Het gaat goed in de Vlaamse aardappelsector. Niet alleen multinationals als McCain, dat dit jaar Lutosa overnam, ziet er de mogelijkheden van in. Ook Mydibel, een familiebedrijf uit Moeskroen, is in goeden doen. Zijn volautomatische magazijn van 32 meter hoog behandelt 31.000 pallets, zonder manuele behandeling. En dat laatste is maar goed ook, want er heerst een temperatuur van min 18 graden Celsius. Aan het magazijn hangt een prijskaartje van 16 miljoen euro. Mydibel zag zijn omzet in de voorbije drie jaar met een kwart stijgen.
...

Het gaat goed in de Vlaamse aardappelsector. Niet alleen multinationals als McCain, dat dit jaar Lutosa overnam, ziet er de mogelijkheden van in. Ook Mydibel, een familiebedrijf uit Moeskroen, is in goeden doen. Zijn volautomatische magazijn van 32 meter hoog behandelt 31.000 pallets, zonder manuele behandeling. En dat laatste is maar goed ook, want er heerst een temperatuur van min 18 graden Celsius. Aan het magazijn hangt een prijskaartje van 16 miljoen euro. Mydibel zag zijn omzet in de voorbije drie jaar met een kwart stijgen. "Onze groei zit in de overzeese export, naar Azië en Zuid-Amerika", duidt verkoopdirecteur Alexander Van Halderen. "Belgische producten zijn in trek, frieten raken almaar meer bekend. We bieden een uitgebreid gamma aan specialiteiten." Liefst 90 procent van de omzet komt uit het buitenland, uit de export naar 162 landen, al blijven Frankrijk en Groot-Brittannië de belangrijkste markten. "Dit is het beste teeltgebied van de wereld", vult gedelegeerd bestuurder Carlo Mylle aan. "We hebben een grote kennis in kwaliteit en opleiding van landbouwers. De aardappelteelt is een metier. Het wordt doorgegeven van generatie op generatie." Bij Mydibel staat de tweede generatie aan het roer. Carlo Mylle is de operationeel directeur van de drie productiefabrieken. De tweede gedelegeerd bestuurder, Bruno Mylle, is directeur voor logistiek, de aankoop van aardappelen en de teeltopvolging. Precies een kwarteeuw geleden startte vader Roger Mylle een fabriek voor aardappelverwerking in een industriezone in Moeskroen. "Vader is begonnen als aardappelhandelaar. Het was zijn droom een eindproduct te maken uit de aardappel. In 1988, op zijn 49ste, begon hij met Mydibel aan een tweede carrière. We wilden ons vestigen in Bellegem, op vijf kilometer van de huidige terreinen. We hadden genoeg grond, maar die lag in een verkeerde zone. Dus trokken we naar de industriezone in Moeskroen. Dat was dure grond. Onze concurrenten konden beginnen op landbouwgrond. We gingen dus niet naar Moeskroen voor de subsidies, maar uit grondgebrek." Maar de onderneming heeft zich die keuze niet beklaagd. Twee productiefabrieken zijn in de loop der jaren door continue uitbreiding naar elkaar toegegroeid. Iets verderop bevindt zich het transportfiliaal, dat een vloot van 27 vrachtwagens heeft. In een andere industriezone in Moeskroen staat een derde fabriek. De stad bezorgde de aardappelverwerker dus voldoende ruimte tot groei. "De lokale overheden zijn heel toegankelijk voor de industrie", beseft Carlo Mylle. "Alleen moeten we vaststellen dat er te weinig mobiliteit is bij de werknemers uit de streek. We zouden het liefst met mensen uit de directe omgeving werken. Maar iemand uit Doornik, een afstand van 15 kilometer, zal zich moeilijker verplaatsen dan een Fransman, die tot 80 kilometer ver woont. 30 à 40 procent van ons productiepersoneel komt daarom uit Frankrijk." Kijkt Mydibel voor zijn personeel naar Frankrijk, voor de grondstof, de aardappelen dus, gaat het almaar meer richting Wallonië. "Wallonië heeft nog maagdelijke gronden", verklaart Bruno Mylle. "Omdat je er over veel meer gronden beschikt, kun je er om de vier jaar telen. Dat levert een hoger rendement op. Vlaanderen is overbeplant. Dat is historisch zo gegroeid." De aardappelen worden verwerkt tot een gamma van veertig producten: frieten, kroketten, nootjes, puree, kwartjes en zelfs tot wafels voor Nieuw-Zeeland. "We willen innovatief zijn", duidt Alexander Van Halderen. "We kunnen ons aanbod gemakkelijk naast dat van McCain leggen." Belangrijk is een juiste verhouding tussen het eigen merk Mydibel en de productie van huismerken. Voor het eigen merk ontwikkelt Mydibel meer innovaties, wat hogere marges oplevert. De verhouding is vandaag fiftyfifty. Namen noemt Mydibel niet, maar de fabrieken in Moeskroen leveren aan diverse grote supermarktketens in de wereld, en aan cateringbedrijven. En het produceert aardappelvlokken en -granulaten voor de voedingsindustrie. Maar Mydibel moet een permanent gevecht voeren om de juiste prijs voor zijn producten te krijgen. Ondanks de forse omzetgroei leed het in 2010 en 2011 verlies, na een flinterdun bedrijfsresultaat. "Dat hangt deels samen met de investeringen", duidt Carlo Mylle. "Maar de belangrijkste productiekosten zijn die van de grondstof, de aardappelen. We kunnen de opbrengst niet voorspellen; we leven met de natuur. In 2011 waren prijsschommelingen met 300 procent, en die kunnen we niet meteen doorrekenen aan onze klanten." Aan- en verkoopcontracten tegen vaste prijzen bieden slechts deels soelaas. Voor het huidige oogstjaar verwacht Mydibel geen historische prijzen zoals vorig seizoen, tot 35 euro per 100 kilo aardappelen. De prijs zou schommelen tussen 15 en 20 euro. Een recente studie van Belgapom, de Belgische vereniging van aardappelverwerkers, wees acht belangrijke spelers in de sector aan. Een consolidatie van de verwerkers zou de sector meer marktmacht bezorgen, maar dat is zonder het individuele entrepreneurstalent gerekend. "We gaan onze eigen weg", oordeelt Carlo Mylle. "Een van onze belangrijkste doelstellingen is dat we zelfstandig en familiaal blijven. Je moet geboren zijn in deze business om ze te begrijpen. Van concurrentie word je alleen maar beter. We moeten gericht de juiste markten aanboren." WOLFGANG RIEPL, FOTOGRAFIE JELLE VERMEERSCH