De Vlaming Marc Gedopt is chief financial officer van Agfa-Gevaert. Tot april 2002 leidde hij het Nederlandse NIB Capital. Gedopt moest van de twee aandeelhouders van NIB Capital (de belangrijke pensioenfondsen ABP en PGGM) de Nationale Investeringsbank uitbouwen tot een internationale speler in 'corporate finance', het risicokapita...

De Vlaming Marc Gedopt is chief financial officer van Agfa-Gevaert. Tot april 2002 leidde hij het Nederlandse NIB Capital. Gedopt moest van de twee aandeelhouders van NIB Capital (de belangrijke pensioenfondsen ABP en PGGM) de Nationale Investeringsbank uitbouwen tot een internationale speler in 'corporate finance', het risicokapitaal en het beheer van beleggingen. De wankelende financiële markten verstoorden echter de verstandhouding, en Gedopt scheidde van NIB Capital. In het jaarverslag van NIB Capital wordt nu zijn vertrekpremie vermeld: 2,6 miljoen euro, een voor Belgische normen zeer hoge som en ook in Nederland de jongste tijd een fiks bedrag. MARC GEDOPT (AGFA-GEVAERT, EX-NIB CAPITAL). "Ik betwist niet dat de aandeelhouders van beursgenoteerde bedrijven het recht hebben om te weten wat het senior management verdient. Maar in het geval van NIB Capital zijn er twee aandeelhouders en die waren perfect geïnformeerd over wat ik verdiende en hoe het zat met de afscheidsregeling. Dus waarom in dit concrete geval een vermelding nodig was, begrijp ik niet. Des te meer omdat er een geheimhoudingsovereenkomst was over deze kwestie. Ik hou me aan mijn deel van de afspraak: ik kan er dus geen commentaar op geven." GEDOPT. "Daar is mij niets van bekend. Ik verwijs opnieuw naar ons herenakkoord over discretie." GEDOPT. "Dat zou best kunnen. Die situatie bestaat in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. En in beginsel is het verdedigbaar dat de aandeelhouders weten hoeveel hun topmanagers verdienen. Maar dan met de belangrijke bedenking dat het moet gebeuren bij álle beursgenoteerde ondernemingen en volgens uniforme regels van openheid. Wat moet vermeden worden, is voyeurisme over die vergoedingen. Fortis publiceert bijvoorbeeld jaarlijks de compensatie van Anton Van Rossum. Dat is atypisch en leidt telkens tot commentaren." GEDOPT. "Niet echt, maar deze heisa roept bij mij wel een bedenking op. Hoe kan het dat men in Vlaanderen over de vergoeding van een professionele manager discussieert en minder of niet over het aanzienlijke vermogen dat de bedrijfsleider-eigenaar van een middelgrote onderneming kan opbouwen. Ik zie daarin trekjes van de afgunstmaatschappij." F.C. n