De auteur is directeur van de VKW Denktank.
...

De auteur is directeur van de VKW Denktank. ktober is traditiegetrouw een mooie maand voor economen. Niet alleen omdat in oktober wordt bekendgemaakt wie de Nobelprijs voor Economie krijgt, maar ook omdat veel economische zwaargewichten die maand aangrijpen om belangrijke beslissingen bekend te maken. Neem nu 9 oktober 1979. Op die dag kondigde de boomlange, steevast sigaren rokende Paul Volcker, de toenmalige voorzitter van de Federal Reserve Board ( Fed), de Amerikaanse centrale bank, een drastische omslag in de beleidsstrategie aan. Volgens Volcker kon de aanhoudend hoge inflatie die de Amerikaanse economie toen al jaren teisterde, alleen een halt worden toegeroepen als er een fundamentele ommezwaai van het monetaire beleid kwam. In plaats van steeds van koers te veranderen - afhankelijk van de evolutie van de algemene economische omstandigheden - zou het monetaire beleid voortaan rigoureus worden afgestemd op het strak in de hand houden van de geldhoeveelheid in de economie. Paul Volcker kondigde 25 jaar geleden dus aan dat de Fed zou stoppen met het voeren van een discretionair beleid. In plaats daarvan zou de Amerikaanse centrale bank overschakelen op een beleid dat gebaseerd was op enkele doorzichtige, eenvoudige én vooraf bekendgemaakte regels. Dat nieuwe beleid sloot zeer nauw aan bij het monetaristische ideeëngoed van Milton Friedman. Tussen haakjes: de Duitse Bundesbank voerde toen al jaren een friedmaniaans beleid. Het vervolg van het Volcker-verhaal is bekend. De Fed-voorzitter hield, ondanks een forse recessie, voet bij stuk en liet de rentevoeten in de VS tot boven de 20 % uitstijgen. In de markten verwierf Volcker een huizenhoge geloofwaardigheid als betrouwbare inflatiebestrijder. Zijn beleid kreeg in vele uithoeken van de wereld navolging. Naarmate de jaren negentig vorderden, leek het inflatieprobleem wel uitgeroeid. Steeds meer economen zien trouwens een direct verband tussen de voortdurend lage inflatie in de voorbije twintig jaar en de grotere stabiliteit in de conjunctuurbeweging. Bijna precies 25 jaar later, op 11 oktober 2004, kende de Koninklijke Zweedse Academie voor Wetenschappen de Nobelprijs Economie toe aan de Noor Finn Kydland en de Amerikaan Edward Prescott. Tussen 1971 en 1980 waren Kydland en Prescott collega's aan de Carnegie Mellon University. Kydland doceert daar vandaag nog altijd, terwijl Prescott in 1980 vertrok naar de University of Minnesota, die hij vorig jaar ruilde voor de Arizona State University. Prescott en Kydland ontvingen de Nobelprijs voor "hun bijdragen aan de dynamische macro-economie: de tijdsconsistentie van economisch beleid en de drijvende krachten achter de conjunctuurcyclus". Leuk om weten, zo begint u zich nu allicht te vragen, maar so what? Waar zit nu het verband tussen 9 oktober 1979 en 11 oktober 2004? Wel, een analyse van Kydland en Prescott, gepubliceerd in 1977, vormde een belangrijke bron van inspiratie voor Paul Volcker bij zijn omvorming van het Amerikaanse monetaire beleid in 1979. Vooral het artikel ' Rules Rather than Discretion: The Inconsistency of Optimal Plans', dat in juni 1977 in het Journal of Political Economy verscheen, speelde een zeer belangrijke rol. In interviews tijdens en na zijn loopboon - in 1987 werd Volcker opgevolgd door Alan Greenspan - verwees Volcker vaak, zij het meestal impliciet, naar het belang van de Kydland-Prescott-these. Ondergedompeld in een gesofisticeerde, zeer ingewikkelde wiskundige analyse kwam de essentie van die Kydland-Prescott-these erop neer dat geloofwaardigheid voor centrale bankiers enorm belangrijk is. Centrale bankiers kunnen die geloofwaardigheid het snelst en makkelijkst opbouwen door zich op een consistente manier aan welbepaalde, simpele en transparante regels te houden. Geloofwaardigheid van centrale bankiers is niet alleen noodzakelijk voor het lukken van een beleid dat gericht is op lage inflatie, maar zorgt er ook voor dat lage inflatie gepaard gaat met betere prestaties op het vlak van economische groei en tewerkstelling. Een theoretische les die Paul Volcker kort nadien in de beleidspraktijk omzette. De Kydland-Prescott-these klinkt vandaag misschien als de evidentie zelve, maar was dat in ieder geval veel minder in de loop van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Hoewel... In een interview met ondergetekende op 1 november 1996 verklaarde niemand minder dan Milton Friedman himself dat hij "geen behoefte heeft aan Kydland-Prescott en andere hightech economics om te weten dat het volgen van vaste regels op termijn betere resultaten oplevert dan een discretionair optreden vanwege centrale bankiers". Of hoe de relativiteit der dingen ook geldt voor de economische wetenschap. Johan Van OvertveldtWaar zit nu het verband tussen 9 oktober 1979 en 11 oktober 2004?