De vastgoedontwikkelaar Atenor haalde eind maart 50 miljoen euro op. Opmerkelijk aan de kapitaalronde waren de kleine coupures van 1000 euro. Dankzij die relatief lage intekenprijs kon de kleine belegger nog eens inschrijven op een Belgische bedrijfsobligatie. Dat was al geleden van 2015, toen de producent van raamprofielen Deceuninck rechtstreeks aanklopte bij de Belgische spaarder.
...

De vastgoedontwikkelaar Atenor haalde eind maart 50 miljoen euro op. Opmerkelijk aan de kapitaalronde waren de kleine coupures van 1000 euro. Dankzij die relatief lage intekenprijs kon de kleine belegger nog eens inschrijven op een Belgische bedrijfsobligatie. Dat was al geleden van 2015, toen de producent van raamprofielen Deceuninck rechtstreeks aanklopte bij de Belgische spaarder. Waarom die tocht door de woestijn voor de belegger in vastrentend bedrijfspapier uit eigen land? De lage rente, zeggen specialisten unisono. Die maakt retailobligaties minder aantrekkelijk. De cijfers spreken boekdelen. Een aantal jaren geleden leverde een obligatie van een kwaliteitsvol bedrijf nog makkelijk een rendement van 3 tot 4 procent op. Vandaag is dat nog 1 tot 2 procent. "Retailbeleggers zijn vaak niet bereid hun geld voor vijf tot zeven jaar vast te zetten tegen dat brutorendement", meent Kris Devos, verantwoordelijk voor obligatie-uitgiftes bij ING. Volgens Katherine Dior, verantwoordelijk voor de bedrijfsobligaties bij BNP Paribas Fortis, is niet zozeer de vraag, maar vooral het aanbod het probleem. "Bij beleggers zijn die obligaties nog altijd gewild, maar voor bedrijven zijn ze duidelijk duurder dan andere financieringsbronnen." Zo heeft de zogenoemde Schuldschein opgang gemaakt. "Een oorspronkelijk Duitse vorm van private schuldplaatsing die het midden houdt tussen een lening en een obligatie en geplaatst wordt bij Duitse maar ook internationale banken, verzekeraars en fondsbeheerders", legt Devos uit. Ook Dior merkt dat succes: "Het is een financiering die eigenlijk een banklening is, maar die zoals een obligatie verkocht wordt in de institutionele markt, met lagere kosten voor de ontlener." Daarnaast zijn er ook nog altijd een pak bedrijven die obligaties uitgeven. Onder meer de vastgoedgroepen WDP en Montea en de bioscoopuitbater Kinepolis gaven onlangs schuldpapier uit om hun expansie te financieren. "De markt van Europese bedrijfsobligaties wordt elk jaar groter en vormt meer en meer een vast alternatief voor de klassieke bankleningen", zegt Devos. "Bedrijven splitsen hun financiering steeds vaker op in bankleningen en obligaties." Een goed voorbeeld daarvan is de bierreus AB InBev, die zijn monsterovername van dik 100 miljard dollar van zijn concurrent SABMiller voor bijna de helft financierde door obligaties uit te geven. "Heel wat grote overnames worden via de obligatiemarkten gefinancierd, aangezien ze in het huidige klimaat een attractieve langetermijnfinanciering bieden tegen historisch lage rentevoeten", aldus Devos. Het punt is dus niet een gebrek aan obligaties, maar aan kleine coupures. Vers schuldpapier krijgt nu doorgaans een nominale waarde van 100.000 euro opgeplakt. Die grote bedragen vormen geen probleem voor de grote jongens, zoals vermogensbeheerders, pensioenfondsen en verzekeraars. "Die kunnen wel leven met een rendement van 1 tot 2 procent, aangezien dat ook in lijn is met de internationale obligatiemarkten", zegt Devos. Naast de rendementshonger bij de grote jongens spelen nog factoren. Wie grote coupures uitgeeft, moet bijvoorbeeld geen prospectus samenstellen, waarin alle informatie over de voorwaarden en de risico's staat. Zo'n prospectus is een lijvig document en de goedkeuring ervan door de toezichthouder is een omslachtige procedure. Dat jaagt de uitgever op kosten. Al houdt Dior een slag om de arm. "De regels voor de uitgifte van retailobligaties zijn niet veranderd de voorbije jaren. Dat kan dus niet de hoofdreden zijn dat er nu minder worden uitgegeven." Vanuit de politiek is al vaker geopperd de prospectusverplichtingen te verlichten. Onder meer staatssecretaris Philippe De Backer (Open Vld), die toen nog in het Europese Parlement zat, pleitte voor een vereenvoudiging om de weg te effenen tussen de bedrijven met interessante projecten en de spaarder. Al is niet iedereen gewonnen voor het idee de lat veel lager te leggen. "De regels voor een retailobligatie zijn strenger dan voor een institutionele obligatie, maar die zijn bewust en ook terecht ingevoerd om de retailbelegger te beschermen", vindt Devos. Een ander vaak geopperd idee is dat een eengemaakte Europese kapitaalmarkt een gamechanger kan zijn. Zo'n gelijk speelveld voor de hele Europese Unie staat in de steigers en zou er moeten voor zorgen dat pakweg een Duits bedrijf zonder veel hindernissen bij de Belgische belegger kan aankloppen en omgekeerd. Maar Dior blijft voorzichtig. "Ik zie geen retailmarkt ontstaan in Europa, omdat er eengemaakte regels zijn op kapitaalmarkt." Volgens Dior zijn retailobligaties een typisch Belgisch fenomeen. "Die stammen nog uit de tijd dat de zogenoemde Belgian dentist met de coupontrein naar Luxemburg spoorde om aan de roerende voorheffing te ontsnappen. Dat is vandaag onmogelijk. In België is er niettemin wel nog altijd veel vraag naar retailobligaties. Die zitten in onze cultuur. Maar er zijn weinig andere landen die retailbonds kennen. Elders is het de gewoonste zaak via fondsen in bedrijfsobligaties te beleggen." De obligatie met de kleine coupure is al een tijd nagenoeg dood. Is ze op weg definitief ten grave gedragen te worden? "Als de rente stijgt, zullen we zien of retailbonds weer een aantrekkelijke financieringsbron worden voor bedrijven", blijft Dior voorzichtig. Devos is meer overtuigd: "Retailobligaties zullen zeker en vast nog een rol spelen in de toekomst, wanneer de rente opnieuw wat aantrekt of als alternatieve financieringsvormen weer duurder worden voor de bedrijven."