Zelfs nu we de zwaarste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog meemaken, slaagt men er in België niet in een federale regering die naam waardig op de been te brengen. Nochtans is dit hét moment voor een sociaal-economische, politieke en maatschappelijke reset, stelt econoom Rudy Aernoudt in zijn boek Coronavirus, elektroshock voor België? Aernoudt is vooral bekend van zijn passages als kabinetschef bij Waalse en Vlaamse ministers en al...

Zelfs nu we de zwaarste economische crisis sinds de Tweede Wereldoorlog meemaken, slaagt men er in België niet in een federale regering die naam waardig op de been te brengen. Nochtans is dit hét moment voor een sociaal-economische, politieke en maatschappelijke reset, stelt econoom Rudy Aernoudt in zijn boek Coronavirus, elektroshock voor België? Aernoudt is vooral bekend van zijn passages als kabinetschef bij Waalse en Vlaamse ministers en als kritische topambtenaar. Zijn vaak uitgesproken standpunten leidden tot zijn ontslag uit de Vlaamse administratie. Toch blijft hij deelnemen aan het maatschappelijke debat. In zijn jongste boek - ongeveer het dertigste - legt hij de vinger op een aantal pijnlijke wonden. Het grote overheidsapparaat, de zeven regeringen en 55 ministers, een land dat tot de grootste schuldenaars ter wereld behoort en gelijktijdig zijn onderdanen zwaar belast, terwijl de kwaliteit van veel publieke diensten (op gezondheid en onderwijs na) te wensen overlaat. Tijd voor een ommekeer, stelt Aernoudt. Het smeermiddel voor een reset is een goed draaiende economie en vrij ondernemerschap als basis voor de welvaart. Hij pleit voor een sanering van de overheidsfinanciën, een ontvetting van het staatsapparaat, een ander - streng maar rechtvaardig - belastingmodel dat initiatief aanmoedigt en niet fnuikt. Als alternatief schuift hij een eenvormige belastingvoet van 21 procent naar voren. De vraag is wel hoe men op die manier een begroting kan saneren. Aernoudt hekelt ook het systeem van werkloosheid, waarbij werklozen zich nestelen in het comfort van de uitkering. De participatiegraad moet dringend worden opgekrikt met een aangepaste arbeidswetgeving. De voorstellen klinken bekend in de oren, vanuit de tijd dat er nog lang geen sprake was van een virus. Het lijkt vaak op oude wijn in nieuwe zakken, veel van de pijnpunten zijn niet nieuw. Hij gaat ook in op de aanpak van de coronacrisis. De garantieregelingen voor kredieten vindt hij oké. Al mag het systeem niet te lang in stand worden gehouden. De auteur kraakt wel de subsidies af, omdat ze niet efficiënt zijn. Ze houden bedrijven in leven die beter de boeken zouden neerleggen. Bovendien geuren subsidies te veel naar politiek cliëntelisme.