"De voorzitter van de Europese Unie moet een voorbeeld zijn voor de anderen." Dat moeten de Fransen hebben gedacht toen ze in de tweede helft van vorig jaar het Europees voorzitterschap mochten waarnemen. Een mooi voornemen was het, alleen is het moeilijk om de beste leerling van de klas te zijn als men slechts af en toe zijn huiswerk maakt.
...

"De voorzitter van de Europese Unie moet een voorbeeld zijn voor de anderen." Dat moeten de Fransen hebben gedacht toen ze in de tweede helft van vorig jaar het Europees voorzitterschap mochten waarnemen. Een mooi voornemen was het, alleen is het moeilijk om de beste leerling van de klas te zijn als men slechts af en toe zijn huiswerk maakt.De Fransen kwamen in juni vorig jaar plots tot het besef dat ze een hopeloze achterstand hadden opgelopen met het omzetten van Europese richtlijnen en besluiten in nationale wetgeving. Als gevolg van die slordigheid publiceerde de Europese Commissie een reeks nota's over het slechte Franse gedrag, en dreigde ze met hoge boetes en een rits rechtszaken voor het Europees Hof, wegens schuldig verzuim.Frankrijk handelde dan maar zoals een student dat doet na slechte partiële examens: het greep naar paardenmiddelen om de achterstand op zijn minst gedeeltelijk en zo snel mogelijk weg te werken. Bij het begin van het Franse voorzitterschap waren 176 Europese richtlijnen nog niet omgezet. Onze zuiderburen deden het daarmee net iets beter dan Portugal, Griekenland en Luxemburg.Een aanslag. Dus vroeg de Franse regering aan de Assemblée om vlug vijftig Europese richtlijnen in de vorm van verordeningen ( ordonnances) te integreren in de nationale wetgeving. Iets wat niet naar de zin was van de Franse volksvertegenwoordiger Jacques Floch. Hoewel die zich bewust zegt te zijn van de boetes die Frankrijk boven het hoofd hangen én van de rechtsonzekerheid die de Franse slordigheid voor de burger meebrengt - de Fransen leven weliswaar de bestaande Franse wetten na, maar niet de Europese richtlijnen - noemde Floch op 29 november 2000 de 'hoogdringendheid' waarmee de Europese richtlijnen moeten worden omgezet in Franse wetgeving een aanslag op de rechten van het parlement. Het parlementslid schetste, vertrekkend van het Ancien Régime, de verschillende periodes waarin de uitvoerende macht het nodig achtte het parlement volmachten te vragen om ook wetgevend op te treden. Buitengewone omstandigheden en dringende noodzaak zetten steeds de toon voor het vragen en verkrijgen van volmachten. De opeenvolgende regeringen van de Vijfde Republiek vaardigden in totaal 220 verordeningen uit die verband hielden met de toestand in Algerije, de toepassing van het Europees handvest, de economische en sociale hervormingen, de omschrijving van de kiesdistricten, het in lijn brengen van de wetgeving die van toepassing is in de overzeese gebieden, de privatisering, en de hervorming van de sociale zekerheid. De regering- Jospin hield zich totnogtoe erg kalm, maar greep nu toch naar het paardenmiddel van de bijzondere machten voor de omzetting van Europese wetgeving. Misschien niet geheel ten onrechte, zo gaf Jacques Floch toe. De vraag van de Franse regering voldeed inderdaad aan de voorwaarden: ja, de hoogdringendheid kon worden ingeroepen; en ja, het parlement had het te druk om zelf de zaken snel af te handelen. Maar bij dat laatste maakte Floch wel de kanttekening dat het vooral de regering is die de agenda van het parlement bepaalt. En hij voegde eraan toe dat als de regering de zaken tijdig aan het parlement had voorgelegd, ze nu geen bijzondere machten had moeten vragen. Uiteindelijk, zegt Floch, heeft het parlement nog altijd weinig in de pap te brokken wat betreft het totstandkomen van Europese wetgeving. Alleen op het ogenblik van de omzetting mag het nog een taak vervullen, maar de mogelijkheden om een inbreng te doen zijn erg beperkt.Europese vergelijking. Aangezien best practices en benchmarking ook bij Franse volksvertegenwoordigers opgeld maken, hebben onze zuiderburen eens de betrokkenheid van de parlementen in de andere lidstaten van naderbij bekeken. Blijkt dat er nogal wat verschillen bestaan. In Duitsland heeft de Bundestag een permanente commissie voor Europees beleid. Zij trekt bepaalde voorstellen naar zich toe en brengt daarover advies uit in de plenaire vergadering, die meestal dat advies volgt. De commissie werkt dus vooral consultatief, maar als er zaken zijn die tot de bevoegdheid van de Bundesrat (vertegenwoordigers van de Länder) behoren, dan is de regering gebonden door het advies van de commissie. De regering kan er alleen van afwijken als ze daarvoor sterke argumenten aandraagt. In Groot-Brittannië heeft het parlement zijn zeg in het standpunt dat de Britten aannemen in de Raad van ministers. De regering houdt het parlement op de hoogte van de voorstellen. Voor belangrijke zaken is er het stilzwijgend akkoord dat alleen wegens tactische redenen van de overeengekomen positie kan worden afgeweken. Denemarken is de beste leerling wat de omzetting van Europese wetgeving betreft, maar de Folketing bepaalt ook het mandaat van haar regeringsvertegenwoordigers. De Zweedse parlementaire commissie is eveneens sterk betrokken bij het bepalen van de standpunten en de onderhandelingsposities. In Finland heeft het parlement alle zeggenschap over Europese voorstellen die in tegenspraak zijn met nationale wetgeving, die een budgettair effect hebben of die de rechten en plichten van de burger ten gronde beïnvloeden. Zij geven de onderhandelaars een advies, waar ze om bepaalde redenen van kunnen afwijken. Voor zaken die tot de bevoegdheid van de gewesten of gemeenschappen behoren, houden de federale regeringen zich vrij strak aan de adviezen die door die gewesten of gemeenschappen zijn gegeven. In de andere gevallen is op zijn minst een parlementaire commissie betrokken bij het voorbereidende werk. In Italië doet het parlement minder dan het zou kunnen. En in België krijgt het parlement alleen informatie, al kan de voltallige vergadering van het parlement in sommige gevallen ook een resolutie goedkeuren. Als we nu het Belgische EU-voorzitterschap, in de tweede helft van dit jaar, eens aangrepen om een echte betrokkenheid van het parlement uit te werken...De auteur is sinds 1990 European Affairs Officer bij Ford Motor Company en was voordien actief in de pers en de financiële wereld.huib crauwels