezicht krakkemikkige houten brug van het Chinese enfant terrible Ai Weiwei. 'The bridge with no name' ligt er als een ezelsbruggetje tussen een immens bos en een immens ver land, een brug tussen culturen. Bidon Bleu van de Zwitser Roman Signer trekt wellicht meer bezoekers, het tweede van de drie nieuw aangekochte werken in de vaste collectie. Het is een immense stalen springschans in een open stuk omboste tuin. Tijdens het openingsweekend werkte Signer zijn installatie 'af' door een blauwe, met water gevulde bidon van de schans af te laten glijden en tegen een betonnen muur te doen crashen. Het derde nieuwe werk is een intimistische poëzievijver van de Belg Philippe Van Snick. Om zowel het nieuwe stuk park als de nieuwe installatie optimaal voor een breed publiek te ontsluiten, was ook een behoorlijke infrastructuurinspanning nodig. Een park is een openbaar domein dat beveiligd moet kunnen worden, bereikbaar en veilig moet zijn. Daar komt de eigenheid van het Middelheimmuseum goed van pas: dit is een stedelijk museum, en de werkingsmiddelen komen dus van het stadsbestuur. "Ons terrein is volledig eigendom van de stad. Normaal heeft ons museum een werkingsbudget van ongeveer 700.000 euro voor aankopen, restauraties en tentoonstellingen. In 2012 is dat uitzonderlijk opgetrokken tot 2,5 miljoen euro. Van de Vlaamse overheid krijgen we jaarlijks zo'n 400.000 euro." Een belangrijke geldelijke steun krijgt het openluchtmuseum van mecenassen. Die worden verzameld in de 'Middelheim Promotors'. Die vzw, onder leiding van Luc Bertrand, de CEO van Ackermans & van Haaren, spreekt bedrijven aan om het museum te sponsoren. Op die manier draagt de bedrijfswereld jaarlijks voor ongeveer 130.000 euro bij aan de werking van het Middelheimmuseum. De vernieuwing van het Middelheimmuseum geeft een extra impuls aan de goed bedeelde beeldende kunsten in Vlaanderen met TRACK in Gent, Beaufort aan de kust of Manifesta in Genk en Newtopia in Mechelen. Redenen genoeg voor BAM (het Instituut voor Beeldende audiovisuele en mediakunst) om die initiatieven de handen in elkaar te doen slaan en Visual Arts Flanders 2012 boven de doopvont te houden. "Het is de bedoeling van BAM om deze initiatieven internationaal te promoten. Het platform steunt ons via persconferenties en andere initiatieven om ons beeldend cultureel erfgoed wereldwijd te promoten", besluit Meewis. De zomertentoonstelling van Thomas Schütte loopt nog tot 16 september. AART DE ZITTER, FOTOGRAFIE THOMAS DE BOEVER