"Een akkoordenboekje, de platen van Pink Floyd en vooral die van Neil Young. Daarmee leerde ik mezelf als tiener gitaar spelen. Ik liet er de klassieke piano links voor liggen. Gitaar was veel cooler, vond ik. Ik had op mijn vijftiende voor het eerst een liveoptreden gezien. Ik was er helemaal ondersteboven van. Vooral de energie die met zo'n optreden gepaard gaat, maakte grote indruk. Dat gevoel kun je nergens anders mee vergelijken, vooral als je zelf op het podium staat. Beseffen dat je mee verantwoordelijk bent voor die energie, is fantastisch. Keer op keer zocht ik die impact opnieuw op, met verschillende gelegenheidsbands.
...

"Een akkoordenboekje, de platen van Pink Floyd en vooral die van Neil Young. Daarmee leerde ik mezelf als tiener gitaar spelen. Ik liet er de klassieke piano links voor liggen. Gitaar was veel cooler, vond ik. Ik had op mijn vijftiende voor het eerst een liveoptreden gezien. Ik was er helemaal ondersteboven van. Vooral de energie die met zo'n optreden gepaard gaat, maakte grote indruk. Dat gevoel kun je nergens anders mee vergelijken, vooral als je zelf op het podium staat. Beseffen dat je mee verantwoordelijk bent voor die energie, is fantastisch. Keer op keer zocht ik die impact opnieuw op, met verschillende gelegenheidsbands. "Toch vond ik het verschrikkelijk om die eerste keer zelf op het podium te kruipen. Vooraf ging ik wel honderd keer naar het toilet (lacht). Je staat plots te kijk, maar dat heeft me wel deugd gedaan. Het heeft me geleerd hoe je iets deelt met een groep mensen, want van nature ben ik veeleer introvert. Met mijn podiumervaring kon ik dat overwinnen. Ik ging beseffen dat je je niet altijd hoeft te verstoppen. Na een tijd komt daar een zekere routine in, maar je mag nooit te gerust zijn. Anders verlies je je concentratie. Ook als CEO sta ik daar nog weleens bij stil. Een bedrijf draait tenslotte ook op de energie van het moment." "Optreden bleek meer leuke bijkomstigheden te hebben. Je wordt bewonderd als je de juiste snaar weet te raken. Toch was dat niet de reden om op het podium te klimmen. Aan één moment van bewondering gaan heel wat oefensessies en bloedende vingers vooraf. Dat zou ik er nooit voor over hebben gehad als het alleen daarover ging, want sterren en strepen hebben me nooit iets gezegd. Ik oefende uren op mijn kamertje omdat muziek emotie is. Vandaar dat ik ook was aangetrokken tot het werk van Neil Young, dat zo authentiek en ongekunsteld is. Hij moet het niet hebben van ingewikkelde teksten en hij gaat recht naar het hart. Ook Youngs manier van gitaar spelen heeft me altijd aangesproken, omdat die niet drijft op een enorme virtuositeit. Wat me goed uitkwam, want een virtuoos ben ik nooit geworden. "Ik wilde vooral experimenteren met pop- en rockmuziek, en er mijn eigen kleur inleggen. Dat is in de zakenwereld niet anders. Ik houd er niet van om methodes of een proces blindelings te volgen. Die moeten er uiteraard zijn, maar ze zijn niet het belangrijkste. Zie ze als een akkoordenschema van een nummer, waarop je toch elke keer je stempel kunt drukken door er creatief mee om te gaan." "Hoe die stempel klinkt in de nummers die ik zelf heb geschreven, heb ik laatst nog eens beluisterd. Je kunt veel afleiden uit de demo's van mijn zestienjarige ik en uit die van korter geleden. Ze waren een manier om wat ik meemaakte in het leven een plaats te geven. Ik kan nog zo oproepen hoe ik me tijdens het maken van bepaalde nummers voelde en in welke situatie ik zat. Noem het gestolde emotie, of zie het als een tijdscapsule. Je merkt bij het herbeluisteren hoe je kijk is veranderd. Daarom kijk en luister ik altijd met een zeker mededogen naar de jongere versie van mezelf. Ach, daar lag ik toen nog wakker van, denk ik dan weleens. "Ondertussen is het alweer een tijd geleden dat ik nog op het podium stond, omdat mijn carrière in een stroomversnelling kwam. Gitaar spelen blijft toch een goede manier om mijn leven in evenwicht te houden. Vrienden en familie mogen nog altijd meeluisteren. En voor wie wil, zijn er compromitterende beelden te vinden op YouTube (lacht)." SJOUKJE SMEDTS, FOTOGRAFIE JONAS LAMPENS