De wet op de appartements- mede-eigendom is één jaar oud. Deze wet moderniseerde de bepalingen van de vorige mede-eigendomswet uit 1924.
...

De wet op de appartements- mede-eigendom is één jaar oud. Deze wet moderniseerde de bepalingen van de vorige mede-eigendomswet uit 1924.De voorbije 70 jaar is er wat appartementsgebouwen betreft één en ander veranderd. Alle bepalingen die de wetgever in 1924 in de wet voorzag, waren dan ook duidelijk verouderd.De nieuwe wet is nu een jaar van toepassing. Welke lessen kan men uit deze 12 maanden ervaring trekken ? En in welke toestand bevinden de mede-eigendommen zich momenteel ?Eerst en vooral zijn er de mede-eigendommen opgericht na het in werking treden van de wet. Na 1 augustus van vorig jaar dus. De statuten die deze mede-eigendommen regelen, zijn uiteraard aan de nieuwe wetteksten aangepast. De notarissen hebben hun verdelingstaken met de nieuwe wet in overeenstemming gebracht.Voor de mede-eigendommen die reeds bestonden voor de wet in werking trad, zijn er twee gevallen te onderscheiden. Soms besloot de algemene vergadering van mede-eigenaars de bestaande statuten aan te passen en werd de akte van wijziging voor de notaris ondertekend en op het hypotheekkantoor overgeschreven. In dat geval is de nieuwe wet op deze mede-eigendom van toepassing.Uit de praktijk weten wij evenwel dat slechts enkele, zeldzame mede-eigendommen deze stap hebben gezet. De anderen deden dat niet. Hetzij omdat de mede-eigenaars niet overtuigd waren van de noodzaak ervan, hetzij omdat ze de zaak tot later uitgesteld hebben om de hiermee gepaard gaande kosten te vermijden. In deze veronderstelling heeft de algemene vergadering dus beslist niets te doen, of heeft zij nog niet beslist het vastgoedstatuut aan te passen.Momenteel kan niemand met zekerheid zeggen wat de juridische toestand van deze mede-eigendom is. Is de wet erop van toepassing of niet ? En zo ja : helemaal of slechts gedeeltelijk ? De meningen van de specialisten zijn verdeeld. Voor zover wij weten, werd deze vraag nog niet aan een rechtbank voorgelegd. De vaststelling dat er geen conflicten schijnen te bestaan, is geruststellend. De blijvende onenigheden tussen mede-eigenaars zijn dus ongetwijfeld minder talrijk dan de wetgever verwachtte. Maar voor de syndici en gebouwenbeheerders is het zeker geen prettige stand van zaken.De vraag zal scherper worden gesteld zodra een conflict gerechtelijk moet worden beslecht. Had de wetgever er niet veel beter aan gedaan te voorzien dat de wet automatisch op alle mede-eigendommen van toepassing zou zijn, vergezeld van een einddatum waarop de statuten aangepast moesten zijn ? Waarschijnlijk wel. In andere aangelegenheden werd die politiek steeds met succes toegepast. Denken we bijvoorbeeld maar aan de wet inzake het minimumkapitaal van handelsvennootschappen.RUFIN LAMMENS De auteur is vice-voorzitter van de Unie der Immobiliënberoepen (U.I. B). Met dank aan Pierre-Etienne de Fays, notaris te Schaarbeek.