Kwam Groot-Brittannië tien jaar geleden nog bijna zonder kleerscheuren uit het dotcomdebacle, dan zijn de vooruitzichten nu somberder. Toen boden een boom van het consumentenkrediet en overheidsbestedingen gefinancierd met budgettaire tekorten soelaas, maar de dagen van gemakkelijk krediet zijn lang voorbij. De consumenten houden de vinger op de knip en de overheidsfinanciën staan diep in het rood. Voor de economie is export de grootste hoop, maar die neemt nauwelijks toe. De grootste Britse exportmarkten, de VS en de eurozone, staan er bepaald niet goed voor.
...

Kwam Groot-Brittannië tien jaar geleden nog bijna zonder kleerscheuren uit het dotcomdebacle, dan zijn de vooruitzichten nu somberder. Toen boden een boom van het consumentenkrediet en overheidsbestedingen gefinancierd met budgettaire tekorten soelaas, maar de dagen van gemakkelijk krediet zijn lang voorbij. De consumenten houden de vinger op de knip en de overheidsfinanciën staan diep in het rood. Voor de economie is export de grootste hoop, maar die neemt nauwelijks toe. De grootste Britse exportmarkten, de VS en de eurozone, staan er bepaald niet goed voor. In september schroefde het IMF zijn groeiprognose voor Groot-Brittannië terug tot 1,6 procent. Maar ook dat lijkt te optimistisch. De Economist Intelligence Unit verwacht slechts 0,7 procent groei. De Britse politici vinden dat ze gelijk hadden om op hun hoede te zijn voor de Europese eenheidsmunt, maar die scepsis biedt geen bescherming tegen de fall-out van de euronarigheid. Groot-Brittannië is het enige grote land buiten de eurozone dat door zijn handels- en financiële banden zwaar blootgesteld is aan de europroblemen. De crisis in Europa heeft ook gevolgen voor de Britse plannen om het tekort terug te dringen. De logica achter de bezuinigingen is dat de wrevel op de obligatiemarkt tegenover landen uit de eurozone snel kan overslaan op andere landen (zoals Groot-Brittannië) met grote begrotingstekorten. Naarmate de Europese ellende dieper wordt, is het echter waarschijnlijk dat het land grotere averij oploopt door strikt vast te houden aan het begrotingsplan, dan door ervan af te wijken. De schaarste aan exportorders bij Britse ondernemingen dwingt de regering maatregelen te treffen om de economie te ondersteunen. De overheid blijft verregaande besparingen doorvoeren zoals gepland, maar de schatkist moet ook nieuwe kapitaalprojecten financieren om het tekort aan vraag te compenseren. Groot-Brittannië mag al van geluk spreken als het in 2012 een krimp van zijn economie met een kwart kan vermijden. Er zijn echter twee factoren die tegen een diepe inzinking pleiten. Ten eerste vertonen pessimistische ondernemers de neiging hun voorraden af te bouwen, investeringen uit te stellen en de aanwervingen stil te leggen. Die neiging om liquide middelen vast te houden blijft de komende maanden echter beperkt omdat heel wat Britse bedrijven al appeltjes voor de dorst opgepot hebben. Ten tweede zal de inflatie gestaag dalen tot 2 procent aan het einde van 2012, omdat de toename van de btw en de energieprijzen uit de jaarcijfers verdwijnt. Dat biedt de fel bestookte consumenten soelaas, die hun reële inkomen in 2011 al aanzienlijk zagen dalen. Een lagere inflatie maakt het ook voor de Bank of England gemakkelijker de geldvoorraad op te voeren door staatsbons aan te kopen. Londen wordt volgende zomer een goedkope vakantiebestemming voor de Amerikanen, maar de meeste Europeanen blijven waarschijnlijk thuis. Het pond staat op het punt om in de eerste maanden van 2012 terug te vallen ten opzichte van de dollar, deels wegens de Britse blootstelling aan de eurozone, maar ook omdat de dollar doorgaans stijgt tegenover andere deviezen als de wereld in moeilijkheden verkeert. Alleen de euro lijkt kwetsbaarder voor een terugval. Maar voor de Britten is het slechts een schrale troost dat sommige Europese economieën er nog slechter voor staan. De auteur is redacteur economie van The Economist. JOHN O'SULLIVANHet pond staat op het punt terug te vallen ten opzichte van de dollar.