Zonder de voor donderdag 11 januari 2006 geplande verkiezing af te wachten van vijf nieuwe vertegenwoordigers door de groep Handel tijdens de algemene vergadering van de Hoge Raad voor Diamant (HRD), diende directeur-generaal Peter Meeus onverwacht zijn ontslag in. Uitgerekend de groep Handel had de voorbije maanden zware kritiek op het functioneren van de HRD.
...

Zonder de voor donderdag 11 januari 2006 geplande verkiezing af te wachten van vijf nieuwe vertegenwoordigers door de groep Handel tijdens de algemene vergadering van de Hoge Raad voor Diamant (HRD), diende directeur-generaal Peter Meeus onverwacht zijn ontslag in. Uitgerekend de groep Handel had de voorbije maanden zware kritiek op het functioneren van de HRD. Van bij zijn aantreden in 1999 voelde Meeus de noodzaak om de slagkracht van de HRD als koepelorganisatie van dertien diamantverenigingen te verbeteren. De branche is immers onderhevig aan economische ontwikkelingen waarop de Antwerpse diamantsector zelf almaar minder vat heeft. In 2002 werden de dertien verenigingen, onder de bemiddeling van de Antwerpse eregouverneur Andries Kinsbergen, onderverdeeld in drie groepen met elk vijf vertegenwoordigers: Handel, Nijverheid en Beurzen. Meeus gaf een vierde groep van niet-leden (de diamantbanken en de mijnontginners Rio Tinto, BHP/Billiton en Alrosa - dat later de voor De Beers voorziene zetel kreeg) ook een zitje in de raad van bestuur. De twintig bestuurders en hun groepen werden ook nog bijgestaan door adviserende commissies. Al onmiddellijk na de hervorming werd gewaarschuwd dat het besluitvormingsproces bemoeilijkt zou worden door 'staatjes binnen de staat' en dat het management van de directeur-generaal met zijn driekoppige directiecomité kon worden tegengewerkt. Bij zijn ontslag erkende Peter Meeus dat het functioneren van de HRD "als een parlement met rivaliserende fracties tot een impasse heeft geleid." Al gauw doken binnen de groepen grondige meningsverschillen op over de te volgen strategie van HRD. Binnen de groep Handel, bijvoorbeeld, botsten de tegenstrijdige belangen tussen handelaars in ruwe steentjes en handelaars in geslepen diamant. André Gumuchdjian, voorzitter van de BVGD (Belgische Vereniging voor Handelaars, In- en Uitvoerders van Geslepen Diamant) uit de groep Handel, wil geen olie op het vuur gooien, maar blijft erbij dat "HRD meer representatief moet worden" om uit de impasse te geraken: "Er zijn verschillende mogelijkheden. Het ideaal zou zijn dat HRD-bestuurders rechtstreeks verkozen worden door de 1100 Antwerpse diamantfirma's. Zo komen ook de Indiase bedrijven aan hun trekken. Het door de HRD uitgestippelde beleid kan alleen legitimiteit verwerven door de representativiteit van de koepelorganisatie."Peter Meeus ijverde voor meer slagkracht van de HRD, voor een grotere transparantie, hij reageerde proactief op ontwikkelingen in concurrerende diamantcentra (onder meer door het project 'Antwerpen Juwelenstad') en drong aan op een sterke wereldwijde marketing van Antwerpen als 'hét wereldcentrum voor de diamant'. Hij pleitte voor de vestiging van eigen HRD-labo's met -certificaten in de belangrijkste markten, van New York over Dubai tot Sjanghai. Roland Lorié, CEO van het Antwerpse privécertificatiebureau IGI (International Gemological Institute) met zeven vestigingen wereldwijd: "Antwerpen heeft nog altijd sterke troeven: uitmuntende deskundigheid, goede organisaties en logistiek, plus politieke stabiliteit. En men droomt nog altijd overal in de hele wereld van een Antwerp Diamond. Om efficiënt te zijn, heeft de HRD een te zware structuur. Sterke organisaties hebben in een globaliserende wereld lichte, flexibele structuren. De HRD moet daar opnieuw naartoe en moet ook meer voeling houden met de basis en met alle geledingen uit de sector." E.B.