Frankrijk mag van Europees commissaris voor Financiën Pierre Moscovici wat meer tijd nemen om het begrotingstekort onder 3 procent te brengen. Na de aanslagen van 13 november worden de middelen voor veiligheidsdiensten, politie en gendarmerie aanzienlijk verhoogd. Er is sprake van 5000 extra banen. Eerste minister Manuel Valls (PS) liet al verstaan dat "die middelen voor veiligheid niet ten koste van andere budgetten zullen gaan".
...

Frankrijk mag van Europees commissaris voor Financiën Pierre Moscovici wat meer tijd nemen om het begrotingstekort onder 3 procent te brengen. Na de aanslagen van 13 november worden de middelen voor veiligheidsdiensten, politie en gendarmerie aanzienlijk verhoogd. Er is sprake van 5000 extra banen. Eerste minister Manuel Valls (PS) liet al verstaan dat "die middelen voor veiligheid niet ten koste van andere budgetten zullen gaan". Normaal moet het begrotingstekort dalen van 3,8 procent van het bbp in 2015 naar 3,3 procent volgend jaar om in 2017 onder de grens van de 3 procentnorm uit te komen. Zware besparingen leken onvermijdelijk, maar ze komen er niet. Wellicht komt Frankrijk ten vroegste in 2018 uit de gevarenzone. Moscovici zegt te begrijpen dat veiligheid prioritair is geworden. Een verschil met de voorbije jaren, toen onze zuiderburen geregeld door de Europese Commissie op de vingers werden getikt voor hun lakse begrotingsbeleid. Dat beleid leidt volgend jaar wellicht tot een overheidsschuld boven 100 procent van het bbp. De economische situatie van Frankrijk blijft zeer fragiel. Het is de tweede economie van de eurozone, maar de economische fundamentals van het land zijn zwak. Frankrijk heeft een handelstekort van meer dan 40 miljard euro of 1,8 procent van het bbp, een van de slechtste resultaten in Europa. Het tekort op de lopende rekening is vorig jaar aanzienlijk verslechterd, tot 19,7 miljard euro of 0,9 procent van het bbp. In 2013 was dat nog 17,7 miljard euro. Frankrijk heeft behoefte aan de aanvoer van kapitaal uit het buitenland. Het land kampt al jaren met een chronisch competitiviteitsprobleem. De impliciete belasting op arbeid (39,5 %) is samen met die van België en Italië de hoogste van de eurozone. De loonkosten zijn sinds 2012 weliswaar minder sterk toegenomen dan bij grote buur Duitsland: 1,1 procent versus 6,2 procent. Maar de grote concurrenten voor de Franse bedrijven zijn almaar vaker ondernemingen in Zuid-Europese landen die de loonkosten de voorbije jaren aanzienlijk hebben verlaagd. De Franse uurloonkosten bedragen 38,7 euro. In Spanje is dat 24,1 euro, in Italië 29 euro en in Portugal amper 12,5 euro. De Franse bedrijven zijn bovendien nog altijd niet bekomen van de financiële crisis van 2008. Vooral de industriesector blijft op de sukkel. De industriële productie is er sindsdien gedaald met 16,5 procent. Dat is beter dan Italië (-25 %), maar een pak slechter dan Duitsland (-1,4 %). Tussen eind 2013 en eind 2014 zijn volgens Eurostat 160.000 banen gecreëerd in de Europese industrie. In Duitsland kwamen er 40.000 bij, in Frankrijk gingen in dezelfde periode 30.000 banen verloren. De Duitse industrie is goed voor 22 procent van de toegevoegde waarde van het land. In Frankrijk is dat slechts 10 procent. Het is vooral dankzij de defensiesector dat de Franse industrie nog overeind blijft (zie kader De defensie-industrie: een lichtpunt). Frankrijk heeft ook nog altijd een zeer rigide arbeidsmarkt. Minister van Economie Emmanuel Macron (PS) probeert bij te sturen, maar botst op het njet van de radicale linkerzijde van zijn partij. Een groot probleem blijft de 35-urige werkweek. Daarnaast is het ontslagrecht zeer complex, wat bedrijven ontmoedigt aan te werven. Het aantal werklozen stijgt al jaren: van 3,87 miljoen in 2010 tot 5,4 miljoen vandaag. Onder het presidentschap van François Hollande zijn er 600.000 werklozen bij gekomen, evenveel als onder zijn voorganger Nicolas Sarkozy. Maar die laatste werd geconfronteerd met een financiële crisis. Daar waar de andere landen hun werkgelegenheid stilaan zien toenemen, blijft het Franse herstel op de arbeidsmarkt uit. 10 procent van de beroepsbevolking heeft geen werk. In België is dat 8 procent, in Duitsland minder dan 6 procent. Het gevolg is dat de Franse sociale uitgaven 30 procent van het bbp bedragen. Neem daar nog het enorme staatsapparaat bij en Frankrijk is met 57 procent van het bbp Europees kampioen overheidsuitgaven. Gezien de extra aandacht voor veiligheid ziet het er niet naar uit dat die uitgaven snel zullen dalen. Pierre Gattaz, hoofd van de Franse werkgeversorganisatie Medef, zegt dat het "noodzakelijk is meer uit te geven aan veiligheid en preventie, maar dat de overheidsuitgaven op termijn omlaag moeten. Anders verstikt de Franse economie." Gattaz wijst erop dat het nog altijd het doel moet zijn de overheidsuitgaven te verlagen naar 50 procent van het bbp tegen 2020 of 2022. Het is de enige manier om ook de loodzware belastingdruk van 44,7 procent van het bbp te verlagen. De hoge belastingen verklaren waarom de marges van de Franse bedrijven zwaar onder druk staan en de investeringen uitblijven. Economen voorspellen voor de komende twaalf maanden een investeringsgroei met amper 2,2 procent, de regering hoopt op 4,9 procent. De regering-Valls heeft vorig jaar besloten de lasten voor de bedrijven te verlagen via een competitiviteitspact, maar de lasten werden verschoven van de bedrijven naar de gezinnen. In Frankrijk, waar de groei sterk ondersteund wordt door de particuliere consumptie, is dat een probleem. Dat de Franse economie de voorbije jaren niet volledig kopje-onder ging, is vooral te danken aan de binnenlandse consumptie. De lagere olieprijzen verhogen de koopkracht van de Fransen en de consumptie-uitgaven zouden dit jaar dan ook met 1,7 procent moeten toenemen. Al blijft het nu afwachten wat het effect van de aanslagen is. De Europese Commissie voorspelde voor de aanslagen dat de Franse economie volgend jaar met 1,4 procent zou groeien. Dat is minder dan het gemiddelde van de eurozone: 1,8 procent. Zal de Franse groei nog lager uitkomen? Onze zuiderburen kunnen zich misschien optrekken aan wat er na de aanslagen in Madrid (2004) en Londen (2005) is gebeurd: die hebben in Spanje en Groot-Brittannië amper een impact gehad op het consumentenvertrouwen. Alain Mouton