Zowel Hillary Clinton als Donald Trump voert campagne tegen handelsverdragen. Dat is een omwenteling. Sinds de val van het communisme is Amerika een voorstander van meer handel. Handel is een pijler van de zogenoemde Washington Consensus, de internationale staalkaart van economisch beleid, uitgedragen door instellingen zoals de OESO, het IMF en de Europese Unie, die de wereld vanuit de Koude Oorlog naar de globalisering heeft geleid. Die staalkaart gaat nu de papierversnipperaar in.
...

Zowel Hillary Clinton als Donald Trump voert campagne tegen handelsverdragen. Dat is een omwenteling. Sinds de val van het communisme is Amerika een voorstander van meer handel. Handel is een pijler van de zogenoemde Washington Consensus, de internationale staalkaart van economisch beleid, uitgedragen door instellingen zoals de OESO, het IMF en de Europese Unie, die de wereld vanuit de Koude Oorlog naar de globalisering heeft geleid. Die staalkaart gaat nu de papierversnipperaar in. Er zit veel opportunisme in de verkiezingsretoriek. Maar de aversie tegen handel is meer dan populisme. De overtuiging leeft dat handelsakkoorden een nulsom zijn: de enen rijker, de anderen armer. Vooral de fameuze 'middenklasse' zou het daardoor moeilijker krijgen. Haar banen zouden geëxporteerd worden naar China en omstreken. Daar zit een element van waarheid in, maar het is een zeer eenzijdige en selectieve voorstelling. Natuurlijk heeft de opening van de wereldeconomie voor een paar miljard goedkope arbeidskrachten in ontwikkelingslanden de patronen van investering, bedrijfsstructuren en industriële productie veranderd. China is de fabriek van de wereld geworden. Dat heeft mee de kansen voor industriële arbeid in het duurdere Westen verminderd. Er zit dus een verlieszijde aan de globalisering. Sommige landen zijn daar beter mee omgesprongen dan andere en sommige verliesposten blijken hardnekkiger dan eerst gedacht. Mijn punt is dat het verlies grandioos wordt overtroffen door de winst. Voor het eerst in de geschiedenis deelt de meerderheid van de mensheid in de verbetering van welvaart en welzijn. Honderden miljoenen in wat voorheen de 'Derde Wereld' was, zijn letterlijk de armoede ontgroeid. Nog nooit zijn zo veel mensen in zo'n korte tijd er zo op vooruitgegaan. Voormalige ontwikkelingslanden worden groeilanden, voormalige armen worden een gigantische mondiale middenklasse, voormalige lagelonenlanden voor productie worden middeninkomenlanden voor consumptie. Die evolutie, volop bezig en niet zonder groeipijnen, heeft ook voor het Westen een batig saldo opgeleverd. Niemand onder ons kan zich nog de wereld voorstellen zonder de enorme diversiteit aan producten, technologie, communicatie en mobiliteit die we nu kennen. Voor sommige werknemers is globalisering concurrentie, maar voor alle consumenten is het pure winst, gemeten in duizenden euro's levensstandaard per gezin per jaar. In de recessiejaren na 2008 heeft globalisering ons zelfs van een economische depressie gered. Anno 2016 gaat het niet zozeer over het schuiven van banen naar goedkope landen. Het gaat over de toegang voor onze bedrijven tot nieuwe afzetmarkten, het investeringsbeleid van nieuwe kampioenen uit groeilanden, het respecteren van kennis, eerlijke concurrentie tussen bedrijven uit verschillende landen, de handhaving van internationale regels, het afstemmen van productstandaarden die de markt kunnen vergroten en verhelderen. De uitdaging van de hedendaagse globalisering is politiek en juridisch, meer dan economisch. Enkele jaren geleden publiceerde ik After the meltdown, een boekje over de toekomst van globalisering. Daarin waarschuwde ik dat Europa en Amerika de economische globalisering te ver op de politieke hadden laten vooruitlopen. Landen als China en Rusland kwamen aan boord zonder dat ze zich als passagiers moesten gedragen. Het Westen en zijn multinationals zagen veel door de vingers, in de verlokking van groot gewin en in de hoop dat landen meer westers zouden worden naarmate ze rijker werden. Dat laatste is niet gebeurd en wij zijn nu minstens evenveel van hen afhankelijk als zij van ons. We moeten de globalisering redden: een mondiale middenklasse is onze beste hoop op vrede en welvaart in de 21ste eeuw. Dat gebeurt niet door handelsverdragen te verketteren of als geopolitieke zakendeals te verbasteren. Dan vergooien we onze kernwaarden van een op regels gebaseerde, gemeenschappelijke vooruitgang voor de machtslogica van de andere zijde. Europa en Amerika moeten integendeel samen een vuist maken voor sterke regels en dito handhaving, ook al betekent dat politieke spanningen en economische haperingen. Noem het de Nieuwe Washington Consensus.De auteur is directeur van denktank Itinera en doceert aan de UGent. MARC DE VOSEen mondiale middenklasse is onze beste hoop op vrede en welvaart in de 21ste eeuw