Ondernemingen wijzen de weg naar duurzame ontwikkeling. Alle groene vooroordelen ten spijt, vermindert het bedrijfsleven wel degelijk zijn negatieve impact op het milieu. Zo zakte de totale emissie van broeikasgassen in de chemische industrie het afgelopen decennium van 40 naar 15 miljoen CO2-equivalenten, ondanks een stijging van de productie met 50%.
...

Ondernemingen wijzen de weg naar duurzame ontwikkeling. Alle groene vooroordelen ten spijt, vermindert het bedrijfsleven wel degelijk zijn negatieve impact op het milieu. Zo zakte de totale emissie van broeikasgassen in de chemische industrie het afgelopen decennium van 40 naar 15 miljoen CO2-equivalenten, ondanks een stijging van de productie met 50%.Maar de politiek blijft blind voor deze inspanningen. Daarom trokken vier van onze topmanagers vorige week aan de alarmbel. Volgens Antoon Dieusart (BASF), Thomas Leysen (Umicore), Philippe Vlerick (Uco) en Luc Willame (Glaverbel) wurgt de toenemende betutteling het ondernemingsklimaat in België. Nochtans is het bedrijfsleven de drijvende kracht achter de vooruitgang. Als de overheid niet dringend het roer omgooit, dreigt een massale sluiting van fabrieken. Ook de visionaire leiders uit de milieubeweging beseffen dat hét antwoord op milieuvraagstukken uit de wetenschappelijke labo's van de industrie moet komen. Daarom sluit Claude Martin, algemeen directeur van World Wildlife Fund ( WWF), aan de lopende band partnerships met ondernemingen af. Na twee decennia van loutere contestatie zoekt nu ook Greenpeace - de ecowarriors bij uitstek - toenadering tot het bedrijfsleven om samen groene oplossingen naar voren te schuiven. Zo maakt de milieuorganisatie onverbloemd reclame voor de producenten van windenergie. Tevens organiseert ze een persconferentie om mee te delen dat drie Belgische distributieketens - Carrefour, Delhaize en Colruyt - geen genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) meer in hun winkelrekken plaatsen. Ondanks alle ogenschijnlijke tegenstellingen streven beide partijen wel degelijk dezelfde doelstellingen na. Zowel het bedrijfsleven als de milieubeweging pleiten als natuurlijke bondgenoten voor een verminderd verbruik van energie en grondstoffen. Tijdens het VEV-congres over duurzame ontwikkeling - oktober 2000 - breekt Roland Moreau, toen directeur van Greenpeace Belgium, nu de nieuwe topman van de federale milieuadministratie, een lans voor dematerialisering. In plaats van te verkopen, verhuren de bedrijven hun producten. Daardoor kunnen ze meer aandacht besteden aan de levensduur van hun goederen en diensten. Zo wordt de industrie aangespoord actiever op zoek te gaan naar milieubesparingen. Proactieve bedrijfsleiders - zoals Jan Coene van Picanol - spelen in op deze trend, die nauw aansluit bij de servicegedachte van de diensteneconomie. Sinds juni 2002 biedt de Vlaamse weefgetouwenbouwer zijn klanten leverings- en onderhoudscontracten op lange termijn aan (zie blz. 38). Alleen ondernemingen die geen roofbouw op de natuur of de mens plegen, krijgen van de samenleving nog een licence to operate. Intussen moet de overheid de industrie wel de ruimte gunnen om haar milieuvriendelijke plannen te realiseren. Als Umicore zes jaar geleden met de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij ( Ovam) een overeenkomst over de bodemsanering van haar site in Hoboken afsluit, maar wegens administratieve rompslomp nog altijd niet de eerste spadesteek heeft kunnen zetten, ben je grondig verkeerd bezig. Eric Pompen [{ssquf}]