De parkeergarage naast de Vlerick School heeft een eenvoudige mededeling. Toevallige klanten die het bordje 'volzet' zien, worden vriendelijk verzocht de parking niet op te rijden. Er zijn dan nog wel vrije plaatsen, maar die zijn niet voor mij, die zijn voor abonnees. Ik begrijp de uitbaters wel: ze willen hun trouwe klanten niet ontgoochelen en ze doen een beroep op mijn medewerking.
...

De parkeergarage naast de Vlerick School heeft een eenvoudige mededeling. Toevallige klanten die het bordje 'volzet' zien, worden vriendelijk verzocht de parking niet op te rijden. Er zijn dan nog wel vrije plaatsen, maar die zijn niet voor mij, die zijn voor abonnees. Ik begrijp de uitbaters wel: ze willen hun trouwe klanten niet ontgoochelen en ze doen een beroep op mijn medewerking. Maar dat inzicht verandert niet veel aan mijn gedrag als ik een parkeerplaats zoek. Er zijn vrije plaatsen en ik heb er eentje nodig. Ik rij toch de garage in. Probleem opgelost. Voor mij. Waarom zou ik de problemen van de uitbaters van de parkeergarage oplossen? Waarom zou ik begrip moeten opbrengen voor het probleem van de parkeergarage die haar trouwe klanten niet wil ontgoochelen? Mijn begrip hangt natuurlijk af van mijn relatie met die uitbater. Met hem heb ik louter een economische relatie. Ik betaal een parkeerticket en hij bezorgt mij een parkeerplaats. Dat 'economische' contract wil ik nakomen. Ik zal niet proberen gratis te parkeren; ik zal zijn parkeergarage niet beschadigen. Maar ik heb geen sociale relatie met die uitbater. Zijn trouwe klanten niet ontgoochelen, dat is zijn probleem, niet het mijne. Met mijn lokale bakker heb ik wel een sociale relatie. Als hij zich vergist in mijn voordeel, heb ik de neiging om hem daarop te wijzen. Hij is vriendelijk, waarschuwt soms dat ik beter tijdig een bestelling plaats en dat ik niet mag vergeten mijn parkeerschijf te plaatsen. Maar met het parkeerbedrijf heb ik geen relationeel contract. Alles is louter economisch. Indien zij enkel trouwe klanten willen toelaten, dan moeten ze maar een parkeerwachter inhuren. Dat kost geld, maar dat is niet echt mijn probleem. Ik weet niet of daardoor het parkeren duurder zal worden, of alleen de abonnementen; misschien worden de aandeelhouders armer of worden de bonussen van de managers kleiner. Mij interesseert alleen of ik voor mijn geld een parkeerplaats krijg. De moderne economie wordt almaar efficiënter. Er is geen ruimte meer voor sociale contracten. De transactiekosten moeten naar beneden. Adam Smith had al in 1776 opgemerkt dat verregaande opsplitsing en diepe specialisatie kan leiden tot economisch succes. Dit inzicht heeft tot spectaculaire specialisatie geleid, van vaklui, bedrijven, soms zelfs van hele streken. Maar tegelijkertijd is het sociale steeds meer van het economische afgesplitst. Ook het welgemeende advies, de warme schouderklop, de vriendelijke glimlach is een specialiteit geworden. Omdat een glimlach geen onmiddellijk aantoonbare economische meerwaarde heeft, kan hij geschrapt worden, en krijg ik nu hulp van een anonieme hulplijn. Eerst heb ik mij door zuiver economische transacties geworsteld ('voor problemen met uw aansluiting duw 1') om na veel geduld een soort robotachtige persoon aan de lijn te krijgen. En zelfs de vriendelijkheid van die persoon is ingestudeerd. Want ook dat contact staat onder economische druk en zelfs onder sociale dwang ('dit gesprek kan worden meebeluisterd om de kwaliteit van onze dienstverlening nog te verbeteren'), en aan het einde van het gesprek weet ik het bijna zeker: met die persoon zal ik nooit meer praten. Op die manier kan je uiteraard eenvoudigweg stellen: hoe economisch rijker we worden, hoe sociaal armer. En dan bedoel ik niet zozeer dat er overal sociale bloedbaden worden aangericht, maar eenvoudigweg dat sociale warmte vervangen wordt door koude economische efficiëntie. De parkeergarage zal overigens geen parkeerwachter in dienst nemen, maar eerder vroeg dan laat een computersysteem installeren waardoor het voor mij onmogelijk wordt door te rijden. Dan kan de parkeergarage de belofte houden aan haar trouwe klanten dat er voor hen altijd plaats zal zijn. Ze zullen wel een wiskundig algoritme ontwikkelen om het 'optimale' keerpunt te bepalen, het moment waarop toevallige klanten niet meer kunnen worden toegelaten. Zo'n algoritme kan dan zeker ontwikkeld worden door medewerkers van de nabije businessschool. En die hebben geen parkeergarage nodig. Die komen met de trein. MARC BUELENSHet welgemeende advies, de warme schouderklop, de vriendelijke glimlach is een specialiteit geworden.