Regeringen kenmerken zichzelf door wat ze uitgeven. Daarom zal het driejarige bestedingsplan dat de Britse schatkist in 2007 zal voorleggen, de ware kleuren tonen van een Labourregering die geleid wordt door Gordon Brown - nu nog minister van Financiën en favoriet om Tony Blair als premier op te volgen in 2007. Gesteld dat Brown de job krijgt, zal dat plan als het ware een blauwdruk van zijn beleid vormen.
...

Regeringen kenmerken zichzelf door wat ze uitgeven. Daarom zal het driejarige bestedingsplan dat de Britse schatkist in 2007 zal voorleggen, de ware kleuren tonen van een Labourregering die geleid wordt door Gordon Brown - nu nog minister van Financiën en favoriet om Tony Blair als premier op te volgen in 2007. Gesteld dat Brown de job krijgt, zal dat plan als het ware een blauwdruk van zijn beleid vormen. De nieuwe bestedingsverbintenissen, die betrekking zullen hebben op de periode van april 2008 tot maart 2011, zullen de stempel dragen van de beslissingen die in het voorbije decennium door Brown als chancellor genomen werden. In de eerste drie jaar na de machtsovername door Labour in 1997, kwam de regering haar verkiezingsmanifest na door zich op te stellen als een verstandige in plaats van een gulle uitgeefster. Brown zwoer trouw aan voorzichtigheid en verraste de sceptici door ook de daad bij het woord te voegen. Hij beknotte de groei van de bestedingen en trok de belastingen op. Zijn beloning was een metamorfose van de openbare financiën, die van een deficit oversloegen op een overschot. In 2000 week de hongersnood voor het feest. Bij het begin van dat jaar ging Brown de dure verbintenis aan om de uitgaven voor gezondheidszorgen op te trekken naar het Europese niveau. Brown, die vastbesloten was om niet overtroefd te worden door de eerste minister, liet zijn voorzichtigheid varen. Sinds hij in de begroting van dat jaar de sluisdeuren opende, werden de werkingsmiddelen van de openbare sector - vooral dan van de met belastinggeld gefinancierde gezondheidssector - aanzienlijk opgepompt. De overheidsbestedingen sprongen van 37,4 % in 1999-2000 naar 43,1 % in 2006-2007. De overschotten smolten als sneeuw voor de zon en de openbare financiën rolden opnieuw in het deficit, ondanks scherpe belastingverhogingen in 2003. Aan die uitspattingen zal in de lente van 2008 een einde komen. In de daaropvolgende drie jaar zal er een te lang uitgebleven terugkeer naar openbare soberheid plaatsvinden. Vanaf de lente van 2008 zullen de uitgaven met 2 % per jaar toenemen en dat is minder dan de groei van het bbp, die op 2,5 % per jaar geschat wordt. Als alles volgens plan verloopt, zal dat de verhouding van openbare uitgaven op het bbp terugbrengen op 42,5 % in 2010-2011. De timing van die nieuwe fase van spaarzaamheid komt niet bepaald gelegen voor Brown, omdat ze te paard zal zitten op de volgende verkiezingen, die waarschijnlijk in 2009 en ten laatste in 2010 zullen gehouden worden. De aanhoudende deficits bieden hem echter nauwelijks manoeuvreerruimte. In plaats van zich nog een keer te wagen aan onpopulaire belastingverhogingen, zal hij zich ontpoppen als een harde manager van een besparingsgolf die erop gericht is meer waarde te scheppen voor de openbare diensten. Als minister van Financiën nam Brown Blairs hervormingen onder schot, die erop gericht waren om de marktkrachten te laten spelen in de gezondheidsdienst. De uitgavencontrole zal dan ook een ontgoocheling zijn voor de linkerzijde van Labour, die hopen dat die veranderingen teruggeschroefd zullen worden. Na bijna een decennium waarin de begroting met 7 % per jaar uitdijde, zal de National Health Service moeten leren leven met stijgingen die misschien 3 % zullen bedragen. Dat zal de NHS ertoe verplichten om efficiënter te werken door medische diensten op een betere manier in te kopen en meer concurrentie te organiseren tussen ziekenhuizen. Onderwijs wordt dan weer beslist een winner in 2007. Brown selecteerde dat al voor een speciale behandeling in zijn begroting van 2006. Brown verklaarde dat het zijn ambitie was om de leerlingen in het staatsonderwijs dezelfde gulle financiering te geven als leerlingen in het vrij onderwijs. Brown is uit op een potje bakkeleien over die kwestie met David Cameron, de leider van de conservatieve oppositie, die school liep in Eton. Los van die aspiratie, zal Brown zich in zijn bewegingen geremd voelen door de noodzaak meer uit te geven aan veiligheid, zowel in binnen- als buitenland. Ook als het over defensie gaat, zal Brown niet toelaten dat hij afgeschilderd wordt als een doetje. Nadat ze er tijdens de voorbije twee verkiezingen niet in slaagden opnieuw stemmen binnen te halen met beloften voor belastingverlaging, zullen de conservatieven nu op hetzelfde terrein als Brown strijden. De Tory's hebben al uitgesloten dat ze nog maar eens belastingverlagingen zullen beloven. De gebruikelijke jingle van 'belast en besteed' zal moeten wijken voor een meer relevante strijd rond de vraag wie de Britse openbare diensten waar voor hun geld kan geven. De auteur is medewerker Britse Economie van The Economist. Paul Wallace