De meeste Belgische grootbanken hebben na de financiële crisis hun activiteit als zakenbankier op een laag pitje gezet. Dat doet vragen rijzen over de houdbaarheid van hun businessmodel. De Belgische banken werden in 2008 en 2009 hard getroffen door de financiële crisis. Systeembanken als Fortis, Dexia en KBC moesten door tussenkomst van de overheid gered worden. Daardoor werden ze gedwongen de omvang van hun balans fors te verminderen en risico-activiteiten af te bouwen of stop te zetten. In zekere zin lopen de Belgische banken daarmee voorop in Europa.
...

De meeste Belgische grootbanken hebben na de financiële crisis hun activiteit als zakenbankier op een laag pitje gezet. Dat doet vragen rijzen over de houdbaarheid van hun businessmodel. De Belgische banken werden in 2008 en 2009 hard getroffen door de financiële crisis. Systeembanken als Fortis, Dexia en KBC moesten door tussenkomst van de overheid gered worden. Daardoor werden ze gedwongen de omvang van hun balans fors te verminderen en risico-activiteiten af te bouwen of stop te zetten. In zekere zin lopen de Belgische banken daarmee voorop in Europa. Dit proces van schuldafbouw is grotendeels verlopen via de ontmanteling van buitenlandse activiteiten en de inkrimping van effectenportefeuilles en van de handel in financiële producten. Op hun kernmarkten bleven de Belgische financiële instellingen actief als kredietverstrekker aan gezinnen en ondernemingen. Het is pas de jongste maanden dat ze steviger op de kredietrem zijn gaan staan. Maar de hypotheekportefeuilles zijn sinds 2007 continu blijven stijgen. De banken kochten ook meer Belgische overheidsobligaties. Lapidair gesteld zijn vooral de activiteiten en beleggingen van de zakenbankdivisies gesneuveld. Dexia sloot noodgedwongen al zijn buitenlandse filialen, KBC bouwde zijn Londense filiaal KBC Financial Products volledig af, BNP Paribas Fortis plooide zich helemaal terug op de Belgische markt. Op hun beurt trokken buitenlandse zakenbanken zoals RBS en HSBC zich van de Belgische markt terug. Toch hebben de meeste grootbanken nog altijd een marktenzaal en een zakenbankactiviteit. Ze blijven diensten aanbieden zoals de emissie van aandelen of de aan- en verkoop van derivaten om de risico's in te dekken. In de zakenbank van BNP Paribas Fortis bijvoorbeeld werken nog steeds zo'n duizend mensen. Maar handelen voor eigen rekening doen ze niet of nauwelijks nog. Ook ING heeft nog altijd een marktenzaal in Brussel, waar meer dan 100 mensen werken, maar de toekomst ervan werd al een aantal keren ter discussie gesteld. Uit het rapport dat de Nationale Bank vorig jaar publiceerde over de mogelijke opdeling van financiële instellingen in deposito- en zakenbanken blijkt dat de zakenbankactiviteiten belangrijk blijven voor de Belgische banken. In een oefening om de Britse Vickers-regels (regels om instellingen die deposito's aannemen van retail- en kmo-klanten af te schermen) toe te passen op de Belgische banken, komt de Nationale Bank tot de conclusie dat een kwart tot de helft van de activa die op de balans staan verboden zouden worden in de afgeschermde depositobanken en met andere woorden onder de noemer 'zakenbank' vallen. De verboden passiva komen uit op 45 procent van het balanstotaal. Bovendien blijven de tradingactiviteiten een belangrijke bron van inkomsten. Tussen 2006 en 2011 varieerde de gemiddelde waarde van de handelsinkomsten tussen 20 en 40 procent van de bancaire inkomsten. Dat belang is gedaald. Maar toch schat de NBB dat tradingactiviteiten nog altijd goed zijn voor 10 à 25 procent van de bedrijfswinst van de grootste vier Belgische banken. Daarmee is meteen de uitdaging geschetst waarvoor de Belgische banksector staat. Hij plooit zich terug op klassieke bankactiviteiten (sparen en lenen), die minder risicovol zijn, maar ook opbrengen. Een retailbank is veiliger, maar werkt met kleinere marges. Zonder tradingactiviteiten zal er minder winst zijn. En dus bestaat de uitdaging erin een businessmodel te ontwikkelen dat het mogelijk maakt een duurzame winstbasis op te bouwen op basis van een geringer gamma aan activiteiten. Dat wordt geen sinecure. De investeringsbasis is kleiner, de thuismarkt is matuur, de rente blijft zeer laag en de economische groeivooruitzichten zijn zwak. En toch moeten de banken hun rendabiliteit opvijzelen. Enkel door winstreservering kunnen ze hun kapitaalbuffers versterken en de nieuwe solvabiliteitsratio's van Bazel III halen. De strategie om hierin te slagen is dubbel. Enerzijds trachten de banken meer inkomsten te genereren door hun marges op kredieten te verhogen en de vergoeding voor spaargeld te verlagen. Anderzijds snoeien ze in de kosten, door het aantal kantoren te verminderen en in te zetten op een doorgedreven automatisering en digitalisering (geldautomaten, internetbankieren, apps,...). P.C.Zakenbankactiviteiten blijven belangrijk voor de Belgische banken.