De demografische evolutie dreigt de officiële sociale-zekerheidsstelsels in Europa te verpletteren. "Tegen het jaar 2040 en bij ongewijzigd beleid zullen de wettelijke pensioenen 69 % opslokken van alle sociale-zekerheidsuitgaven binnen de Europese Unie. Verleden jaar lag dat percentage nog op 42 %. In landen als Italië en Griekenland zullen de pensioenlasten in 2040 zelfs het totale SZ-budget oppeuzelen. In België zal de relatieve pensioenlast in diezelfde tijdsspanne toenemen van 43 % naar 67 % van de SZ-uitgaven. Deze cijfers tonen aan welke pensioenschok ons nog te wachten staat," aldus Koen de Ryck.
...

De demografische evolutie dreigt de officiële sociale-zekerheidsstelsels in Europa te verpletteren. "Tegen het jaar 2040 en bij ongewijzigd beleid zullen de wettelijke pensioenen 69 % opslokken van alle sociale-zekerheidsuitgaven binnen de Europese Unie. Verleden jaar lag dat percentage nog op 42 %. In landen als Italië en Griekenland zullen de pensioenlasten in 2040 zelfs het totale SZ-budget oppeuzelen. In België zal de relatieve pensioenlast in diezelfde tijdsspanne toenemen van 43 % naar 67 % van de SZ-uitgaven. Deze cijfers tonen aan welke pensioenschok ons nog te wachten staat," aldus Koen de Ryck. De nu 51-jarige de Ryck zwemt al zijn hele professionele leven in pensioenwaters. Hij studeerde rechten in Gent en economie in Parijs en aan Johns Hopkins in Bologna. Van 1972 tot 1985 leidde hij de cel institutionele beleggers bij de Bank Brussel Lambert. Na vier jaar in New York bij het Japanse Niko International Capital Management keerde de Ryck begin 1989 terug naar Brussel en richtte er zijn adviesbureau Pragma Consulting op. Ook is hij permanent vertegenwoordiger in Brussel van de Europese Federatie van Pensioenfondsen. Zonet leverde de Ryck op vraag van de Europese Commissie een imposante studie over de impact van pensioenfondsen op de Europese kapitaalmarkten en de competitiviteit. Kortom, de aangewezen man om de Belgische pensioenproblematiek onder de loep te nemen. TRENDS. Wat vindt u van het pensioenbeleid dat de Belgische overheid tijdens de afgelopen vijf jaar heeft gevoerd ? KOEN DE RYCK. Met uitzondering van Engeland, Nederland en Ierland heeft nog geen enkel West-Europees land ook België niet de problematiek van het wettelijk pensioen ernstig aangepakt. Een eerste belangrijk aspect voor België is de gelijkschakeling van de pensioenleeftijd voor mannen en vrouwen en de berekening in 45sten tegenover 40sten of iets daartussenin. Het effect hiervan op de uitgaven kan in het beste geval neutraal zijn. Een tweede punt is de verhoging van de pensioenminima. Ik geef toe dat de laagste pensioenen onvoldoende zijn onder meer wanneer men ze vergelijkt met het gewaarborgd inkomen. Maar door het grote pensioenvolume zal een aanpassing van de minima de uitgaven sterk opdrijven. Ten derde wordt vaak gepleit voor meer solidariteit van de hogere pensioenen met de lagere. Welnu, deze solidariteit speelt nu al volop, onder meer via de solidariteitsbijdragen op de aanvullende pensioenen. De opbrengst hiervan is bescheiden en ontmoedigt ook de aanvullende pensioenvorming. Die aanvullende pensioenen of ze nu individueel zijn of georganiseerd op bedrijfsvlak worden steeds meer noodzakelijk om het pensioentekort te overbruggen. Schoot de wet Colla van 6 april 1995, specifiek gericht op die aanvullende pensioenen, niet tekort ? De wet Colla creëert inderdaad geen echt statuut voor de aanvullende pensioenen, en ze houdt een aantal verplichtingen in, die ontmoedigend dreigen te werken op werkgevers die eraan denken het aanvullend pensioen op vrijwillige basis in te voeren. Maar diezelfde wet Colla heeft ook enkele tekortkomingen inzake het extra-legaal pensioen weggewerkt. Ik denk aan het verbod op discriminatie tussen man en vrouw, de overdracht van rechten voor personen die van baan veranderen en de informatieplicht van de werkgever ten aanzien van de werknemer.Het ligt dus voor de hand dat er nog behoorlijk zal moeten worden ingegrepen om de pensioenschok verteerbaar te maken. Hoe ziet u dat op het vlak van de officiële pensioenen ?Men zou er goed aan doen de drie huidige stelsels werknemers, zelfstandigen en ambtenaren, met sterk uiteenlopende uitkeringsniveaus te fusioneren, en dit op een haalbaar niveau van uitkeringen. Op die manier komt de veroudering op een ruimer draagvlak te liggen. Men zal in ieder geval de tering naar de nering moeten zetten. Concreet betekent dit dat het repartitiesysteem waarin de bijdragen (van vandaag) steeds de uitgaven (van vandaag) dekken in ere moet worden hersteld, dat dus de tekorten dringend moeten worden weggewerkt. Als men geen aandacht besteedt aan dit parallellisme kan men ook een kruis maken over de 3 %-deficitnorm voor de Europese Monetaire Unie. Ik vind trouwens dat het wettelijk pensioen in zijn repartitievorm moet behouden blijven. Vermits het op het geheel van de werkende bevolking slaat, heeft het een erg sociaal karakter. Naast het officiële pensioen moet er extra ruimte komen voor aanvullende pensioenregelingen. België heeft wat dat betreft niet direct een rijke traditie.Twee doelstellingen zijn essentieel : de deelname aan bijkomende pensioenregelingen moet worden verruimd en die aanvullende systemen moeten een groter percentage van de totale pensioenvoorziening uitmaken. Om die objectieven te realiseren, moeten nog verschillende zaken worden geregeld. Allereerst moet er eindelijk een wettelijk statuut komen dat voldoende zekerheid biedt voor alle betrokken partijen opdat zij zich op langere termijn zouden engageren. Daarnaast dringen zich ook de vrijheid van beleggingen door de pensioenfondsen en een gunstig fiscaal regime op.Bestaat er volgens u een verband tussen de pensioenproblematiek en de spaarwoede van de Belgen ?Zonder de minste twijfel. De personen die de helft van hun loopbaan achter de rug hebben de 40-plussers sparen méér omdat ze beseffen dat hun wettelijk pensioen ontoereikend zal zijn als vervangingsinkomen. Het overgrote deel van deze spaargelden zit echter niet in pensioenfondsen. Het gaat om privé-spaarvormen die, om de voortdurende geldhonger van de staat te ontwijken, gedeeltelijk via bijvoorbeeld Luxemburg gebeuren. Deze manier van pensioensparen ontsnapt bijgevolg grotendeels aan de Belgische fiscus. Daarnaast is het opvallend dat ook degenen die aan het begin van hun loopbaan staan, nu verhoudingsgewijs meer sparen. De oorzaak hiervoor is het gebrek aan werkzekerheid. JOHAN VAN OVERTVELDT