Was de top van de twintig rijkste landen in Londen een reden tot euforie? Ja en neen. Enerzijds kunnen we moeilijk euforisch zijn terwijl een wereldcrisis van ongekende omvang al onze economieën in een wurggreep houdt. Anderzijds had een slechte afloop van de bijeenkomst het vooruitzicht op het einde van de crisis nog verder weg doen lijken.
...

Was de top van de twintig rijkste landen in Londen een reden tot euforie? Ja en neen. Enerzijds kunnen we moeilijk euforisch zijn terwijl een wereldcrisis van ongekende omvang al onze economieën in een wurggreep houdt. Anderzijds had een slechte afloop van de bijeenkomst het vooruitzicht op het einde van de crisis nog verder weg doen lijken. Een aantal vaststellingen kan na afloop wel gemaakt worden. Ten eerste: het moet nu wel voor iedereen duidelijk zijn dat de wereld sinds september-oktober van vorig jaar drastisch veranderd is. Geen enkel land, hoe machtig ook, is nog in staat om het wereldbeleid te dicteren. Het Westen, dus Europa en de Verenigde Staten, is niet langer het unieke model dat de rest van de wereld tracht na te bootsen. Om plannen tegen de crisis te kunnen ontwikkelen en nieuwe regels in te voeren, moeten China, Brazilië, India en Rusland zich op zijn minst echt achter de beslissingen scharen en zich eraan houden. De wereld is nu echt multipolair geworden, maar zoekt nog een geschikte bestuursvorm. Ten tweede: de staten ontdekken weer het nut van de internationale instellingen voor een efficiënt optreden. Het wordt de taak van die instellingen om maatregelen voor te stellen, ze door de staten te laten goedkeuren en daarna uit te voeren. Niet minder belangrijk is de vaststelling van de rol die de G20 aan het IMF, de Wereldbank, de WTO en de Stabiliteitsraad heeft toegekend. Ten derde: we zullen nu kunnen beoordelen hoe goed deze instellingen in staat zijn om de hun toevertrouwde opdrachten werkelijk uit te voeren. Het IMF moet het faillissement voorkomen van de economieën die het zwaarst door de crisis zijn getroffen. De Wereldbank moet zorgen dat de crisis geen rem vormt voor de doelstellingen die zijn vastgelegd om de staten te begeleiden en uit de onderontwikkeling te halen. De WTO zal de landen voor hun verantwoordelijkheid moeten plaatsen; zij moeten de onderhandelingen tot een goed einde brengen en hun principiële afwijzing van protectionisme in praktijk brengen. De Stabiliteitsraad ten slotte moet de eerste aanbevelingen doen voor de dringende invoering van een financiële reglementering die de tekortkomingen verhelpt. Ten vierde: in deze context zal de invloed van Europa recht evenredig zijn met het vermogen om over al deze thema's een gemeenschappelijk standpunt in te nemen. Het zou een buitengewone paradox zijn dat de Europese Unie het zou laten afweten, net nu we het belang van de internationale instellingen opnieuw ontdekken. Misschien lijkt het vreemd dat ik bij de opvallende successen van de G20 niet het einde van de 'belastingparadijzen' vermeldt. Dat komt gewoon omdat ik denk dat de crisis er ook zonder de belastingparadijzen ongeveer hetzelfde had uitgezien. Maar natuurlijk kunnen we alleen maar blij zijn met de wil om landen die de wetten toepassen, niet langer te discrimineren. Waarom zouden we ons niet verheugen dat de grote staten van de wereld de ethiek op de voorgrond plaatsen en beslissen om echt samen te werken tegen witwaspraktijken en de financiering van de georganiseerde misdaad? Alle Belgische belastingplichtigen zullen zeker even hebben moeten slikken toen ze vernamen dat ons land een belastingparadijs is! Een laatste opmerking: nu men de gevolgen van de crisis tracht te milderen, blijkt dat de sociale markteconomie die de Europese Unie kenmerkt, daar beter toe in staat is dan om het even welk ander model. De Amerikaanse president Barack Obama voert een moedig beleid om de problemen van ziekteverzekering, minimuminkomen en onderwijs voor iedereen aan te pakken. De Europese Unie, die gebaseerd is op een concept van solidariteit en sociale rechtvaardigheid, geeft al bijna vijftig jaar concrete antwoorden op deze grote uitdagingen. Na Londen is er weer wat vertrouwen en lijkt er een duidelijke wil aanwezig om krachtig op te treden. Dat is goed, maar het komt er nu op aan om door te zetten. (T) DE AUTEUR IS MINISTER VAN STAAT.Etienne Davignon