Desatex en Desalux bestaan broederlijk naast elkaar, omdat ze alle tendensen in de markt van de geweven stoffen zouden kunnen opvangen.
...

Desatex en Desalux bestaan broederlijk naast elkaar, omdat ze alle tendensen in de markt van de geweven stoffen zouden kunnen opvangen."Een artisanale industriële weverij," noemt zaakvoerder Germain Desmet zijn dubbelbedrijf in Dadizele. Desatex en Desalux (een afsplitsing van het eerste, veloursverwerkende bedrijf) halen een jaarlijkse omzet van 250 miljoen frank. 95 % van de productie is voor de export bestemd. Vooral binnen de Europese Unie, maar ook in China en het Midden-Oosten zitten klanten. De toonzaal puilt uit van de bedrukte stoffen, bestemd voor zetelbekleding, gordijnen en decoratie. "We produceren de vier basiskwaliteiten zoals elke weverij, maar ook de combinaties ervan. Zo creëren we ook nieuwe types stoffen. De kwaliteit primeert altijd op de productiviteit. We halen hier een lager rendement dan de concurrenten in de branche, maar we produceren hoogtechnologische weefsels." Dat het niet altijd de duurzaamheid van de stoffen bevordert, neemt Germain Desmet er node bij. "Mooi en duurzaam zijn slecht te verzoenen. Als je wol, zijde of katoen samen in één stof weeft, zal die wel mooier ogen, maar het weefsel is ook kwetsbaarder." Dat wordt een probleem in de toekomst, meent Germain Desmet, want de eisen van de consument liggen te hoog. "De grote ketens willen schuurtesten zien, maar die vermoorden de creativiteit. Wie esthetisch weeft met natuurlijke stoffen, haalt nooit de normen die de meubelindustrie qua duurzaamheid hanteert."Desatex en Desalux functioneren in Dadizele broederlijk naast elkaar. Desatex groeide in 1978 uit de vlasfabriek van de familie Desmet, sinds 1980 huist het bedrijf in de Dadizeelse vestiging. Tien jaar geleden had de veloursproductie nog de overhand, sinds de vraag naar plat weefsel groeide, overvleugelde het nieuw opgerichte Desalux de eerste bedrijfstak. "Bij de omschakeling hebben we zwaar geïnvesteerd in machines, personeel en gebouwen. We hebben op de concurrenten voor dat we het hele productieproces controleren : van ontwerp tot afgewerkt weefsel. Bovendien kunnen we op twee paarden wedden. De sierstoffenmarkt neigt weer naar velours ; wij kunnen zonder moeite aan de vraag beantwoorden."Concurrentie krijgt Desalux vooral vanuit Turkije. "En soms vanuit Frankrijk," bromt Desmet, "omdat de bedrijven daar van een forse Europese subsidie kunnen genieten. Een bedrijf als Desalux moet een grote toegevoegde waarde creëren om de hoge loonkosten te rechtvaardigen. Totaalconcepten ontwerpen, bijvoorbeeld : onze toonzaal toont volledig ingerichte kamers, waarin de stoffen op alle zetels, in alle gordijnen en van alle sierkleden op elkaar zijn afgestemd. En we waken erover dat we producten met een signatuur blijven maken : we zijn een familiebedrijf met een eigen filosofie en een eigen ziel, dat meer produceert dan een naakt technisch weefsel." Daarom wil Desmet zijn bedrijf ook niet per se zien groeien. "Dan moeten we de complexiteit van ons product afbouwen", voelt hij, "en dat is net wat ik wil vermijden."GERMAIN DESMET (DESALUX-DESATEX) Mooi en duurzaam zijn slecht te verzoenen.